woensdag 13 november 2019

Op weg naar de hemel


het Nutshuis
Op een regenachtige dag in november heb ik een afspraak met Annemiek Schut en Marit Verdult van Woonz.nl in het Nutshuis in Den Haag. Een voormalige bank die omgebouwd is tot verzamelgebouw voor maatschappelijke activiteiten en organisaties. 
We drinken koffie in het cafe met uitzicht op de binnentuin. De parkeergarage aan de achterkant is met plantengroen bekleed en vormt een bijna natuurlijke wand. Ik vind de tuin druilerig prachtig en ervaar de rustgevendheid er van. Ook binnen is er een groene wand. 

Groen
Annemiek stelt Marit aan me voor als 'het groene kantoorvrouwtje', waarop ik lachend antwoord dat ik 'het tuinmeisje van het hospice' ben. De toon is gezet.
de binnentuin

Woonz biedt een online platform waarop senioren hun keuzes kunnen maken om te wonen met zorg en services zoals dat bij hen past. Om te kunnen blijven leven zoals ze dat zelf willen. Met eigen regie. 

Leven zoals je dat zelf wilt, tot het einde... 
Leven volgens je eigen natuur.

We hebben elkaar gevonden en gaan samen verder op de weg van dat wat we zelf willen in plaats van dat wat het systeem het beste voor ons vindt. 

Open de kluis!

Als ik naar de uitgang zoek verdwaal ik in het voormalige bankgebouw. Opeens sta ik voor de kluis. Laat die kluis zich nu maar openen!

Op weg naar huis komt een prachtig lied tot me. Het is Gabriella's song uit de film 'As it is in heaven'.
In die film konden mensen, die in eerste instantie min of meer waren afgeschreven en 'verbannen' naar een woonoord ver weg, onder de juiste begeleiding fantastisch zingen. Ze hervonden hun eigen waarde, ze kwamen weer tot leven. Dat raakte me toen ik jaren geleden de film zag. Nu raakt het lied me nog steeds. Als ik de vertaling van de tekst op zoek kan ik alleen maar stil zijn. Zo treffend!


Gabriella’s Lied (luister door hierop te klikken)

Vanaf nu is mijn leven van mij
ik heb maar zo’n korte tijd op deze aarde gekregen
en mijn verlangen heeft me hier gebracht.

Met alles wat mij ontbrak, en wat ik heb gekregen
Het is in ieder geval de weg die ik verkoos
Mijn vertrouwen was eindeloos,
en toonde mij een klein stukje
van de hemel die ik nooit vond.

Ik wil voelen dat ik leef
al de tijd die ik heb
zal ik leven, zoals IK wil
wil ik voelen dat ik leef,
in de wetenschap dat ik goed genoeg was

Ik ben nooit vergeten wie ik was
Ik heb het slechts in me laten slapen
Misschien had ik nooit een keuze –
behalve dan de wil om te leven.

Ik wil gelukkig leven,
Omdat ik ben wie ik ben.
Sterk en vrij kunnen zijn
zien hoe de nacht de dag tegemoet gaat.
En de hemel waarvan ik geloofde dat die er was
zal ik daar ergens vinden.
Ik wil voelen dat ik mijn leven geleefd heb
zoals ik wil

vrijdag 8 november 2019

Uiteindelijk de baas

Geschreven door het 'tuinmeisje' in het hospice

Hij was een lange magere man. Indringend en tegelijk vragend kijkend, traag en weinig sprekend. Zijn leven lang vrijgezel gebleven op de boerderij waar hij is opgegroeid. Hij was pas 67 maar oogde bejaard. Hij kwam in het hospice met longkanker. Roken deed hij niet meer, maar het was niet moeilijk om hem voor te stellen, buiten op het land met een peuk in zijn mond. Boer was hij al jaren niet meer. Hij had zijn land verkocht voor de ontwikkeling van een grote nieuwbouwwijk. In de boerderij kon hij blijven wonen.

In het hospice
Hij vroeg wel eens waar hij nu was. Hij kwam eigenlijk nooit verder dan Woerden. Zijn zus en haar man kwamen wel op bezoek. Ook heb ik een nicht met haar man ontmoet. Verder moest hij het zijn laatste weken vooral met de vrijwilligers in het hospice doen. We wisten allemaal van hem dat hij boer was geweest, maar dat hij dat eigenlijk helemaal niet had willen worden. Als je hem vroeg wat hij dan wel had willen worden, wist hij dat niet. “Ik heb op de boerenschool in Montfoort gezeten en het was gewoon de bedoeling dat ik boer werd en koeien ging melken.” Zo is het dus gegaan. Wat hij is gaan doen nadat hij gestopt is, is me eigenlijk niet duidelijk geworden. Eten koken deed hij niet. Zijn buren en familie kwamen hem wel eten brengen zei hij. 

