Pagina's

donderdag 6 mei 2021

Vrijheid koop je!

Gisteren was het 5 mei. Overal spreekt men over vrijheid. Hoezeer we moeten koesteren te leven in een vrij land. Vergelijkingen maken tussen nu en de Tweede wereldoorlog mag niet. Diezelfde dag komt het bericht dat we waarschijnlijk nog voor de zomer een vaccinatiepaspoort krijgen, zodat we weer op vakantie naar het buitenland kunnen en in eigen land het theater mogen bezoeken. Het toerisme moet weer op gang gebracht. Ik voel een diep verdriet in me naar boven komen. De oorlog komt nu opeens wel heel dichtbij. 

Ik vraag me af wat we eigenlijk verstaan onder vrijheid. Hoe vrij zijn we eigenlijk? 

Wat is vrijheid eigenlijk?

's Avonds kijk ik naar het bevrijdingsconcert in Koninklijk Theater Carré. Prachtig hoe het begint met de ene man in het bootje op de gracht, waarmee de muziek langaam naar binnen ging. Er zijn mooie woorden, mooie beelden, mooie muziek. Ik zeg nog tegen mijn man Wim dat ik het concert zo binnen eigenlijk wel mooier vind dan buiten op de gracht. Het is rustiger. Maar ergens kriebelt nog steeds de vraag in mij wat we nu eigenlijk verstaan onder vrijheid. Is vrijheid het ontbreken van oorlog? Een oorlog met dodelijke en verwoestende wapens?

Dan zingt Stef Bos het lied 'Daarom zijn wij vrij'. Ik luister met verbazing. Ik herken dat lang niet alles wat hij noemt nog zo vanzelfsprekend is. Een stukje uit de tekst:

daarom zijn wij vrij

vrij om te bewegen

vrij om zelf te kiezen

waarvoor wij willen leven

vrij om weg te gaan

vrij om hier te blijven

vrij om wat dan ook

te zeggen of te schrijven

 

vrij om weg te dromen

naar kastelen in de lucht

waar de vrijheid van de een

niet de ander onderdrukt

vrij om te geloven


Ongevaccineerd ben ik bijvoorbeeld helemaal niet vrij om weg te gaan. En vrij om wat dan ook te zeggen of te schrijven voel ik me ook al een jaar niet meer. Regelmatig doe ik er maar het zwijgen toe, om onaangename woordenwisselingen te voorkomen. Ik pas me aan omwille van de 'lieve vrede'. 


Aanpassen om te overleven

Wij leren als kind al om ons aan te passen, het is een overlevingsstrategie. Als je niet gehoorzaamt krijg je straf. Als je je bord niet leeg eet mag je niet buiten spelen. Dus eet je je bord maar leeg, ook al heb je al genoeg gehad of lust je het niet. Het is vaak uit goede bedoelingen, je ouders willen het beste voor je. Maar wat is het beste voor je? Wat in de opvoeding als beste voor je wordt gezien is vaak de beste manier om in het milieu waarin je wordt grootgebracht te overleven. Hoe vrij is dat?


Als je het milieu waarin je bent opgegroeid als knellend ervaart, kun je je daaruit bevrijden. Maar vraag maar eens aan mensen die zijn opgegroeid met een bepaald geloof of godsdienst, hoe gemakkelijk het is om je daaruit te bevrijden. Dat gaat zomaar niet. 


Hoe vrij ben je om ontslag te nemen als je je baan als knellend ervaart en er ziek van wordt. Hoe vrij ben je om tegen je baas te zeggen dat wat je moet doen eigenlijk niet kan, omdat het andere mensen schaadt. Word je dan vriendelijk doch dwingend weer op het goede spoor gezet of mag je vertrekken? 'Functie elders'. 


Als je gevangen wordt gehouden en je vrijheid kan verdienen door sex te hebben tegen je zin? Wat doe je dan? Als je geld kunt verdienen om mooie dingen te kopen of te kunnen reizen, door je lichaam te verkopen wat doe je dan? Hoe zit het hier met dwang, al dan niet van de groep, en vrije keuze?


