Pagina's

zondag 23 mei 2021

Mag je het ook anders zien?

De afgelopen weken keek ik naar het TV programma 'Filemon en de complotten'. In de vijf afleveringen van het programma gaat Filemon Wesselink in gesprek met mensen die verbanden tussen dingen zien die niet iedereen ziet. Sommige dingen gaan me boven de pet. Maar wat de mensen die bedenkingen hebben rondom corona en de maatregelen zeggen, kan ik goed volgen. De conclusie die Filemon op het eind van het programma trekt, maakt voor mij veel duidelijk.

Complot of visie?

Hoe mensen worden gelabeld als 'complotdenkers' en 'wappies' boeit me. Ik zweeg het afgelopen jaar ook regelmatig om maar geen 'wappie' te worden genoemd. Maar ben ik een 'complotdenker' omdat ik vragen stel en niet alles voor zoete koek aanneem? 

Mijn vader had het al dertig jaar geleden over het gevaar van de Chinezen. Dat was in de jaren dat het gevaar in onze hoofden vooral van Rusland of de voormalige Sovjet Unie kwam. China was nog een soort van ontwikkelingsland waar de mensen heel handig waren in het namaken van door ons bedachte spulletjes. Chinese kwaliteit betekende 'goedkoop en heel kort houdbaar'. Daar ging geen enkele dreiging van uit. Toch voorzag mijn vader dat de Chinezen op slinkse wijze, bijna ongemerkt de wereldorde zouden gaan bepalen. Na zijn dood zei mijn moeder:"Papa wist de dingen altijd al ver vooruit." Mijn moeder vond zijn ideeën vaak onzin, kon het daar ook niet echt met hem over hebben. Maar achteraf zag ze wel, dat hij toch vaak gelijk had. Was mijn vader een complotdenker? Of was hij visionair? Zag hij verbanden die anderen nog niet zagen?  Wat ik wel weet is dat hij graag met vrienden over zijn ideeën van gedachten wisselde.

Zwart-wit denken

Ik had nooit wat met complottheorieën. Dat er complottheorieën bestaan over bijvoorbeeld de aanslag op de Twin Towers in New York of de moord op Kennedy ontdekte ik pas toen ik me ging verdiepen in het complotdenken rondom corona. Toch had ik direct toen ik die vliegtuigen in de Twin Towers zag vliegen, andere gedachten dan iedereen om me heen en de krant en TV. De afschuw over de aanslagplegers, de angst voor verdere aanslagen en de behoefte om alles te beveiligen maakten mij bang. Ik voorzag dat onze behoefte om alles te bewaken en te beveiligen juist onze vrijheid zouden gaan beperken. Uit naam van verdediging van de westerse vrijheid, creëerden we onze eigen 'onvrijheid'. Reizen was vanaf toen niet meer zo vrij. Het terrorisme groeide en de bedreiging lag overal op de loer. De toenmalige Amerikaanse president Bush zei dat iedere natie in de wereld een keuze moest maken tussen of de kant van Amerika kiezen, of die van de terroristen: "Every nation, in every region, now has a decision to make. Either you are with us, or you are with the terrorists."  'War on terror' was geboren. 

Ik dacht niet zo zwart-wit. Ik kon me niet vinden in die oorlogstaal en dacht hiermee creëer je je eigen oorlog. Ik was banger voor de veiligheidsmaatregelen en de oorlogstaal dan voor de jongeren die op hun manier de strijd aangingen tegen de westerse suprematie over de wereld. Ik wilde ze begrijpen, ik wilde dat men het gesprek aanging. Maar daarvoor leek het al te laat. Het was 'wij' tegen de 'terrorist'. Wat is eigenlijk een 'terrorist'? Ik vind de volgende definitie: 'Een terrorist is iemand die geweld pleegt om een politiek doel te bereiken'. Interessant om je af te vragen wie dan eigenlijk de terrorist is. Is het misschien zelfs een strijd tegen onszelf?

