Pagina's

woensdag 29 december 2021

Ze stierf op het juiste moment

Mijn moeder is op 10 december 2021 overleden, voor ons onverwacht. Ja ze was al 90, maar nog scherp van geest en niet ziek in de zin van griep, corona. Toch blijkt achteraf dat ze stierf op het juiste moment.

Haar motto: "Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn!'

Ouder worden

Vanaf haar tachtigste voelde ze zich fysiek steeds een beetje minder gemakkelijk worden. Door de spierreuma en de spierpijn in haar benen en schouders werd ze minder mobiel. Met dagelijks een pilletje Prednisolon hield ze de pijn onder controle. Neuropathie onder haar voeten maakten het lopen beetje bij beetje onzekerder. In januari 2018 ging ze even buiten kijken of de uil nog op het plankje aan de gevel zat. Net weer binnen de deur gleed ze uit en brak haar heup. Ze kreeg een nieuwe heup en herstelde wonderwel voorspoedig. Tijdens het revalideren leerde ze weer te lopen achter een rollator. Ze wilde maar één ding. Weer thuis wonen in haar eigen omgeving. Mijn broer en ik vonden het best spannend. We deden de struikelkleden weg en plaatsten een kleine vaatwasser zodat ze niet meer zelf zo lang aan het aanrecht hoefde te staan om af te wassen. Ook vond ze het fijn om via 'Tafeltje dekje' elke dag een warme maaltijd te ontvangen. Ooit had ze samen met mijn, in 1998 overleden, vader als vrijwilliger de maaltijden voor 'Tafeltje dekje' bij mensen thuisbezorgd. 

Omringd door lieve buren, met behulp van de thuiszorg en de hulp van Greetje, woonde ze weer thuis. Van de heup had ze weinig last. Wel van haar steeds gevoellozer wordende voeten. "Ik heb het gevoel dat ik op kussentjes loop", zei ze vaak. Met haar rollator scharrelde ze door het huis en de tuin. Verder kwam ze nauwelijks, maar dat leek haar niet echt te deren. Het koor, het volksdansen, het was allemaal al gestopt omdat er te weinig leden meer overbleven. De Plattelandsvrouwen waren Vrouwen van Nu geworden en ook dat geloofde ze op een goed moment wel. Het liefst was ze gewoon thuis. Dat was ook het meest gemakkelijk als haar darmen plotseling weer opspeelden en de wc niet dicht genoeg bij kon zijn. De vrienden en bekenden werden ook steeds minder mobiel en stuk voor stuk vielen er mensen om haar heen weg. 

Steeds kleinere wereld

De TV was haar grootste vriend. Vanuit haar sta op stoel zag ze in de Tour de France heel Frankrijk aan
zich voorbijtrekken. Ook voetbal en schaatsen vond ze fijn om naar te kijken. Ze was trouwe fan van Matthijs van Nieuwkerk en op zondag zag ze altijd de boekbesprekingen en Buitenhof. Overdag kon je bij haar niet binnenkomen of ze had Radio Noord aan. Ze volgde ze live op TV in de studio. "Dat zijn mijn vrienden", zei ze vaak. Zo had ze elke dag gezelschap van de presentatoren van de radioprogramma's. 

Zo redde ze zich met wat hulp en een alarmknop om haar pols nog enkele jaren in haar eigen huis. Daar wilde ze het liefst in haar eigen bed doodgaan. Toen vorig jaar corona kwam zei ze: "Als ik corona krijg, dan kruip ik gewoon in mijn bed." Ze wilde niet meer naar het ziekenhuis en sterven op een IC leek ons allemaal een nachtmerrie. Daarom besloten we in november 2020 met elkaar en de huisarts bij haar thuis te overleggen wat ze wilde als ze ziek zou worden. Ze zou dan gewoon thuis blijven, behalve als ze bijvoorbeeld een bot zou breken wat normaal zou kunnen herstellen. Alles werd besproken en vastgelegd in een behandelverbod. Ze was trouwens helemaal niet bang om corona te krijgen. Veel mensen kwamen er toch niet bij haar over de vloer. Wij als kinderen en kleinkinderen kwamen gewoon bij haar op bezoek. We waren blij dat ze thuis woonde en dat we niet voor de ramen van een gesloten verzorgingshuis naar haar hoefden zwaaien. De thuiszorg kwam haar elke week helpen bij het douchen. Greetje kwam twee keer per week om wat schoon te maken en de boodschappen te doen. Haar maaltje werd elke dag bezorgd en de buren hielden van meerdere kanten een oogje in het zeil. Alleen die voeten en die darmen....  Soms stond ze weer hopeloos op om steeds moeizamer met haar rollator naar het toilet te snellen. Vaak was ze te laat. Maar ze redde zich nog steeds, met moeite. 