Dichte deuren 

In deze tijd met coronamaatregelen waarin we nu leven, heb ik tot nog toe aardig zelf kunnen kiezen. Voor bepaalde tijd niet naar de winkel te kunnen om kleding of schoenen te kopen, is te doen. Niet gezellig op een terrasje te kunnen zitten is in de winter geen straf. Als het 's avonds donker en koud is, is de avondklok geen probleem. En van grote groepen mensen bij elkaar hield ik toch al niet. Het mondkapje heb ik in de supermarkt voorgedaan omwille van de lieve vrede. Afstand houden is soms zelfs wel fijn.
Tijdelijk.


Maar nu is het zover dat het aan mijn lijf komt. Dat ik geen keuze meer lijk te hebben om nog deel te nemen aan een sociaal leven als ik mij niet laat vaccineren en testen. De groepsdruk maakt dat ik er maar liever niet over spreek (of schrijf). Of ik dat wel of niet doe is nog een keuze, niet geheel vrij want ingegeven door angst er niet meer bij te horen. Die reis naar Italië kan ik ook nog wel overslaan als ik daar een vaccinatiepaspoort voor nodig heb. Maar als ik in alle gezondheid niet meer met vrienden in een restaurant kan gaan eten zonder met een test te kunnen aantonen dat ik niet besmet ben, dan voel ik me steeds meer buitengesloten. Waar gaat straks nog meer de deur voor me dicht zonder vaccinatiepaspoort?


"Doe toch niet zo moeilijk!"

Ja natuurlijk kan ik zeggen: "Oke, doe mij dan maar een injectie, dan ben ik van al het gezeur af." Maar dan koop ik vrijheid met het weggeven van een stukje integriteit. Ik ben niet te koop.

Artikel 11 van de Grondwet waarborgt de Onaantastbaarheid van het lichaam. Wat is zo'n artikel waard als het je beperkt in je vrijheid om deel te nemen aan het gewone sociale leven?


Nu het zover komt dat het mijn eigen lijf betreft, komt het verzet in mij naar boven. Ik merk dat ik de vrijheid heb om me tegen(indirect verplichte) aantasting van mijn lichaam te verzetten. Ik voel ook angst voor afwijzing. Die angst zou mij er van kunnen weerhouden om mijn vrijheid te nemen. 


Reinier Sijpkens
Dat brengt mij tot mijn eigen definitie: ' Vrij zijn is leven zonder angst'. Ik kan me laten leiden door de angst of door mijn behoefte aan persoonlijke integriteit. Vooralsnog kies ik voor het laatste. Ik ben niet te koop. 


Ik denk weer aan het bevrijdingsconcert. Tot slot is er altijd het lied 'We'll meet again' van Vera Lynn. Ik zei tegen Wim: "Nu mis ik wel dat ze wegvaren in dat bootje." Met dat ik dat zeg komt er weer de man in beeld, muziek makend in zijn prachtig versierde bootje. Langzaam vaart hij uit beeld. Reinier Sijpkens in zijn Notendop. 


Bevrijdend!!

 









zaterdag 1 mei 2021

Het bevechten van rust en ruimte.


Weer thuis

Thuis
Op woensdag 24 maart om ongeveer 18.30 uur ben ik weer thuis uit het ziekenhuis. Twee dagen nadat mijn baarmoeder en eierstokken zijn verwijderd. Ik heb een briefje meegekregen met leefregels en adviezen voor thuis voor de komende 6 weken. 
In de reisrolstoel van Wim rijdt dochter Marieke me van de auto naar de woonkamer. Ik begrijp nu waarom Wim er zo'n hekel aan heeft als ik hem onvoorzichtig over hobbels in de weg duw. Ik ben blij als ik me op de bank in de woonkamer kan settelen. Marieke brengt de tas met mijn spullen naar boven terwijl ik vrienden en bekenden app dat ik weer thuis ben. Wim is blij me weer te zien en zijn zoon Sybren zet een kopje thee voor me. Ik ben vooral moe en benieuwd hoe ik zou kunnen slapen in het logeerbed. Ik heb behoefte aan stilte, rust, helemaal niets om me heen.