Als je hem vroeg wat hij wilde eten, was zijn antwoord altijd: “Een beetje.” Als je hem een bord vol neerzette met aardappels, groente en een stukje vlees, at hij het keurig leeg. Hij likte er zijn mes, en soms zijn bord, gewoon bij af. Hij kwam altijd naar de woonkamer om te eten. Wij zaten dan bij hem aan tafel met een kopje koffie wat te praten. Hij nam alles waar en kon soms zo vanuit het niets een scherpe vraag stellen waaruit bleek dat hij wel degelijk alles volgde. Hij was niet zo onnozel als hij leek.

Op een goede dag vroeg hij me of ik even bij hem kwam zitten. Ik ging zitten in de stoel naast zijn bed. Ik vroeg hem wat hem interesseerde. Hij vertelde dat hij altijd geïnteresseerd was geweest in de politiek en dat ook graag volgde via de krant en de televisie. Hij was zijn hele leven trouw geweest aan het CDA, want hij was boer, zei hij. Ook vertelde hij dat hij er absoluut niet tegen kon als mensen onrecht werd aangedaan. 

Hij knapte soms een beetje op van onze aandacht en het eten dat hij kreeg. Op een goed moment was het de vraag of hij niet naar een verpleeghuis zou moeten. Ik dacht: dat kun je deze man niet aandoen. Hij heeft bijna niemand, waar zou hij nog langer voor moeten blijven leven? Bij de mogelijke gang naar een verpleeghuis hoort dat hij geactiveerd wordt, en ook kwa voeding wordt gestimuleerd. 

"Wat u wilt"
Die middag gebeurde er iets met me. Het viel me op hoe hij eigenlijk niet serieus werd genomen in zijn wens om met rust gelaten te worden. De gordijnen moesten open, terwijl ik ze daarvoor net op zijn verzoek had gesloten. Ik merkte zijn autoriteitsgevoeligheid en het instemmen met suggesties van mensen, omdat dat zo hoort. Toen ik hem vroeg of hij de gordijnen dicht wilde, was zijn antwoord: ”Wat u wilt”. Ik antwoordde: ”Nee, ik vraag wat u wilt, u bent nu de baas.” De manier waarop hij toen naar me keek leek alsof hij zich voor het eerst realiseerde dat hij de baas mocht zijn. Ik werd er blij van.
Hij wilde die avond graag op zijn kamer eten, hij voelde zich niet helemaal lekker zei hij. Dat was eigenlijk tegen het activeringsbeleid in, maar na een suggestie dat het toch beter voor hem zou zijn om even uit bed te komen, besloot ik met die onzin te stoppen. We konden wel denken dat hij dat niet lekker voelen als smoesje bedacht om in bed te mogen blijven, maar ik wilde hem serieus nemen. 
Ik bracht hem deze keer precies wat hij vroeg: een beetje. Hij at zelfs zijn bord niet helemaal leeg. Hij vertelde me dat hij eerder altijd zijn bord leeg had gegeten omdat dat zo hoorde, maar eigenlijk hoefde hij het allemaal niet. 

Na deze dienst besloot ik niet meer mee te doen aan het activeringsbeleid. Ik wilde hem respecteren in zijn wens om te rusten en weinig te eten. Ik heb dit in een mail kenbaar gemaakt aan de coördinatoren.

Daarna ging hij snel achteruit. Toen ik een week later terugkwam, kon hij al niet meer op zijn benen staan. Hij rochelde behoorlijk en kon dat niet meer ophoesten. Hij wilde graag dat er iemand naast hem zat. Hij had het warm en lag met de dekens van zich af. Zijn benen waren onrustig. Ik vroeg of hij weg wilde. Ja, dat wilde hij. Mijn collega vrijwilliger en ik zaten ieder aan een kant van zijn bed. Hij pakte onze handen vast. We bevochtigden zijn mond met een sponsje met wat water. Hij ontspande. Hij maakte zijn handen los en legde ze gevouwen op zijn borst. “Het is eigenlijk wel goed zo”, zei hij. Zwijgend keken we naar zijn borstkas die rustig op en neer ging. 
Twee dagen later overleed hij in bijzijn van zijn zus en zwager. Zijn zus die ons instrueerde om hem geen dingen met suiker te geven omdat dat slecht voor hem zou zijn. 







donderdag 26 september 2019

Mag het een beetje minder?

Toen ik deze week een boze Greta Thunberg de klimaatvergadering van de Verenigde Naties in New York zag toespreken zei ik: "Dit is helemaal fout, dit gaat veel te ver."
Eigenlijk waren dat ook de woorden die Greta tegen de wereld zei, maar ik schrok van de heftigheid van Greta. De blik waarmee ze de zaal aankeek. De afschuw die ik daarin las maakte me bang. Ik luisterde niet verder.