Gevallen!

Op zaterdag 19 juni werd ik gebeld door een lieve medewerker van de thuiszorg. "Je moeder is gevallen en kan niet meer staan. Ze zit nu op haar stoel met haar voet omhoog. Haar enkel is dik. Wij zijn nu hier omdat ze op de alarmknop heft gedrukt, maar we kunnen hier niet blijven." Ik zei: "Ik kom er nu aan" en sprong in de auto nadat ik thuis de sondevoeding voor Wim had klaargezet en zijn zoon gebeld of hij bij zijn vader kon komen in de loop van de dag. "Ik kom bij pa zolang als dat voor jou nodig is" zei zoonlief. Ik kon er voor mijn moeder zijn. 

Toen ik 200 km verder en ruim twee uur later bij mijn moeder aankwam, was het eerste wat mijn moeder zei: "Ik geloof dat ik nu toch naar een verzorgingstehuis moet." Dat was een hele stap voor haar. Maar eerst moest ik zien hoe we de boel bij haar thuis konden redden tot er maandag een arts zou kunnen komen kijken. De thuiszorgmedewerker ging weg en zou om 16.00 uur weer terugkomen om te kijken hoe het ging. Ik haalde bij een uitleenwinkel een po-stoel zodat ze alleen maar hoefde op te staan om meteen weer op de po-stoel te gaan zitten. Om een uur of half vier moest mijn moeder toch wel heel nodig plassen. Ik ben gewend om transfers te doen met iemand die niet goed kan staan, dus ik dacht dit moet lukken. Met moeite nam ze plaats op de po-stoel. Ik besloot te wachten tot de thuiszorgmedewerker er was om haar samen weer in de stoel te helpen. 

De thuiszorgmedewerker kwam gelukkig al snel. Samen hielpen we mijn moeder op te staan om weer in haar stoel te gaan zitten. We hoorden 'krak' en toen ze weer zat zagen we de voet scheef aan haar been staan. Dat was duidelijk gebroken. Bij aanraking deed het veel pijn. De thuizorgmedewerker besloot de ambulance te bellen. De mannen constateerden dat de enkel gebroken was en zetten hem weer recht terwijl ze op de brancard lag. Achter de ambulance aan reed ik mee naar het Martiniziekenhuis. 

Foto maken, gipsen, nog een foto, opnieuw gipsen en nog een foto later bracht ik haar naar een ziekenhuiskamer. Ik ging weer naar haar huis om te slapen.

De volgende dag ging ik met een tas vol kleren en toiletspullen naar het ziekenhuis. Onderweg hoorde ik dat mijn moeder al terecht kon in Maartenshof, een revalidatiecentrum voor ouderen in Groningen. Ik kon meteen naar Maartenshof rijden. Ik bracht haar met haar spullen naar een kamer. Samen deden we de intake. Ze was moe want ze had slecht geslapen. Ik ging naar huis. Allerlei gedachten spookten door mijn hoofd.

Afwachten

Twee dagen later reed ik alweer richting Groningen, nu samen met Wim. We overnachtten in haar huis. Ik informeerde de buren, die al zeer betrokken via WhatsApp hadden gevraagd hoe het was. Mijn moeder moest zoveel mogelijk uit bed en met haar been omhoog zitten. Ze onderging het gelaten. Het was afwachten hoe het herstel zou gaan. Na een week ging een buurvrouw met haar in de rolstoel naar het ziekenhuis voor een foto. Het bot was verschoven, er moest opnieuw gips om en nu strakker. Ook moest ze nu met een tillift in en uit bed, zodat ze haar been helemaal niet zou belasten. Dat hangen in die tillift vond ze maar niets, een beetje mensonterend. 