Als je een vraag stelt ben je tegen!

Toen corona kwam, schoten we ook massaal in de beheers- en controle stand. De eerste week, misschien zelfs twee weken, was ik daar blij mee. Duidelijke taal: 'Blijf thuis!'. Langzamerhand verkregen we meer zicht op wat er mogelijk aan de hand was. De aanpak werd langzamerhand niet meer zo eenduidig. De consequenties van de maatregelen waren niet voor iedereen even goed te hanteren. De boodschap 'was je handen kapot' was voor mij een spelbreker. Je huid is een natuurlijke barrière tegen indringers van buiten. Als je huid kapot is, is dat een opening in je natuurlijke afweer. De gewone mondkapjes hielpen wel of niet, maar we moesten ze op om ons bewust te blijven van de dreiging van het virus. En toen de app kwam waarmee je gewaarschuwd zou worden als je bij een besmet iemand in de buurt zou zijn geweest, deed me helemaal aan het boek 1984 van George Orwell denken. Ik vroeg me af waar dit naartoe ging. Ouderen die alleen in een verpleeghuis moesten sterven. Zoveel onmenselijkheid begreep ik niet. Waren de maatregelen wel in verhouding tot de ernst van de kwaal? Moeten we iedereen koste wat kost in leven willen houden? 

Ik had steeds meer vragen waar ik een antwoord op zocht. Maar ik merkte steeds meer dat het stellen van een vraag niet vrij was. Zonder dat je het wilde werd je in het kamp van voor- of tegenstander van de overheidsmaatregelen geduwd. Maar ik ben niet voor of tegen.... ik ben op zoek naar de weg. En die vind ik door vragen te stellen, door het gesprek aan te gaan. Zelfs in mijn familie wordt dat niet altijd goed begrepen. Vragen worden geïnterpreteerd als 'tegen'. 

Om me heen zag ik mensen polariseren. Voorstanders gaan trots met een injectiespuit in de arm op de foto.  Ik zie dat een beetje als 'provoceren'. Eerder nam je ook niet op die manier je hepatitisinjectie in ontvangst. De mensen die vraagtekens bij de maatregelen zetten vinden elkaar op social media. Als daar dan posts met andere geluiden dan die van de overheid, worden verwijderd, gaan ze 'ondergronds'. De spreekbuizen van de overheid noemen deze mensen 'complotdenkers' of 'wappies'. Koren op hun molen; 'Zie je wel, ze nemen ons niet serieus'. Het is wij tegen de 'wappies'. De overheid heeft hiermee volgens mij een eigen vijand gecreëerd. Als dan ook de coördinator terrorisme bestrijding deze mensen als potentieel gevaar voor de samenleving bestempeld, zijn we daar waar niemand wil dat we zijn. Behalve dan degenen die alles aangrijpen om een relletje te schoppen. Maar dat zijn er veel minder dan degenen die begonnen als 'vragenstellers'. 

De overheid creëert haar eigen vijand

In mijn ogen creëer je als overheid met een eenzijdig geluid richting burgers je eigen vijand door vragenstellers, critici, mensen met een ander geluid te labelen als 'complotdenker/wappie'. Daarmee label je ze impliciet als 'niet serieus te nemen'. Welk belang heeft de overheid erbij om een deel van haar burgers op voorhand niet serieus te nemen? Dat waar de zogenaamde 'complotdenker' als vragensteller voor probeerde te waarschuwen wordt hiermee de door allen ongewenste waarheid. En de 'complotdenker' wordt weer bevestigd in dat waarom hij vragen bij de coronamaatregelen had. De overheid is onbetrouwbaar. Want dat was een conclusie van Filemon Wesselink in zijn programma; Wat 'complotdenkers' gemeenschappelijk hebben zijn slechte ervaringen met de overheid. Het niet serieus nemen van vragen en andere ideeën werkt radicalisering in de hand.