In het ziekenhuis was ik die ochtend van de 'wat heerlijk dat er voor me gezorgd wordt stand' in de 'vechtstand' terecht gekomen. Ik heb mezelf nog nooit zo assertief meegemaakt. Ik had zo'n behoefte aan rust en bijkomen, dat ik daar erg hard voor bleek te kunnen knokken. In het ziekenhuis leverde dat niet op wat ik wenste. Ik mocht niet nog een nachtje blijven want ik was medisch technisch gezien goed voor vertrek. Nu dus thuis die stilte en rust zien te krijgen. Gelukkig bleef Sybren nog de rest van de week om in ieder geval 'nachts het ademapparaat van Wim te bedienen en Wim zijn sondevoeding te geven. Ik hoefde dus niet naast het geluid van dat ademapparaat te slapen. 

Rust


Om 21 uur trek ik me terug op de logeerkamer. De trap op lopen valt me mee. Een beetje voorovergebogen als een 'oud vrouwtje' gaat dat best. Met een extra dekbed gevouwen als ruggesteun creëer ik me een slaapplek. Op mijn zij kan ik nog niet liggen. Ik neem twee Paracetamol tabletten tegen de pijn. Zo'n buikwond voel je zowel van buiten trekken als van binnen. Mijn darmen zijn ook nog niet helemaal rustig. In bed lig ik nog een beetje te appen. Lieve reacties van iedereen, vele harten onder de riem. Mensen die aanbieden om een pannetje soep of een maaltje te komen brengen. Dat doet me goed.

Ik slaap matig, wel genietend van de rust. Ik merk dat ik behoefte heb aan een eigen wereldje, even los van de rest. De volgende ochtend ontbijt ik in alle rust aan de keukentafel en trek me om 10 uur weer terug in bed. Ik slaap niet echt, maar duttel wat. In de richtlijn van het ziekenhuis staat tenslotte voor de eerste week: 'Gun u zelf voldoende rust. Geen huishoudelijk werk en tillen tot 2 kg'. Eens zien hoe lang ik dit volhoud. 

Ik lunch beneden, loop een beetje door het huis, maar ik irriteer me aan elke vraag van Wim en alle radio- en TV-geluid. Halverwege de middag trek ik me weer terug. 's Avonds eet ik een heerlijk maaltje door de buren gebracht. Pasta met garnalen. Dat smaakt me goed. Ik heb ook nog soep en quiche met zalm. De post brengt vele kaarten en ondertussen stromen ook de bloemen binnen. Het ontroert me zoveel lieve mensen om me heen te weten. Wat zijn we blij dat onze verhuisplannen niet door zijn gegaan. Dan hadden we nu in een vreemde omgeving gezeten, midden in de verhuistroep. 

Frisse lucht!

Zuurstof!
Op vrijdag gaat het iets beter. Ik loop voorzichtig een rondje rondom het huis. Ik heb erge behoefte aan
frisse lucht. En opeens besef ik me dat ik nog steeds enigszins voorover gebogen loop. Ik recht mijn rug, haal diep adem, strek mijn armen in de lucht. Whow! Ik voel opeens mijn benen tintelen. Alsof de zuurstof er doorheen borrelt. Ik ervaar opeens wat frisse lucht en goed ademhalen doet. Ik knap er helemaal van op. Het geeft me energie. Ik blijf rechtop lopen en neem me voor om vanaf nu mijn dagelijkse ademhalingsoefeningen in de ochtend weer te doen. 

Op zaterdag komt Marieke. Ik vraag haar of ze even wil stofzuigen, de was doen en de bedden wil verschonen. Die avond wil ik weer in mijn eigen bed naast Wim gaan slapen. Ik kan alweer een beetje draaien en half op mijn zij liggen. Omdat het nog een beetje lastig is om Wim te helpen van de trap naar het bed, helpt Sybren daar nog een keertje mee. Vanaf zondag hopen we ons weer samen te kunnen redden.

Zondag pakt Sybren al zijn spullen bij elkaar en is het huis weer voor ons alleen. Dat geeft ook weer rust, ook al valt er een hulp weg. Ik geef Wim weer zijn sondevoeding, help hem naar bed en slaap weer naast een blazend ademapparaat. Het valt me niet tegen. 