Ondertussen nam ik contact op met Vredewold, het verzorgingshuis waar ze wel naar toe wilde. Er was een wachtlijst. "Hoe komt mijn moeder op die wachtlijst?", vroeg ik. Ja, dan heeft ze eerst een indicatie nodig. Dat doen ze in Maartenshof, maar het kan ook via de huisarts. In Maartenshof vroeg ik of ze een indicatie konden regelen. Nee, dat kon pas na 6 weken, als ze uitgerevalideerd was. Dat stelde me niet gerust. Ik belde de huisarts. Daar adviseerden ze me om toch te wachten op de indicatie van Maartenshof omdat dat uiteindelijk toch sneller zou gaan. En... ze moest vooral niet in afwachting van plaatsing in Vredewold nog naar huis gaan. Want dan zou het allemaal nog langer duren voor ze daar geplaatst zou kunnen worden. Ik kon dus even niets doen, gewoon wachten.

Een zomer terug naar mijn geboortestreek

Wachten in de zomer; het was een beetje als vakantie. We gingen elke week wel twee dagen naar Nietap. Logeerden in het fijne huis, genoten van de mooie omgeving. Ik ging vaak 's avonds nog even een stukje

fietsen. Naar Terheyl, waar mijn vader geboren is. Het Natuurschoon, het bos tussen Nietap en Roden. Het bos waar we ook al met mijn oma en opa Postema regelmatig wandelden op zondagmiddag. Het bos waar we ruim 20 jaar geleden de as van mijn vader verstrooiden. Ik fietste naar het Leekstermeer, naar Roderwolde. In Peize bezocht ik het graf van de ouders van mijn moeder. Elke keer als we vanuit Maartenshof in Groningen weer naar Nietap gingen, reden we een ommetje door het gebied van mijn jeugd. De Onlanden zijn inmiddels natuurgebied geworden in plaats van kale weilanden. Ik ben in deze (na)zomermaanden mijn geboortestreek gaan herwaarderen. Wat is het er mooi!

Levenstestament

Ondertussen kwam mijn moeder met ons tot de conclusie dat haar huis maar beter verkocht kon worden. Heel toevallig hadden Wim en ik onze hypotheek deze zomer omgezet bij een notaris. Bij deze notaris kwam de situatie van mijn moeder ter sprake en ze vroeg ons of mijn moeder een levenstestament had. Ze gaf een folder mee. In een levenstestament kun je o.a. dingen regelen rondom volmacht. Mijn moeder vond het wel een verstandig idee dat mijn broer en ik namens haar konden beslissen en tekenen als dat nodig was. Ook zou dat betekenen dat bij overlijden geen executeur testamentair nodig zou zijn om het huis te verkopen. We zochten een notaris die zelfs bereid was mijn moeder te bezoeken in Maartenshof. Eerst voor een gesprek en daarna voor ondertekening. Hoe handig dit levenstestament was, bleek later.

We nodigden een makelaar uit om het huis te verkopen. Opeens ga je dan zelf ook met 'verkoopogen' naar huis en inrichting kijken. Mijn moeder bleek veel meer te hebben verzameld dan ik dacht. Ik ging opeens overal kleine nepbloemetjes zien. De orchideeën bloeiden altijd. Ook bleek ze veel creatiever dan ik wist. Overal schilderijen, tekeningen en andere kunstwerken. En overal haakwerkjes. In de meterslange kledingkast hingen jurken van jaren her. Zelfs haar trouwjurk en een jurk uit 1969 van Trevira 2000. Operettekostuums, hoedjes, spelletjes, speelgoed, mijn oude poppenwagen, het was er allemaal nog. Langzaamaan begon ik op te ruimen. Half augustus werden er foto's gemaakt voor Funda. Gelukkig hoefde de binnenkant van de kastjes en de inhoud van de garage niet op de foto. In afwachting van een definitieve woonplek voor mijn moeder, wilden we nog niet al teveel weg doen. Maar wat doe je met een hele grote antieke kast, of een Friese staartklok die al generaties in de familie Postema wordt doorgegeven? Ooit heel veel geld waard, nu nog geen €100,-. Gelukkig bleken er liefhebbers van oud spul in de familie te zijn. 

