Boeren zijn tot slaaf gemaakt

In 2004 maakte ik op een avond kennis met zo'n 50 boeren in de Eemlandhoeve. Ze waren boos. Voor mij aanleiding om eens verder met ze in gesprek te gaan. Het begin van een interessante samenwerking waarin ik niet alleen de boeren, maar vooral ook mezelf beter leerde kennen. Ik zie een uitdaging voor nu 2022. Ik zie een bevrijdingsstrijd.


De overheid als onbetrouwbaren gesprekspartner
In 2004 werden 20 gebieden door het Rijk aangewezen als Nationaal Landschap, waaronder Arkemheen-Eemland. Ik was door de provincies Utrecht en Gelderland gevraagd om als projectleider samen met de gebiedspartijen een visie te ontwikkelen en tot een uitvoeringsprogramma te komen. In Eemland was men toen al bezig met een Landschaps Ontwikkelings Plan (LOP) en het daarvoor ingehuurde landschapsarchitectenbureau hield die avond een presentatie van een eerste concept. Dat was voor mij een mooie gelegenheid om alvast kennis te maken met een aantal partijen; boeren, natuurbeheerders, gemeenten  en provincie. Er hingen drie kaarten voor drie scenario's aan de muur. De boeren stonden er druk pratend omheen, er was duidelijk weerstand. Ik kende ze nog niet, wist nog van niets en had geen idee. 


Tijdens de presentatie van de scenario's werd de discussie in de zaal heftig. Sommige boeren waren het er heel duidelijk niet mee eens. In de pauze stapte ik naar de boer toe die het hardst schreeuwde. Het bleek Johan Eek te zijn uit Eemnes. Ik vroeg hem wat er aan de hand was, waar ze nou zo boos over waren. Hij vertelde me dat ze net na jarenlang overleg tot een nieuw peilbesluit waren gekomen en dat de provincie vervolgens gisteren een groot deel van zijn grond had aangewezen als 'ganzenfoerageergebied'. Ganzen vreten veel gras en kakken alles eronder, daar heeft een veehouder alleen maar last van. En nu waren deze avond ook nog kaarten gepresenteerd waar het waterpeil nog hoger zou moeten worden. De overheid presenteerde zich wederom als onbetrouwbare gesprekspartner. Ze waren het zat. Ik begreep hun boosheid en vroeg aan Johan of ik eens bij hem thuis mocht komen kijken. Een week later liet hij me zijn bedrijf zien. Koeien, schapen, jongvee, hij was er trots op. 

Anderen verdienen er aan
Er was bedacht om voor de uitwerking van het Nationaal Landschap met een klankbordgroep te werken waarin zo'n 14 gebiedspartijen vertegenwoordigd zouden zijn, waaronder de boeren. Het was aan mij de taak om ze bij elkaar te krijgen. De boeren sloten pruttelend aan: "Wij willen wel meedoen maar dan willen we daar vergoeding voor. Al die anderen zitten daar vanuit een betaalde baan mooi mee te praten, maar ik moet een vervanger voor mijn bedrijf betalen als ik in zo'n groepje mee ga doen." Daar had nog niemand bij stil gestaan, maar het werd geregeld. 

De gebiedskwaliteiten waarop het gebied was aangewezen als Nationaal Landschap waren de bijzondere slagenverkaveling, het veenweidekarakter en de openheid. De boeren speelden dus een heel belangrijke rol in het behouden en versterken van deze kwaliteiten. Zonder hen konden we niet. Maar zonder Nationaal Landschap konden die boeren best verder. Hun weerstand tegen een erkenning als 'Nationaal Landschap' met zo mogelijk nog weer nieuwe regels was heel begrijpelijk. Ze wilden er financieel niet slechter van worden.
De boeren: "Weet je, al die adviesbureaus, die ambtenaren en anderen die zich ermee bemoeien, die verdienen er aan. Zij worden ervoor betaald om te praten en mooie rapporten te schrijven, maar voor ons kost het alleen maar geld."
Ja, ik was ook zo iemand die er geld aan verdiende en ik voelde me extra verantwoordelijk om mijn best te doen, zodat zij er ook beter van zouden worden. Dat was nog niet gemakkelijk. Het plan en het uitvoeringsprogramma met financiering had een mate van abstractie die de boeren niet paste en bovendien zou het nog wel een jaar of twee duren voordat er iets kon worden uitgevoerd. Het zijn heel verschillende werelden. Die van de dagelijkse praktijk waarin gemaaid, gevoerd, gemolken en machines onderhouden moeten worden, tegenover de geduldige praktijk van het systeem met papier en ambtelijke molens. Ik begreep beide perspectieven en deed mijn best ze te verbinden, maar de boeren werden ongeduldig en dreigden af te haken. 