Alweer boos

Op maandag komt de tuinman. Die komt twee keer per jaar voor het grote werk. Deze keer vraag ik hem ook of hij het gras in de voortuin even wil maaien. Dat is nog niet gemaaid na de winter en ziet er uit als een weiland. Meestal help ik hem een handje in de tuin. Deze keer geniet ik vanaf de bank hoe de boel opknapt. Ik vind het heerlijk. De pijn weerhoudt me ervan om veel te bewegen. Volgens de richtlijnen mag ik in week twee licht huishoudelijk werk doen. Ik ruim wat op, geef de bloemen water en stof de vensterbanken. De buurvrouw komt de boodschappen brengen! Veel geluid kan ik nog niet verdragen. Ik ben altijd wel een beetje gevoelig voor herrie, maar nu is het extreem. 

Als Wim de volgende ochtend in bed de radio aandoet terwijl ik nog slaap, ontplof ik. Ik noem hem egoïstisch omdat hij geen rekening met me houdt. Ik ben de hele ochtend boos. Dat is niets voor mij, ik ben het meestal snel weer vergeten, maar nu blijf ik maar doorgaan. Om alles kan ik huilen. Ook andere kleinigheden waar ik me normaal niet druk om maak. Ik gooi Wim voor de voeten dat ik weg wil en dat hij het maar uit moet zoeken in zijn eentje. Ik heb behoefte om alleen maar voor mezelf te hoeven zorgen en verder niet te worden lastiggevallen. Ik wil een huisje huren aan de zee! 

Maar goed, de bui drijft weer over en als ik na het middagdutje weer beneden kom staat er een fantastische doos vol fruit tussen de bloemen op de keukentafel. Wat een verrassing, maar ook wat heerlijk! Ik snoep van de druiven en maak een fruitsalade. Eet beschuitjes met verse aardbeien. Wat een verwennerij. Precies wat ik nodig heb op dat moment!

De volgende dag zit ik heerlijk in de zon met een vriendin te genieten van de koffie. Ik vertel haar hoe boos ik steeds ben omdat Wim van alles vraagt, alsof er niets met me is. Ik begrijp dat het voor hem ook lastig is dat ik niet alles kan, maar ik wil graag dat hij er ook zelf een beetje rekening mee houdt en dat ik niet alles hoef te bevechten. Ze vraagt me of het ook iets met zijn gevoel van onvermogen om me te helpen heeft te doen. 

Ruimte

Die middag heb ik het er over met Wim. Hij geeft aan dat hij het ook lastig vindt dat hij zo weinig voor me kan doen. Hij voelt zich een beetje machteloos. Ik vraag hem of hij dan in ieder geval wil kijken wat hij voor zichzelf wel kan doen of regelen, zonder meteen een beroep op mij te doen. We geven elkaar een dikke knuffel en vanaf dat moment is de lucht geklaard. Ik hoef niet meer weg!

Nu alle boosheid uit me lijkt te zijn verdwenen, kan ik zien hoe nodig het misschien ook wel is geweest dat ze me in het ziekenhuis in de 'vechtstand' hebben gekregen. Ik wilde rust, stilte en geen gedoe. Het is logisch dat een ziekenhuis daar niet (meer) voor is. Mijn moeder lag 40 jaar geleden na de verwijdering van haar baarmoeder, wekenlang in het ziekenhuis. "Gelukkig gaat dat tegenwoordig allemaal heel anders" zegt ze. "Misschien waren ze toen ook wel een beetje te betuttelend." Ik had die assertiviteit misschien wel nodig om thuis die rust en ruimte voor mezelf te bevechten. We hebben daar nu in ieder geval weer een goede balans in gevonden voor verder herstel.

Wordt vervolgd





vrijdag 30 april 2021

Menselijke artsen maken het verschil


Zin

Het is inmiddels alweer vijf weken na de operatie. Er is zoveel gebeurd, dat ik wel wilde schrijven maar niet wist waar te beginnen. Het ziekenhuis, thuis, corona, de politieke spelletjes die blootgelegd worden, het raakt me allemaal. Maar wat stel ik met mijn verhaal nu voor in zo'n hectische wereld? Wie gaat dat lezen? Waar ga ik beginnen? De hoeveelheid van wat er op me af komt, legt me lam. Ik doe maar even niks. Totdat ik opeens een sms bericht van Bob krijg. Bob met wie ik ooit werkte en die ik al jaren niet meer heb gezien. Bij hem is ook net kanker ontdekt en hij zit in een tredmolen. Hij voelt behoefte om het van zich af te schrijven en dacht daarbij opeens aan mij. Toen hij mijn laatste blog over de aanloop naar mijn baarmoederoperatie had gelezen besloot hij contact op te nemen. "Ik herken ontiegelijk veel uit je laatste blog" schrijft hij. "Het zijn gouden tijden maar ook spannend. Ik heb aan jou gedacht om het van me af te schrijven in een soort dialoog." 