Naar aanleiding van dit alles ga ik in gesprek met mijn partner Wim. Hij noemt me af en toe ook een 'wappie' en begrijpt niet waar ik me zo druk om maak. "Gewoon je eigen gang gaan", zegt hij me vaak. Ik vraag hem of hij de overheid vertrouwt. "Nee, maar zo werkt het systeem nu eenmaal, dat kun je niet veranderen", zegt hij. "Maar vind jij dan alles goed?" vraag ik hem. "Nee, maar je kunt het nooit voor iedereen goed doen als overheid. Je moet als individu altijd blijven opkomen voor jezelf, je eigen weg vinden binnen de mogelijkheden. Stemmen op de politieke partij die het dichtst bij jouw kijk op de wereld staat, lid worden van bijvoorbeeld een vakbond om je te helpen op te komen voor belangen." Hij accepteert het systeem van de overheid, is het met veel dingen niet eens en kiest voortdurend zijn eigen weg. Na zo'n gesprek met hem kan ik dat ook weer. Maar om mijn eigen weg (weer) te vinden heb ik af en toe zo'n gesprek nodig. Een gesprek waarbij ik zonder meteen in een hoek te worden geplaatst mijn gedachten en wantrouwen kan uiten. Waarbij ik vragen kan stellen die niet meteen als 'tegen' worden opgevat. Pas dan kan ik ook de overheid weer begrijpen. Het is gewoon nooit goed. 

In gesprek om de ander te willen begrijpen in plaats van te overtuigen

Waarom niet gewoon met elkaar in gesprek gegaan? De echte waarheid bestaat niet, die maken we samen!

Naar mijn mening bestaan 'complotdenkers' niet, maar worden mensen die er andere gedachten op na houden dan de gewenste, zo genoemd door hen die zich niet in hun gedachten en achterliggende motieven willen verdiepen. Waarmee men ze dus op voorhand uitsluit voor een open gesprek. Een gesprek op zoek naar wat ons bindt in plaats van wat ons verdeelt.





donderdag 13 mei 2021

De menselijke dokter

Het gaat goed

Volgens afspraak word ik ruim twee weken na mijn baarmoederoperatie gebeld voor de uitslag van weefselonderzoek. Of er uitzaaiingen zijn en of er nog verdere behandeling zoals bestraling nodig is. Ik zeg tegen iedereen die daar naar vraagt, dat ik daar eigenlijk niet zo mee bezig ben. Ik wil eerst dat de wond geneest en ik weer gewoon kan bewegen. Wandelen, fietsen.. ik wil weer in mijn kajak!
Rond een uur of 5 in de middag gaat de telefoon en word ik gebeld door de zogenaamde behandelende arts. Ik heb hem echter nog nooit eerder gezien of gesproken. Hij vraagt een beetje hoe het gaat. Dan vertelt hij dat het allemaal schoon is. Ik hoef niet te worden bestraald en er is geen verdere behandeling nodig. Ik ben zoooo opgelucht. Nu merk ik dat ik onbewust wel degelijk gespannen was voor deze uitslag. Ik hield rekening met een natraject met bestraling. Opeens valt dat weg. Ik kan weer vooruit kijken. Er is nog wel een zes weken controle om te kijken of alles goed is hersteld. Maar dat vind ik niet erg. 

De volgende dag pak ik de fiets en rijd naar de lekkerste bakker. Ik haal mezelf een heerlijk brood en zie verrukkelijke taartjes staan. Ik vraag aan de verkoopster hoe ze smaken. Vol liefde beveelt ze me een citroen merengue taartje aan. Ik vertel haar dat ik mezelf daar op tracteer vanwege de goede uitslag. "Hier krijg ik kippenvel van", zegt ze. "Zo mooi dat u dat zichzelf gunt. Het is goed om ook lief te zijn voor jezelf." Samen schieten we vol. Blij van zoveel medemenselijkheid fiets ik naar huis. 