Wie heeft er gelijk?
In de dagen die volgden waren de fans van Greta nog feller, de tegenstanders leken vol van haat. Het is precies die polarisatie die me bang maakt. Als je niet voor iets bent, dan ben je er tegen, zo lijkt het. Maar zo is het niet!

Ik ben voor de redelijkheid, het gesprek, de dialoog. De vele kanten van de waarheid. Ik kan het in de media nauwelijks nog vinden. Op regenachtige dagen zoals vandaag maakt dat me wat weemoedig.
Wat ben ik dan blij als ik opeens een filmpje* voorbij zie komen waarin Damiaan Denys verklaart waarom de wereld om mij heen zo in paniek lijkt, waarom men zo bang is en alles onder controle probeert te houden. Wat dus niet lukt, wat een onmogelijkheid is. "Elke keer dat we aan controle winnen, verliezen we aan vrijheid" zegt hij. "Angst is het gevoel van controleverlies."

Moreel kompas
In een ander filmpje wat ik van hem zie spreekt hij over het uitbesteden van controle aan instanties. En die instanties lukt het niet om de complexe wereld onder controle te krijgen. Dat maakt ons nog angstiger.
Maar hoe zit het dan met zelfcontrole? Hebben wij nog controle over onszelf? Of mag alles wat niet nadrukkelijk verboden is? Hebben wij niet een moreel kompas?

Ik denk dat Greta een heel groot moreel kompas heeft. Greta doet een beroep op dat morele kompas van de wereldleiders. Mooi, maar het klimaat is wel heel veelomvattend. Overheden vertalen dat in beleid en regels. Soms lijkt alles opeens een 'klimaatmaatregel'. Dat werkt bedreigend, velen zien het als inperking van hun vrijheid. Trump houdt daar sowieso niet van en verwoordt het onderbuik gevoel van velen. Dit allesomvattende spanningsveld is voor mij te groot om te behappen, ik haak af.

Mag het een beetje minder? 
Zou Trump geïnteresseerd zijn in wat Greta beweegt? Zou Greta willen weten waar Trump en al die andere mensen zo bang voor zijn? Zouden ze daar eens met elkaar in een open gesprek kunnen gaan? Misschien zou het hen verbazen.
Laten we het over geluk hebben. Vrij zijn om te doen waar je hart naar uitgaat. Nieuwsgierig zijn naar elkaar, vrij om je te verwonderen en te verbazen. Volgens mij komen we dan in een wereld waarin minder juist meer is. En misschien is het klimaat daar wel het meeste mee geholpen. In ieder geval ons leefklimaat!
Dan ben ik weer aangehaakt.

Nota bene

Van 1990 tot 2000 werkte ik als milieuadviseur bij een groot adviesbureau. De landelijke slogan was toen: 'Een beter milieu begint bij jezelf.' Daar geloof ik nog steeds in, ook als je het 'klimaat' noemt. En ja, de overheid moet het maken van betere keuzes door burgers en bedrijven vergemakkelijken door passend beleid. Beleid vertaald in wetten, regels, financieringsbeleid, belastingen.
Er is nog een wereld te winnen... en dat begint bij wat je eet, hoe je reist, hoe je woont, je kleding en al die andere spullen die je koopt. Mag het een beetje minder? Daar kun je vandaag zelf al mee beginnen.

*zondag 29 september 2019 te zien in VPRO Tegenlicht








zaterdag 7 september 2019

Eigen regie, zolang het nog kan


Geschreven door het 'tuinmeisje' in het hospice

Toen ik voor het eerst de kamer van Saskia in het hospice binnenliep viel mijn oog meteen op een giraffe van ongeveer een meter hoog. "Ja, die heb ik gekregen van mijn zoon" zegt Saskia als antwoord op mijn vragende blik. "Ik ben helemaal dol op giraffen." 
Daar wil ik natuurlijk wel meer van weten...

Saskia is net in de 50. Ze woont in de buurt van het hospice en nam bij opname ongeveer 4 weken geleden haar fiets mee zodat ze, als ze zou willen, nog een keer naar huis zou kunnen fietsen. 
Ze is nog één keer thuis geweest om afscheid te nemen van haar papegaai, maar dan wel in een rolstoel. De borstkanker heeft zich uitgezaaid in haar longen en verder. Ze is niet meer te genezen. Om niet alleen maar moe te zijn krijgt ze extra zuurstof via een slangetje in haar neus. Met mooi weer zit ze graag in de tuin. Maar de herfst nadert merkbaar en ook Saskia trekt zich steeds meer terug van de wereld. 
"...die bewegen zo sierlijk en gracieus"

Waarom giraffen?
Ik vraag Saskia waarom ze giraffen zo bijzonder vindt. 
"Vroeger met mijn ouders gingen we altijd al naar de dierentuin. Blijdorp, Artis, we gingen overal heen. Dan moest ik in ieder geval de giraffen zien. Die bewegen zo sierlijk en gracieus."