Dat hij me dit schrijft, geeft zin aan mijn blog. Ik besluit dat ik door moet gaan met het schrijven van mijn blogs. Al is er maar een persoon die er wat aan heeft. Mijzelf helpt het in ieder geval om inzicht te krijgen in mijn hersenspinsels. 

Ik geef me over

Mijn dochter bracht me die maandag de 22e maart naar het ziekenhuis. In het voorgesprek gaf ik aan tot hoever ik wel en niet behandeld wilde worden. Dat gaf nog wel enige verwarring. "Tijdens een operatie reanimeren we altijd als dat aan de orde is. Wilt u dat dan ook niet?" Ja, natuurlijk wil ik niet overlijden op de operatietafel. Maar als er van alles mis is wil ik ook niet als 'kasplant' verder leven. We konden er in dat gesprek eigenlijk niet zoveel mee, merkte ik, maar ik wilde het wel gezegd hebben en genoteerd. "Maar betekent dat dan dat we u status A (niet reanimeren) moeten geven?" Nee, dat ook weer niet. Ik geef me maar over. 

Dan mag ik me klaarmaken voor de operatie. Bloot in een ziekenhuisschort op een bed. De gynaecoloog die ook bij de operatie zal zijn, bereid me voor. "Het is fijn als je voor de narcose aan iets moois denkt, dan kom je prettiger weer bij", zegt ze. "Ben je nog op vakantie geweest vorige zomer?" Ik begin te vertellen over het reizen door Italië, het prachtige landschap. Dan krijg ik een kapje op mijn mond en neus. De gynaecoloog praat vol liefde verder over Italië. Ik lig te glimlachen. "Nu tellen we tot drie en dan ben je weg." En weg ben ik. 

Fijn wakker worden

Na ongeveer anderhalf uur word ik langzaam wakker met het gevoel dat ik moet plassen. Ik wil uit mijn bed stappen en ontdek dan dat ik niet thuis ben. Er komt iemand naast me staan. "Goedemiddag, u bent op de verkoeverkamer in het ziekenhuis. De operatie is goed gegaan. U kunt nu rustig aan weer wakker worden." Ik hoor mezelf kreunen van de pijn. "We zullen nog een beetje meer morfine geven tegen de pijn. Wilt u een waterijsje?" Daar ben ik nog niet aan toe. In de verte hoor ik een gesprek met een meneer over een apnoe wat hij van tevoren had moeten melden. Een heel gedoe. Dan is daar opeens de gynaecoloog. "Dag schoonheid, de operatie is goed geslaagd. We hebben een hele knollentuin verwijderd en je eierstokken zagen er nog mooi uit." Ze aaide over mijn arm. "Ik ben al vrij, maar ik wilde je dit toch nog even zelf vertellen." Ik word er helemaal blij van. "Doe mij nu maar een ijsje", zeg ik. 

Na het ijsje word ik naar de verpleegafdeling gebracht. Op een eenpersoonskamer mag ik mijn roes verder uitslapen. "Wilt u nog wat eten? We hebben nog spinazie en aardappelpuree." Ik heb er enkele hapjes van gehad in de hoop dat het zou helpen tegen de misselijkheid. Ik app mijn kinderen dat alles goed is gegaan en bel met Wim. Mijn dochter komt nog even langs. Het is goed. 

Pijntjes

Die nacht slaap ik slecht. Misselijk, pijn bij elke beweging en op de rug slapen kon ik toch al nooit zo
goed. Om 2 uur had ik zo'n rammelende maag dat ik er last van had. "Zal ik u een beschuitje brengen?" vroeg de allerliefste verpleegkundige. Dit waren de lekkerste beschuitjes met kaas die ik ooit gegeten heb. Ik voel me meteen veel beter. 