Aandacht voor de mens achter de patiënt

Vier weken later ga ik voor controle naar het ziekenhuis. Dokter B. is de warme en lieve gynaecoloog die mij zo prettig in narcose deed glijden en er was toen ik weer bijkwam. 
Ik loop de kamer binnen en het eerste wat ze zegt is: "Wat ben jij al goed hersteld!" Ik ben verrast. Ze heeft me nog geen vraag gesteld. Blijkbaar kunnen goede dokters aan je neus zien hoe het met je gaat. Ik hou daar van.
"Ik heb vandaag een arts in opleiding erbij, vind je dat goed?", vraagt ze. Ik zie een jongeman naast haar zitten en heb geen bezwaar tegen zijn aanwezigheid. "Hoe gaat het?" vraagt ze vervolgens.
Ik vertel hoe goed het gaat. Dat ik alles alweer doe en helemaal geen pijn meer heb. Ook kwa conditie voel ik me alweer de oude. Ik vertel haar hoe goed het me heeft gedaan hoe ze me naar de narcose begeleidde en hoe fijn ik het vond dat ze speciaal nog even bij me kwam kijken op de verkoeverkamer. Ze was al vrij en ik herinner me haar blauwe trui. Zij herinnerde zich het ook nog. Ze zegt dat ze het fijn vindt dit te horen. 
Dan vertel ik dat ik zo boos ben geworden toen ik na twee dagen 'medisch technisch' gezien naar huis moest, maar daar emotioneel nog niet klaar voor was. Dat ik heb gesmeekt nog één dag in alle rust en stilte daar op die kamer weer tot mezelf te mogen komen. Ze schoof naar het puntje van haar stoel en wilde er alles van weten. "Ik ga hier een notitie van maken" zei ze. "Ik vind dat we beter rekening moeten houden met de totale leefsituatie van de patiënt. Zodra jij thuiskomt sta je in de 'alertstand', er wordt automatisch een beroep op je gedaan. Jij hebt ook rust nodig. Ik vind dat we beter rekening moeten houden met de leefsituatie van de patiënt." Ik ben zo blij dit te horen. 
Zonder handenschudden nemen we afscheid. Corona is er nog steeds. Het liefst zou ik haar met een knuffel bedanken voor haar warme menselijkheid.

Het goede voorbeeld ter inspiratie

Twee dagen later word ik gebeld door de arts in opleiding. "Mag ik u nog wat vragen stellen?" vraagt hij.
"Het gesprek bij dokter B. heeft veel indruk op me gemaakt. Ik moet voor mijn studie een verslag schrijven over iets wat indruk op me heeft gemaakt. De bijzondere manier waarop dokter B. met haar patiënten omgaat vind ik inspirerend en speciaal in het gesprek met u. Ik vind het belangrijk dat je als arts ook vanuit het perspectief van de patiënt kijkt."  We spreken nog zeker drie kwartier. 
"Ik vind het inspirerend u zo te spreken", zegt hij. "In dit telefoongesprek met u leer ik meer over patiëntperspectief en het belang om ook naar de leefsituatie te kijken, dan dat ik tijdens mijn studie heb geleerd." 



donderdag 6 mei 2021

Vrijheid koop je!

Gisteren was het 5 mei. Overal spreekt men over vrijheid. Hoezeer we moeten koesteren te leven in een vrij land. Vergelijkingen maken tussen nu en de Tweede wereldoorlog mag niet. Diezelfde dag komt het bericht dat we waarschijnlijk nog voor de zomer een vaccinatiepaspoort krijgen, zodat we weer op vakantie naar het buitenland kunnen en in eigen land het theater mogen bezoeken. Het toerisme moet weer op gang gebracht. Ik voel een diep verdriet in me naar boven komen. De oorlog komt nu opeens wel heel dichtbij. 