Ondertussen ging mijn moeder van tehuis naar tehuis

Mijn moeder herstelde inmiddels, maar het lopen ging nog erg moeilijk. Ze voelde zich erg onzeker op haar benen. Na zes weken was ze uitgerevalideerd en moest ze van de revalidatieafdeling weg. De indicatie voor een verzorgingshuis werd afgegeven en transfermedewerker ging achter een plek aan in Vredewold. Maar... dat kon nog wel even duren. Zo verhuisde ze eerst in Maartenshof nog naar een overgangsafdeling, in afwachting van een plek in Vredewold. In Maartenshof was te weinig personeel. Dat het vakantietijd was en men corona moe was, hielp niet. Soms moest ze erg lang wachten als ze belde om naar het toilet geholpen te worden. Ook was er geen tijd voor een praatje, zoals ze dat thuis met de thuiszorg gewend was. Ze was duidelijk niet op haar plek en leek af en toe apathisch voor zich uit te staren. In afwachting van betere tijden. Ze hoopte in Vredewold nog mensen die ze kende te ontmoeten, zodat ze weer wat aanspraak had. Als je niet dement bent is het leven in een tehuis met oude mensen niet zo opwekkend. 

Ik besloot zelf eens met Vredewold te bellen om te vragen hoe het nu met hun wachtlijst was. Het antwoord: Ja, dat kon nog wel tot januari duren. Ze zat nu toch goed in Maartenshof? Ik was verbaasd. Toen ik zei dat ze daar helemaal niet zo goed zat en dat het erg nodig was dat ze weer in haar vertrouwde omgeving kon wonen om te voorkomen dat ze totaal zou vereenzamen was dat nieuw. Ze zou meteen de urgentie veranderen en er achteraan gaan dat mijn moeder zo snel mogelijk als er weer een plek vrij zou komen, aan de beurt zou zijn. Na twee weken kwam het bericht dat mijn moeder terechtkon op een schakelafdeling in Vredewold, in afwachting van een definitieve plek waar ze haar eigen spullen weer om zich heen kon hebben. 

Ook al was ze nog steeds in een tijdelijke kamer, het was een verademing in Vredewold te zijn. Het personeel sprak met haar dialect en was zo liefdevol en vol aandacht dat het me ontroerde. Mijn moeder knapte op, ze kreeg er weer zin in. Ze kon weer gaan zingen en eten in het restaurant. Ik nam haar mee in de rolstoel naar het winkelcentrum voor een nieuwe bril. Voor de deur zag ze een vrouw die ze kende. De volgende keer kochten we op advies van de fysiotherapeut nieuwe schoenen. 

Ondertussen was haar huis verkocht. Dat ging heel snel. Jonge mensen die hun jeugd daar in de buurt hadden doorgebracht, vonden het fijn om na hun studie in de stad weer terug te gaan. Het voelde goed. De overdracht zal begin januari 2022 zijn. Eind oktober kwam er een kamer vrij in Vredewold waar ze definitief zou kunnen wonen. Mijn broer en ik namen haar nog een keer mee naar haar eigen huis. Dat zag er ondertussen al veel leger en kaler uit dan ze het had achtergelaten in juni. Ik had haar de foto's op Funda laten zien, het leek al niet meer zo op haar huis zei ze toen. We zetten haar met rolstoel midden in de kamer. Ze gaf aan wat mee moest en wat weg mocht. Het was raar, mijn broer haalde het dressoir uit elkaar waar ze bij was. "Hé, de kastjes zijn al leeg", zei ze. We richtten haar nieuwe kamer in. De volgende dag ging ze weer wonen tussen haar eigen spullen. Dat voelde voor ons allemaal fijner. Ze had haar foto albums weer bij zich. Ook at ze weer van haar eigen boerenbont servies met haar eigen bestek.