De volgende ochtend werd ik goed wakker. De pijn valt dankzij de medicatie wel mee. Ik was wel moe en viel na het ontbijt meteen weer in slaap. Toen ik weer wakker werd, was ik me bewust van die wond. Ik moest nu opstaan om te gaan plassen. Oehhhh. Voorovergebogen als een oud vrouwtje liep ik de vijf stappen naar het toilet. "U moet wel goed leegplassen, want uw blaas moet weer op gang komen nu." Pfff, ik kon helemaal niet meer plassen. Het voelde alsof ik het contact met mijn blaas opnieuw moest aanmaken. "Probeert u het straks nog maar een keer. Zullen we nu dan de pleister van de wond halen?" Daar was ik op dat moment ook helemaal nog niet aan toe. Ik zag zo'n gapende snee van 15 cm voor me, met zo'n rij met geknoopte hechtingen. Dat wilde ik even niet zien. "Oke, dan doen we het later, gaat u nu eerst maar even rusten." 

's Avonds kwam mijn zoon op bezoek. Dat was fijn. Er kwam een andere verpleegkundige. "Mag ik even naar uw wond kijken?" "Ja, dat mag wel, maar daar zit de pleister nog op, vanmiddag zag ik daar nog erg tegenop", zei ik. "Oh, dan halen we die er nu meteen vanaf, dan kunt u de hand van uw zoon vasthouden", zei ze. Ze haalde de pleister eraf. Alles wat ik zag was een soort ritssluiting. Niks gapende snee met zwarte hechtingen. Geen bloed, niets. Er hoefde geen pleister meer op. Dit viel me mee!

"Maak plaats, maak plaats, maak plaats.... "

Die nacht had ik vooral last van mijn darmen die zich weer een nieuwe plek creëren. Wat een gerommel en gedoe. Ik zag er ook tegenop om weer naar het toilet te gaan. Zouden die hechtingen daarbinnen die druk wel aankunnen? Volgens de verpleegkundige hoefde ik me daar geen zorgen over te maken. Wel gaf ze me zo'n zakje met een oplossing om de darminhoud soepel te houden. Dat zou het gemakkelijker maken. Ik voelde me er ongemakkelijk en emotioneel bij.

Na het ontbijt kwam de afdelingsarts met een verpleegkundige. "U kunt vandaag weer naar huis, hoe vindt u dat?". Nou ik vond dat helemaal niks. Ik wilde nog heel graag even helemaal alleen in alle rust en stilte bijkomen van alles. "Ik gun mijzelf nog een huildag hier in alle rust", zei ik. "Thuis is alles meteen weer anders en het toilet niet zo dichtbij. Ik zie me dat nog niet doen." "Maar medisch technisch gezien bent u goed genoeg om naar huis te gaan", was het antwoord. Ik werd boos. "Ik ben niet alleen een lichaam, ik heb ook nog gevoel en emoties". Ze begonnen over de € 800,- /dag die een ziekenhuisbed kost en dat ik een spoedbed in beslag nam. Ik werd woest en mijn solidariteit met mensen die er in hun leven maar een potje van maken wat hun gezondheid betreft, verdween totaal. "Ik heb nooit wat. Mag ik dan nu niet nog één dag in alle rust hier bijkomen?", vroeg ik. Daar gingen ze over overleggen. "We komen zo bij u terug." 

Ik wist dat er 2-3 dagen ziekenhuisopname staan voor een dergelijke operatie. Ik was pas maandag in de middag geopereerd, nu is het woensdagochtend. Ik ben nog niet zover. Ik had van tevoren ook verteld van mijn thuissituatie, waar ik voor mijn partner zorg. Hij kan mij niet even helpen naar het toilet of voor een kopje thee. Wim zijn zoon is nu wel bij ons thuis om Wim te helpen, maar ik voorzie dat er al gauw weer een beroep op mij zou worden gedaan. 

Oké dan maar...

Ze kwamen weer terug, nu met een andere arts erbij die iets meer medemenselijkheid toonde. "Ik begrijp u wel en hoor u ook, maar het systeem laat het niet toe dat u hier nog langer blijft als u medisch technisch gezien naar huis kunt. Wij als artsen kunnen ook niet altijd meer de zorg leveren zoals wij dat het liefste zouden doen, wij moeten ons ook aan de regels houden".  Ter plekke zakte mijn woede. Deze arts liet zien ook een mens te zijn. Opeens waren we allebei slachtoffer van een systeem waar de menselijkheid ondergeschikt was geraakt aan de regels. "Dank dat je laat zien dat je er ook zelf moeite mee hebt", zei ik. "Nu kan ik het accepteren en zal ik mijn dochter bellen dat ze me kan komen halen." 