Ik vraag me af wat we eigenlijk verstaan onder vrijheid. Hoe vrij zijn we eigenlijk? 

Wat is vrijheid eigenlijk?

's Avonds kijk ik naar het bevrijdingsconcert in Koninklijk Theater Carré. Prachtig hoe het begint met de ene man in het bootje op de gracht, waarmee de muziek langaam naar binnen ging. Er zijn mooie woorden, mooie beelden, mooie muziek. Ik zeg nog tegen mijn man Wim dat ik het concert zo binnen eigenlijk wel mooier vind dan buiten op de gracht. Het is rustiger. Maar ergens kriebelt nog steeds de vraag in mij wat we nu eigenlijk verstaan onder vrijheid. Is vrijheid het ontbreken van oorlog? Een oorlog met dodelijke en verwoestende wapens?

Dan zingt Stef Bos het lied 'Daarom zijn wij vrij'. Ik luister met verbazing. Ik herken dat lang niet alles wat hij noemt nog zo vanzelfsprekend is. Een stukje uit de tekst:

daarom zijn wij vrij

vrij om te bewegen

vrij om zelf te kiezen

waarvoor wij willen leven

vrij om weg te gaan

vrij om hier te blijven

vrij om wat dan ook

te zeggen of te schrijven

 

vrij om weg te dromen

naar kastelen in de lucht

waar de vrijheid van de een

niet de ander onderdrukt

vrij om te geloven


Ongevaccineerd ben ik bijvoorbeeld helemaal niet vrij om weg te gaan. En vrij om wat dan ook te zeggen of te schrijven voel ik me ook al een jaar niet meer. Regelmatig doe ik er maar het zwijgen toe, om onaangename woordenwisselingen te voorkomen. Ik pas me aan omwille van de 'lieve vrede'. 


Aanpassen om te overleven

Wij leren als kind al om ons aan te passen, het is een overlevingsstrategie. Als je niet gehoorzaamt krijg je straf. Als je je bord niet leeg eet mag je niet buiten spelen. Dus eet je je bord maar leeg, ook al heb je al genoeg gehad of lust je het niet. Het is vaak uit goede bedoelingen, je ouders willen het beste voor je. Maar wat is het beste voor je? Wat in de opvoeding als beste voor je wordt gezien is vaak de beste manier om in het milieu waarin je wordt grootgebracht te overleven. Hoe vrij is dat?


Als je het milieu waarin je bent opgegroeid als knellend ervaart, kun je je daaruit bevrijden. Maar vraag maar eens aan mensen die zijn opgegroeid met een bepaald geloof of godsdienst, hoe gemakkelijk het is om je daaruit te bevrijden. Dat gaat zomaar niet. 


Hoe vrij ben je om ontslag te nemen als je je baan als knellend ervaart en er ziek van wordt. Hoe vrij ben je om tegen je baas te zeggen dat wat je moet doen eigenlijk niet kan, omdat het andere mensen schaadt. Word je dan vriendelijk doch dwingend weer op het goede spoor gezet of mag je vertrekken? 'Functie elders'. 


Als je gevangen wordt gehouden en je vrijheid kan verdienen door sex te hebben tegen je zin? Wat doe je dan? Als je geld kunt verdienen om mooie dingen te kopen of te kunnen reizen, door je lichaam te verkopen wat doe je dan? Hoe zit het hier met dwang, al dan niet van de groep, en vrije keuze?


Dichte deuren 

In deze tijd met coronamaatregelen waarin we nu leven, heb ik tot nog toe aardig zelf kunnen kiezen. Voor bepaalde tijd niet naar de winkel te kunnen om kleding of schoenen te kopen, is te doen. Niet gezellig op een terrasje te kunnen zitten is in de winter geen straf. Als het 's avonds donker en koud is, is de avondklok geen probleem. En van grote groepen mensen bij elkaar hield ik toch al niet. Het mondkapje heb ik in de supermarkt voorgedaan omwille van de lieve vrede. Afstand houden is soms zelfs wel fijn.
Tijdelijk.