Nieuw thuis

Nu ze definitief op heer plek was, konden we haar huis echt leegruimen. We besloten nog even twee weken daarmee te wachten, zodat ze nog kon bedenken wat ze eventueel nog meer wilde hebben uit haar huis. Ondertussen gingen Wim en ik nog steeds elke week naar Nietap en overnachtten daar. Elke keer ruimde ik weer spullen op. Op een goed moment bracht ik zo'n 15 zakken kleding naar de kledingcontainer. "Die lamp uit de kamer, die wil ik toch wel graag hier en mijn aardappelschilmesje. En dat schilderij wil ik graag daar hangen." 

Twee weken later, eind november, kwamen twee neven, mijn broer en ik samen om haar huis en garage leeg te ruimen. 's Avonds was het nog niet klaar. Twee bedden, twee bankjes, de TV en nog wat kopjes en wat keukenspul bleef achter. Wim en ik zouden er nog een keer overnachten en daarna zou mijn broer de laatste beetjes meenemen. 

Zo gingen Wim en ik op 9 december naar mijn moeder met kerstversiering en een kruik waar ze om gevraagd had. Onderweg in de auto werden we door Vredewold gebeld. "Je komt vandaag hierheen, maar je moeder moet overgeven en heeft diaree. Mogelijk heeft ze het norovirus, blijf dus maar thuis." Wij waren al een eind onderweg en ik zei:"Nee, ik kom gewoon. Ik doe wel zo'n schort voor en handschoenen aan als dat moet." Dat was goed. 

Overgeven

Toen ik kwam lag mijn moeder in bed met een kotsbakje in haar hand. Ik nam het van haar aan. Zonder kunstgebit zag ze er uit als een oud vrouwtje. Ik deed de kruik in de kast, legde de kerstversiering aan terwijl de verpleging liep te overleggen wat te doen. Ze belden de huisarts en besloten een klysma te geven. Ik besloot dat ik daar niet bij wilde zijn en vertrok. Raar afscheid met zo'n masker, handschoenen en een geel schort. 

De volgende ochtend werd ik gebeld dat het weer wat beter ging en dat het geen norovirus was. Ook geen corona. Ik mocht haar gewoon bezoeken. Rond half elf  uur was ik bij haar. Ze lag nog wel in bed omdat ze bij het opstaan wat duizelig was geworden, maar ik was blij haar weer chocomel te zien drinken.  Ze voelde zich weer wat beter, maar nog niet optimaal. De huisarts kwam en onderzocht haar buik. Haar darmen werkten wel maar de conclusie was dat het goed was de harde stukken op te lossen met een laxeermiddel. Het gemakkelijkst was het als ik dat even bij de Kruidvat kon gaan halen. Ook nam ik wat kaasblokjes voor haar mee om haar zoutvoorraad weer wat aan te vullen. Toen ik terugkwam had ze zelf nog geen trek maar de medewerker bood aan om haar maaltijd op te halen zodat ik nog wat kon eten voor ik weer naar huis ging. "Je moet nog zeker twee uur rijden, dan is dat toch lekker als je wat gegeten hebt." Zoveel warme aandacht, het ontroerde me. Ik heb heerlijk bij mijn moeder op de kamer zitten eten. Kibbeling, gemengde groenten en bitterkoekjesvla toe. Mijn moeder zat stil te genieten in haar bed. Haar liefde ging vooral door de maag, je kon haar geen groter plezier doen dan lekker te eten. 

Ik zei tegen haar dat we voor het laatst in haar huis hadden geslapen en hoe fijn dat was geweest. Zo stil en
rustig. We hadden goed geslapen. Ook had ik de auto volgeladen met de laatste spullen die ik nog mee wilde nemen. De periode Nietap was voor mij afgesloten. De volgend keer als we naar mijn moeder zouden gaan, was dat alleen om haar te bezoeken in Vredewold. Dat was wel een rare gedachte. "Wanneer kom je weer?", vroeg ze. "Met kerst", zei ik, "maar ik weet nog niet precies hoe dat zal gaan vanwege de coronamaatrdegelen. "We mogen nu niet meer met zijn vieren tegelijk bij jou komen, maar twee voor twee." Ze vond het maar niks. Met kerst kwamen wij als familie altijd bij elkaar om samen te eten. Nu zouden mijn broer en ik met onze partners net als vorig jaar met zijn vieren bij haar komen. Maar zelfs dat zat er dit jaar niet in. "Kan ik nog wat voor je doen?", vroeg ik haar. "Nee, ga maar", zei ze. Ik aaide haar over haar bol, gaf een kus op haar voorhoofd, hield nog even haar hand vast en vertrok. 