Wordt vervolgd...


maandag 12 april 2021

Onwerkelijk

De laatste uren met baarmoeder

Op maandagochtend 22 maart zit ik al om 6 uur aan de ontbijttafel. Om 11.50 uur moet ik me melden voor opname in het ziekenhuis, ik moet dan nuchter zijn. Dat betekent dat ik 6 uur voor die tijd nog maximaal twee beschuitjes met jam mag eten. Zonder ontbijt ben ik niets waard, dus zette ik de wekker voor het nuttigen van mijn laatste maal voordat ik zonder baarmoeder en eierstokken verder door het leven zou gaan. 

Ik ben nog nooit geopereerd, nog nooit onder narcose geweest. Ik ben vitaal en fit en heb eigenlijk nooit wat. Totdat kortgeleden baarmoederkanker bij mij werd geconstateerd. Een kwaadaardig groeisel in mijn baarmoeder, wat ik met een filmcamera zelf heb kunnen zien. Daar was geen ontkennen meer aan. En al helemaal niet vanwege het vloeien wat ik sinds november deed en de krampen die ik af en toe voelde. Niet normaal voor een vrouw van 62. 
"We gaan u opereren om uw baarmoeder en eileiders te verwijderen. Dat gaan we doen met een bikinisnede net boven het schaambeen. Op zich is dat een eenvoudige manier van opereren, maar u zult daarna wel enige tijd nodig hebben om te herstellen. Er staat zo'n 6 weken herstel voor en de eerste weken mag u bijna niets doen en vooral niet tillen." Ik hoorde het aan met de gedachte: Oke, dit moet ik ondergaan. Ik geef me over. Maar het rare is dat ik me fit, sterk en vitaal voelde en wist dat ik na die operatie nog geen pak melk mocht verplaatsen. 

Geen 'kasplant'

Na het eerste bezoek aan de huisarts op 15 februari, nam ik het leven stap voor stap. 

Het eerste onderzoek leek geruststellend. Alleen mijn partner Wim wist er nog van. Het tweede onderzoek leek het zorgwekkender, maar ik besloot er niet eerder met mijn kinderen over te spreken tot ik wist wat er zou gaan gebeuren en wanneer. Toen ik dacht nog een week of 3-4 te hebben, werd ik onverwacht op dinsdag gebeld:"We kunnen u volgende week maandag opnemen voor operatie." Oeps dat ging opeens snel. Ik moest nu toch mijn kinderen gaan bellen en mijn moeder ook. Ik zag daar nogal tegenop. De nachten na het bericht met het slechte nieuws had ik toch wel behoorlijk wakker gelegen. Wat als het niet goed gaat? Wat als er uitzaaiingen zijn, wat als ik binnenkort doodga? Een ding was voor mij duidelijk, ik ben niet geschikt als 'kasplant'.

​De zondag voor de operatie kwamen mijn kinderen om me een hart onder de riem te steken. Ik vertelde ze van mijn wens om niet te moeten leven als 'kasplant' als het mis zou gaan. Ik vertelde ze over mijn angst om niet 'gewoon' dood te mogen gaan als mijn tijd gekomen is. "Maar mam, dat weten we toch van je, we kennen je langer dan vandaag. Heb je het ook ergens opgeschreven?" Nee, dat had ik nog niet gedaan. Ik besloot dat die maandagochtend te doen, nadat ik mijn laatste maal genuttigd zou hebben. 
​​En zo zat ik daar te schrijven aan Wim en mijn kinderen. Een brief waarin ik beschreef dat ik niet meer behandeld zou willen worden als dat tot blijvende invaliditeit of ondraaglijk lijden zou leiden. Ik beschreef de muziek voor mijn uitvaart. Ik beschreef hoe ik wens dat ze verder zullen leven. In liefde. En nog meer.

En dan red ik een lammetje


Net toen ik toe was aan de laatste woorden zag ik voor mijn neus in de wei aan de andere kant van de sloot opeens een lammetje lopen. Hij liep richting het openstaande hek. 