Maar nu is het zover dat het aan mijn lijf komt. Dat ik geen keuze meer lijk te hebben om nog deel te nemen aan een sociaal leven als ik mij niet laat vaccineren en testen. De groepsdruk maakt dat ik er maar liever niet over spreek (of schrijf). Of ik dat wel of niet doe is nog een keuze, niet geheel vrij want ingegeven door angst er niet meer bij te horen. Die reis naar Italië kan ik ook nog wel overslaan als ik daar een vaccinatiepaspoort voor nodig heb. Maar als ik in alle gezondheid niet meer met vrienden in een restaurant kan gaan eten zonder met een test te kunnen aantonen dat ik niet besmet ben, dan voel ik me steeds meer buitengesloten. Waar gaat straks nog meer de deur voor me dicht zonder vaccinatiepaspoort?


"Doe toch niet zo moeilijk!"

Ja natuurlijk kan ik zeggen: "Oke, doe mij dan maar een injectie, dan ben ik van al het gezeur af." Maar dan koop ik vrijheid met het weggeven van een stukje integriteit. Ik ben niet te koop.

Artikel 11 van de Grondwet waarborgt de Onaantastbaarheid van het lichaam. Wat is zo'n artikel waard als het je beperkt in je vrijheid om deel te nemen aan het gewone sociale leven?


Nu het zover komt dat het mijn eigen lijf betreft, komt het verzet in mij naar boven. Ik merk dat ik de vrijheid heb om me tegen(indirect verplichte) aantasting van mijn lichaam te verzetten. Ik voel ook angst voor afwijzing. Die angst zou mij er van kunnen weerhouden om mijn vrijheid te nemen. 


Reinier Sijpkens
Dat brengt mij tot mijn eigen definitie: ' Vrij zijn is leven zonder angst'. Ik kan me laten leiden door de angst of door mijn behoefte aan persoonlijke integriteit. Vooralsnog kies ik voor het laatste. Ik ben niet te koop. 


Ik denk weer aan het bevrijdingsconcert. Tot slot is er altijd het lied 'We'll meet again' van Vera Lynn. Ik zei tegen Wim: "Nu mis ik wel dat ze wegvaren in dat bootje." Met dat ik dat zeg komt er weer de man in beeld, muziek makend in zijn prachtig versierde bootje. Langzaam vaart hij uit beeld. Reinier Sijpkens in zijn Notendop. 


Bevrijdend!!

 









zaterdag 1 mei 2021

Het bevechten van rust en ruimte.


Weer thuis

Thuis
Op woensdag 24 maart om ongeveer 18.30 uur ben ik weer thuis uit het ziekenhuis. Twee dagen nadat mijn baarmoeder en eierstokken zijn verwijderd. Ik heb een briefje meegekregen met leefregels en adviezen voor thuis voor de komende 6 weken. 
In de reisrolstoel van Wim rijdt dochter Marieke me van de auto naar de woonkamer. Ik begrijp nu waarom Wim er zo'n hekel aan heeft als ik hem onvoorzichtig over hobbels in de weg duw. Ik ben blij als ik me op de bank in de woonkamer kan settelen. Marieke brengt de tas met mijn spullen naar boven terwijl ik vrienden en bekenden app dat ik weer thuis ben. Wim is blij me weer te zien en zijn zoon Sybren zet een kopje thee voor me. Ik ben vooral moe en benieuwd hoe ik zou kunnen slapen in het logeerbed. Ik heb behoefte aan stilte, rust, helemaal niets om me heen.