Om half vijf waren Wim en ik weer thuis. We hadden het er over hoe fijn het was dat ze nu niet meer in haar eigen huis was en zich alleen zou moeten redden. Blij met de warme aandacht in Vredewold. Ook realiseerden we ons dat dit waarschijnlijk geen jaren meer zou duren. Ik belde mijn broer om te vertellen hoe het nu met haar was. Hij zou de volgende dag naar haar toe gaan. 

Het einde

Om half acht die avond werd ik gebeld door Vredewold. Vanaf vier uur was ze weer gaan overgeven. Het was heel vermoeiend en naar voor haar. Heel toevallig had ik ze twee weken geleden het behandelverbod toegestuurd, ze hadden daar eerder nog geen weet van. Het maakte ze bewust dat ze haar niet naar het ziekenhuis moesten sturen. Ze vroegen me of het goed was om toch de spoedarts in Groningen te bellen omdat het voor haar op deze manier niet comfortabel was. "Natuurlijk", zei ik, "ze is nog wel steeds eigen baas he!" Even later belden ze weer. De dokter zou komen, maar het was druk. "Ik heb tegen je moeder gezegd dat je zei dat ze nog wel steeds eigen baas is. Ik heb gezegd dat ze je goed heeft opgevoed. Je moeder moest lachen."  Zo mooi om dat te horen. "Zeg maar tegen mijn moeder dat ik Henk (mijn broer) ook gebeld heb, dat hij weet hoe het met haar is", zei ik. Even later kreeg ik terug dat ze het fijn vond om dat te horen. 

Nog geen uur later werd ik weer gebeld. "Je moeder is inmiddels al overleden. De dokter is nog niet geweest. We zijn elke tien minuten gaan kijken en opeens is ze overleden. Wij hadden dit ook niet verwacht." Ik ben geschokt en in tranen. Na enkele minuten ben ik weer rustig. Ik moet op zoek naar een uitvaartbegeleider, ik moet mijn broer bellen....  Mijn broer schrikt ook. 

Mijn schoonzus, die al vaker met dit bijltje gehakt heeft, raadt me aan om in Vredewold te vragen met welke uitvaartbegeleider ze goede ervaringen hebben. Als ze vanuit Vredewold bellen om te vertellen dat de arts de dood officieel heeft vastgesteld, stel ik de vraag. Ik krijg de namen van twee uitvaartbegeleiders.  Ik bel de eerste. "Het spijt me, het is nog nooit gebeurd, maar we zitten helemaal vol." Hij verwijst me naar een collega, toevallig dezelfde vrouw die ook door Vredewold is genoemd. Ik bel met Aline de Graaf. Haar stem en haar rust voelen om 22.30 uur als een warm bad. We spreken af om elkaar, met mijn broer samen, de volgende dag te spreken op de kamer van mijn moeder. Ondertussen regelt ze wat geregeld moet worden. De kleren voor mijn moeder, de koeling en ze vraagt of mijn moeder op haar kamer kan blijven tot de uitvaartbijeenkomst. Dat kan. Verdwaasd, maar ook gerust, gaan we slapen.

Rust en eenvoud

De volgende dag rijd ik allen naar Leek. De zon is net opgekomen in een nevelig landschap. Ik geniet van de prachtige wereld om me heen. Mijn gedachten gaan naar wat er allemaal moet gebeuren, maar ook naar de laatste dagen. Het voelt verdrietig maar ook goed. Mijn moeder had een mooi leven, het einde paste er wel bij. Ik koop nog snel een klein roze boeketje in een vaasje om bij haar te zetten.

Mijn moeder ligt opgebaard op haar bed, alsof ze tevreden ligt te slapen. Ik kan heel rustig naar haar kijken, aai nog even over haar hand. Ik voel me vredig. Al snel komen ook Aline en mijn broer. We besluiten gewoon bij mijn moeder aan de tafel te overleggen over de kaarten, de uitvaartbijeenkomst, de kist, verzekeringen en officiële handelingen. Moeder ligt er rustig bij, zo mooi.