Als een speer schoot ik omhoog. Ik moest voorkomen dat dat lam de drukke weg op zou lopen. Op sokken en in mijn ochtendjas rende ik over de weg richting het hek om het lammetje tegen te houden. Dat was vergeefs, hij glipte langs me heen de weg op. Auto's stopten, een fietser hielp het lam van de weg te jagen. Het lam liep zich vast in de tuin van Joop. Joop wist hoe je een schaap pakt en hij zette het lam op zijn kont. En nu? Ik suggereerde het beest terug te zetten in de wei en dan het hek dicht te doen. Maar Joop dacht dat hij dan zo weer zou ontsnappen. "We moeten hem in een kruiwagen doen, dan kunnen we hem ergens naartoe brengen", zei Joop. Ik rende op mijn sokken naar huis om een kruiwagen te halen. Ook pakte ik een telefoon om een paar buren met schapen te bellen. "Nee, dat lam is niet van ons", was steeds het antwoord. Joop legde ondertussen het lam in de kruiwagen en samen liepen we naar de eerste de beste buren met schapen in de hoop dat zij er wel raad mee zouden weten. Vol adrenaline liep ik achter de kruiwagen in mijn ochtendjas weer naar huis. Daar schreef ik de laatste woorden onder mijn 'afscheidsbrief', Ik voelde me in een onwerkelijke film. 

Ik loop naar boven en vertel Wim, terwijl ik hem zijn sondevoeding geef, wat de afgelopen anderhalf uur heb meegemaakt. Daarna douche ik me en pak mijn tas. Mijn dochter zal me zo wegbrengen.


vrijdag 1 januari 2021

Herwaardering

Het is nieuwjaarsdag. Al jaren schrijf ik in de laatste dagen van december een blog waarin ik terugkijk op het afgelopen jaar. Ik maakte er zelfs al eens een filmpje van. Maar dit keer is het anders. Terugkijken lijkt te gaan over een ander leven, een leven waar ik niet meer ben.

Het afgelopen jaar:
  • Werd ik me bewust van de kwaliteit van stilte door het verminderen van verkeers- en vliegtuiggeluid. Ik probeerde het zelfs al fietsend te vangen in een aantal filmpjes.
  • Kocht ik een kajak omdat ik het alleen zijn op het water zo miste. Het roeien bij de vereniging was vanwege corona stil komen te liggen. Vervolgens zegde ik mijn lidmaatschap op.
  • Heb ik erg genoten van het maken van heel veel foto's en filmpjes vanaf het water. In een kajak heb je meer contact met de omgeving dan in een roeiboot.
  • Gingen we in juli gewoon op vakantie naar Italië.
  • Bevrijdde ik mezelf van het streven naar werk waarin ik van betekenis zou kunnen zijn. Ik ontdekte dat wat ik allemaal doe al heel waardevol is, maar voor mezelf blijkbaar nog niet genoeg. Mijn herwaardering heeft geleid tot de website 'Hartekunst' waarin alles wat ik doe samenkomt. Als 'kunst'. 
  • Werd ik op 31 augustus oma van mijn eerste kleindochter: Loa Lieve. Alles wat men over oma worden beschrijft blijkt waar. Ik ben zelfs een dag in de week oppasoma.
  • Kreeg ik geen corona, tenminste niet dat ik weet.
  • Heb ik me aangemeld bij de Luisterlijn en in december de training daarvoor afgerond. 
  • Ben ik vanaf 1 december Dhia gaan helpen in de Dagwinkel, om de winkel voor ons kleine dorp te behouden. 
  • Hebben Wim en ik besloten op zoek te gaan naar een ander huis. Direct aan het water.

Bevrijdend

En nu dus een nieuw jaar en een prachtig vooruitzicht. Een jaar waarin:
  • We ons huis verkopen en gaan wonen aan het water in een rustig maar levendig gebied. 
  • Ik nog meer kan genieten van het varen in een kajak en het maken van foto's op het water.
  • Het bieden van een luisterend oor bij de Luisterlijn, in de Dagwinkel en op andere plekken mij zin geeft in het leven. 
  • Ons nieuwe huis een plek zal zijn voor meer familieleven. 
  • Wim en ik met liefde voor elkaar blijven zorgen. 
  • Ik mensen hoop te inspireren om de vrijheid te nemen.