In het ziekenhuis was ik die ochtend van de 'wat heerlijk dat er voor me gezorgd wordt stand' in de 'vechtstand' terecht gekomen. Ik heb mezelf nog nooit zo assertief meegemaakt. Ik had zo'n behoefte aan rust en bijkomen, dat ik daar erg hard voor bleek te kunnen knokken. In het ziekenhuis leverde dat niet op wat ik wenste. Ik mocht niet nog een nachtje blijven want ik was medisch technisch gezien goed voor vertrek. Nu dus thuis die stilte en rust zien te krijgen. Gelukkig bleef Sybren nog de rest van de week om in ieder geval 'nachts het ademapparaat van Wim te bedienen en Wim zijn sondevoeding te geven. Ik hoefde dus niet naast het geluid van dat ademapparaat te slapen. 

Rust


Om 21 uur trek ik me terug op de logeerkamer. De trap op lopen valt me mee. Een beetje voorovergebogen als een 'oud vrouwtje' gaat dat best. Met een extra dekbed gevouwen als ruggesteun creëer ik me een slaapplek. Op mijn zij kan ik nog niet liggen. Ik neem twee Paracetamol tabletten tegen de pijn. Zo'n buikwond voel je zowel van buiten trekken als van binnen. Mijn darmen zijn ook nog niet helemaal rustig. In bed lig ik nog een beetje te appen. Lieve reacties van iedereen, vele harten onder de riem. Mensen die aanbieden om een pannetje soep of een maaltje te komen brengen. Dat doet me goed.

Ik slaap matig, wel genietend van de rust. Ik merk dat ik behoefte heb aan een eigen wereldje, even los van de rest. De volgende ochtend ontbijt ik in alle rust aan de keukentafel en trek me om 10 uur weer terug in bed. Ik slaap niet echt, maar duttel wat. In de richtlijn van het ziekenhuis staat tenslotte voor de eerste week: 'Gun u zelf voldoende rust. Geen huishoudelijk werk en tillen tot 2 kg'. Eens zien hoe lang ik dit volhoud. 

Ik lunch beneden, loop een beetje door het huis, maar ik irriteer me aan elke vraag van Wim en alle radio- en TV-geluid. Halverwege de middag trek ik me weer terug. 's Avonds eet ik een heerlijk maaltje door de buren gebracht. Pasta met garnalen. Dat smaakt me goed. Ik heb ook nog soep en quiche met zalm. De post brengt vele kaarten en ondertussen stromen ook de bloemen binnen. Het ontroert me zoveel lieve mensen om me heen te weten. Wat zijn we blij dat onze verhuisplannen niet door zijn gegaan. Dan hadden we nu in een vreemde omgeving gezeten, midden in de verhuistroep. 

Frisse lucht!

Zuurstof!
Op vrijdag gaat het iets beter. Ik loop voorzichtig een rondje rondom het huis. Ik heb erge behoefte aan
frisse lucht. En opeens besef ik me dat ik nog steeds enigszins voorover gebogen loop. Ik recht mijn rug, haal diep adem, strek mijn armen in de lucht. Whow! Ik voel opeens mijn benen tintelen. Alsof de zuurstof er doorheen borrelt. Ik ervaar opeens wat frisse lucht en goed ademhalen doet. Ik knap er helemaal van op. Het geeft me energie. Ik blijf rechtop lopen en neem me voor om vanaf nu mijn dagelijkse ademhalingsoefeningen in de ochtend weer te doen. 

Op zaterdag komt Marieke. Ik vraag haar of ze even wil stofzuigen, de was doen en de bedden wil verschonen. Die avond wil ik weer in mijn eigen bed naast Wim gaan slapen. Ik kan alweer een beetje draaien en half op mijn zij liggen. Omdat het nog een beetje lastig is om Wim te helpen van de trap naar het bed, helpt Sybren daar nog een keertje mee. Vanaf zondag hopen we ons weer samen te kunnen redden.