We kiezen een eenvoudige onbewerkte kist en een kaart met blauwe hortensiabloemen op de voorkant. Een mooie foto van mijn moeder in de tuin een jaar geleden, aan de binnenkant. Aline vraagt of ze nog een motto had, wat we er bij kunnen zetten. De zoon van mijn broer, Roel, die ondertussen ook is gekomen zegt oma zei altijd:"Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn." Ja, dat herkennen we.

We nemen enveloppen en haar adresboekje mee naar haar huis in Nietap. Nog die middag lever ik ze geschreven in bij Aline. Zij zal zorgen dat de kaarten maandag verstuurd worden. Met een auto vol fotoalbums rijd ik naar huis. Ondertussen al nadenkend over wat ik wil zeggen op de uitvaartbijeenkomst.

Mijn broer en ik regelen het wel

De week volgend op haar overlijden hebben mijn broer en ik veel contact. We zijn het over alles heel
gemakkelijk eens. Ik stuur een bericht aan de notaris waar we op 5 januari de overdracht van het huis hebben en vraag wat er nu moet worden geregeld. Weer zijn we blij dat mijn moeder een levenstestament heeft. De verkoop van haar huis kan gewoon doorgaan. Wel wordt de procedure anders. We moeten formeel de erfenis aanvaarden en ik geef mijn broer volmacht om de afhandeling er van te regelen. 

Mijn broer en ik wonen anderhalf uur rijden bij elkaar vandaan. We zagen elkaar in ieder geval met Kerstmis bij mijn moeder en soms nog een keer met een verjaardag. Als we elkaar zagen was het altijd goed, maar mijn moeder wilde graag dat we meer contact hadden met elkaar. In de maanden na het breken van haar enkel, hadden mijn broer en ik al veel meer contact met elkaar. Telefonisch, via WhatsApp of mail en een enkele keer live. We constateerden dat we eigenlijk meer gemeenschappelijk hebben dan we dachten. We stemmen zelfs op dezelfde politieke partij en dat is niet de partij van mijn moeder. Mijn moeder vond het de laatste maanden fijn te horen als ik vertelde dat ik Henk gesproken had en dat we zo'n goed contact hadden. Ik begrijp haar verlangen. Hoe fijn is het als je kinderen ook na je overlijden steun hebben aan elkaar en het goed samen afhandelen wat je hebt nagelaten. 

Op de vrijdag van de afscheidsbijeenkomst verzamelen we ons in de kamer van mijn moeder waar haar kist mooi staat opgebaard. Ik leg het rouwbloemstuk van de naaste familie op de kist. Mijn broer en ik rijden de kist over de gang, met de lift gaan we naar beneden. Als we de lift uitstappen staan daar minstens 20 medewerkers in een kring in de hal voor een uitgeleide. Wat een mooi gebaar. 

We rijden door een miezerige wereld achter de rouwauto aan naar Assen. Binnendoor, door het landschap van haar en onze jeugd. 

De afscheidsbijeenkomst in de Bosrand in Assen is mooi. Aline begeleidt ons op warme afstand. Er zijn familieleden, buren en buurkinderen uit onze jeugd. Mijn moeder bewaarde veel. Dat kwam van pas voor het afscheidsverhaal waarin ik herinneringen ophaalde aan de hand van enkele voorwerpen zoals haar gezinsverzorgstersuniform van zo'n 65 jaar geleden. De kleinkinderen en schoondochter deelden hun herinneringen. Na afloop dronken we wat en de hapjes waren meer dan voldoende aanwezig zodat niemand met een lege maag naar huis zou gaan. Want dat kon niet bij mijn moeder.

's Avonds thuis werd er voor de volgende dag een persconferentie aangekondigd. De coronamaatregelen zouden worden aangescherpt. Gelukkig is dat mijn moeder allemaal bespaard gebleven. Ze stierf op het juiste moment, in lijn met hoe ze het leven leefde. 

Lieve mama, dank je voor het leven!






Geen opmerkingen:

Een reactie posten