"Die vraag wordt ons nou nooit gesteld"
Toen er een grootse bijeenkomst met presentaties van de plannen en verschillende workshops werd georganiseerd was het van belang dat de boeren van de partij zouden zijn. Maar de weerstand werd groter en groter. Ik besloot een van de boeren te bellen om te vragen wat ze nodig hadden om wel te komen. Ik zei:"Jullie kunnen wel steeds overal tegen zijn, maar dan krijg je uiteindelijk niks. Wat willen jullie dan wél?" De boer die ik sprak zei:"Dat is een goede vraag, die wordt ons nou nooit gesteld. Daar moet ik eens over na denken. Zou je die vraag ook eens aan andere collega's van me willen stellen?". Ik belde de volgende en de volgende. Die zei:"Ik ga regelen dat wij met een klein groepje bij elkaar komen om hier over na te denken en dan wil ik graag dat jij daar bij bent. Kun je morgenavond?" En zo gebeurde het dat de boeren met elkaar bedachten dat ze zelf ook een workshop wilden geven op die bijeenkomst, om te vertellen wat ze zoal doen, hoe zij het Nationaal Landschap zien en wat ze daarbij nodig hebben om hun steentje te kunnen bijdragen. 
Het was fantastisch. Ze kwamen naar de bijeenkomst en hun workshop had de meeste deelnemers en een hele goede waardering. Ze waren op dat moment tevreden. Enkele collega's bleven terughoudend en vertrouwden het allemaal nog niet. Ik begreep het allemaal. Ook zij kregen gelijk, maar er was een begin van wederzijds begrip en waardering.

Strijd tussen passie en systeem
Na twee jaar verhuisde ik naar het Groene Hart en verliet mijn Eemlandse boeren. Hun strijd liet me niet los. Hun strijd om gewoon boer te mogen zijn, met liefde voor hun dieren, hun land, hun vak. Ik zag ze vechten tegen een systeem wat hen hun passie meer en meer ontnam en ze dwong in een rationeel model te werken om te overleven. Ik herkende die strijd tussen passie en systeem in mezelf. Ook ik liep er in vast. 

Nu is het 2022 en alweer meer dan 15 jaar geleden dat ik zo begaan was met de boeren in Eemland. De boeren zijn bozer dan ooit en ik begrijp het. Stikstofcrisis heet het nu, gepresenteerd met een kaartje. Ze willen in gesprek, ze willen gehoord worden, maar in Den Haag spreken ze een andere taal. Dat gaat over stikstof, getallen en grafieken. Maar voor de boeren gaat het daar helemaal niet over. Die zijn boos, woest. Is er al eens iemand naar ze toe gestapt om aan hun keukentafel te vragen wat er nou eigenlijk precies aan de hand is? Waarom ze zo boos zijn? 
Als je als boer zover van je passie verwijderd bent geraakt door de regels die je moet volgen om nog iets te verdienen, dan raak je langzaamaan in alle staten. Totdat het teveel wordt. Dat moment lijkt nu te zijn gekomen. Het zijn de regels van de Europa, van de bank, van de veevoederfabrikant, van de zuivel- en vleesverwerkende industrie, van de supermarktketens. Het zijn de regels van alle partijen die aan de boeren verdienen, van degenen die de subsidies verdelen. Het moest alsmaar groter en meer. Allemaal volgens rationele modellen, steeds meer los van de dieren, van de kwaliteit van de bodem, van de natuur. 

Boeren voeren een bevrijdinsstrijd
De boeren zijn boos, maar dat gaat niet om stikstofmaatregelen. Ze zijn de afgelopen decennia met elkaar een fuik in gezwommen, zijn verstrikt geraakt in de netten. Ze voeren een strijd tussen passie en systeem en zijn vastgelopen. Ze zijn langzaamaan tot slaaf gemaakt van degenen die veel geld aan hen verdienen.
De boze boeren voeren in mijn ogen een bevrijdingsstrijd. 


Laten we allen, boeren, burgers en bestuurders, op zoek gaan naar ons eigen 'boerenverstand' om ons in die eenvoudige wijsheid te verstaan en te verbinden. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Mijn prik en IC plek mag je hebben!

Het bevechten van rust en ruimte.

Zonder grenzen geen vrijheid