Zondag pakt Sybren al zijn spullen bij elkaar en is het huis weer voor ons alleen. Dat geeft ook weer rust, ook al valt er een hulp weg. Ik geef Wim weer zijn sondevoeding, help hem naar bed en slaap weer naast een blazend ademapparaat. Het valt me niet tegen. 

Alweer boos

Op maandag komt de tuinman. Die komt twee keer per jaar voor het grote werk. Deze keer vraag ik hem ook of hij het gras in de voortuin even wil maaien. Dat is nog niet gemaaid na de winter en ziet er uit als een weiland. Meestal help ik hem een handje in de tuin. Deze keer geniet ik vanaf de bank hoe de boel opknapt. Ik vind het heerlijk. De pijn weerhoudt me ervan om veel te bewegen. Volgens de richtlijnen mag ik in week twee licht huishoudelijk werk doen. Ik ruim wat op, geef de bloemen water en stof de vensterbanken. De buurvrouw komt de boodschappen brengen! Veel geluid kan ik nog niet verdragen. Ik ben altijd wel een beetje gevoelig voor herrie, maar nu is het extreem. 

Als Wim de volgende ochtend in bed de radio aandoet terwijl ik nog slaap, ontplof ik. Ik noem hem egoïstisch omdat hij geen rekening met me houdt. Ik ben de hele ochtend boos. Dat is niets voor mij, ik ben het meestal snel weer vergeten, maar nu blijf ik maar doorgaan. Om alles kan ik huilen. Ook andere kleinigheden waar ik me normaal niet druk om maak. Ik gooi Wim voor de voeten dat ik weg wil en dat hij het maar uit moet zoeken in zijn eentje. Ik heb behoefte om alleen maar voor mezelf te hoeven zorgen en verder niet te worden lastiggevallen. Ik wil een huisje huren aan de zee! 

Maar goed, de bui drijft weer over en als ik na het middagdutje weer beneden kom staat er een fantastische doos vol fruit tussen de bloemen op de keukentafel. Wat een verrassing, maar ook wat heerlijk! Ik snoep van de druiven en maak een fruitsalade. Eet beschuitjes met verse aardbeien. Wat een verwennerij. Precies wat ik nodig heb op dat moment!

De volgende dag zit ik heerlijk in de zon met een vriendin te genieten van de koffie. Ik vertel haar hoe boos ik steeds ben omdat Wim van alles vraagt, alsof er niets met me is. Ik begrijp dat het voor hem ook lastig is dat ik niet alles kan, maar ik wil graag dat hij er ook zelf een beetje rekening mee houdt en dat ik niet alles hoef te bevechten. Ze vraagt me of het ook iets met zijn gevoel van onvermogen om me te helpen heeft te doen. 

Ruimte

Die middag heb ik het er over met Wim. Hij geeft aan dat hij het ook lastig vindt dat hij zo weinig voor me kan doen. Hij voelt zich een beetje machteloos. Ik vraag hem of hij dan in ieder geval wil kijken wat hij voor zichzelf wel kan doen of regelen, zonder meteen een beroep op mij te doen. We geven elkaar een dikke knuffel en vanaf dat moment is de lucht geklaard. Ik hoef niet meer weg!

Nu alle boosheid uit me lijkt te zijn verdwenen, kan ik zien hoe nodig het misschien ook wel is geweest dat ze me in het ziekenhuis in de 'vechtstand' hebben gekregen. Ik wilde rust, stilte en geen gedoe. Het is logisch dat een ziekenhuis daar niet (meer) voor is. Mijn moeder lag 40 jaar geleden na de verwijdering van haar baarmoeder, wekenlang in het ziekenhuis. "Gelukkig gaat dat tegenwoordig allemaal heel anders" zegt ze. "Misschien waren ze toen ook wel een beetje te betuttelend." Ik had die assertiviteit misschien wel nodig om thuis die rust en ruimte voor mezelf te bevechten. We hebben daar nu in ieder geval weer een goede balans in gevonden voor verder herstel.

Wordt vervolgd