"Toen ik zelf kinderen kreeg gingen we ook heel vaak naar de dierentuin en later met de kleinkinderen ook. Ik vind het gewoon prachtig en mijn zoon is ook helemaal weg van dieren."

Wens
Saskia: "Ik had deze zomer dan ook nog een grote wens. Ik wilde heel graag voor ik dood zou gaan, nog een keer bij de giraffen kijken.
Mijn kinderen hebben toen geregeld dat ik, via de wens ambulance, in de dierentuin in Amersfoort bij de giraffen achter de schermen mocht kijken. 
We zijn daar met kinderen en kleinkinderen heel fijn ontvangen. Het was echt een fantastische dag. Er waren vier volwassen giraffen. Ik mocht bij ze en 'snoepjes' geven. Ik kon ze ook aaien, dat voelt heel apart. Een beetje hard zijn die haren wel. Een paard is veel zachter. Giraffen zijn helemaal niet gevaarlijk. Ze stralen zo'n rust uit, maar ze kunnen ook heel arrogant die kop in de lucht steken. En er is duidelijk één de baas, die geeft de anderen niet de kans om dichtbij te komen."

Ik vraag Saskia of ze dat herkent in zichzelf. Ze lacht. "Ja, ik houd graag de regie, zo lang het nog kan."  

Nawoord:
Op 8 oktober is Saskia overleden. Op haar eigen manier, op haar eigen moment. Over haar kist ligt een door haar gehaakt kleed. Ze heeft de regie gehouden tot na de dood. 



zondag 1 september 2019

Onverwacht bezoek

Door:  het ‘tuinmeisje’ in het hospice Bodegraven-Reeuwijk 

Deze keer werk ik van 11.00 tot 15.00 uur in het hospice. Normaal doe ik de dienst van 15.00 tot 19.00 uur, maar ik wil wel eens ervaren wat er op een andere tijd aan bezigheden voorbijkomt.
We ruimen net de boel op van de lunch. De ene gast at een broodje met kaas op haar kamer. Een andere gast werd geholpen met het eten van een schaaltje vla. En gast nummer drie drinkt alleen nog maar wat water. Zijn vrouw en dochter zijn de afgelopen vier weken goed bekend geraakt in de keuken en koelkast en maken hun eigen broodje klaar. 

"Ik heb kanker en ga dood"
Terwijl mijn collega vrijwilliger nog even kijkt of de wasmachine al klaar is, wordt er aan de deur gebeld. Ik loop naar de voordeur en daar staat een man van een jaar of 60 met zijn fiets in de hand. Als ik opendoe zet hij de fiets neer en geeft me een hand. “Hallo, ik ben Bert Baas* en ik heb kanker. Het begon hier, hij wijst op een plek in zijn buik, en nu zit het overal. Ook in mijn longen. Ik ga dus dood.” “Oh”, zeg ik, “u komt zich voorbereiden op uw toekomst.” “Ja”, zegt hij lachend. 

Onbegrepen en alleen
Ik laat hem binnen, we lopen naar de woonkamer. “Gezellig hier”, zegt Bert. “Ja, ik had al wel gehoord van de open dag, maar toen had ik geen energie om te komen kijken. Bovendien zijn er dan zoveel mensen…” 
Koffie of thee wil hij niet, maar hij gaat graag even zitten. Hij vertelt hoe hij al jaren loopt te kwakkelen met zijn gezondheid en dat ze nooit wat konden vinden. Hij had soms veel pijn, was vermoeid, kon niet meer goed functioneren en raakte zo zijn werk kwijt. Niemand geloofde hem eigenlijk, hij zag er niet ziek uit. 
Huiskamer in het hospice
Zijn vrouw is ondertussen van hem gescheiden en zijn volwassen kinderen wonen in een andere plaats. Zijn zoon ontkent de ziekte van zijn vader, wil het er niet over hebben. Daardoor ziet hij zijn zoon niet meer zo vaak. “Mijn dochter is helemaal op haar moeder gericht, die zie ik vrijwel nooit meer.” 
“Toen ik mijn buren vertelde dat ik kanker had, zeiden ze: Oh, als je me nodig hebt moet je het maar zeggen. Ik had liever gehad dat ze zeiden: Joh wat kloten voor je en dat ze een week later nog eens aan me hadden gevraagd hoe het ging. Nu zie ik ze eigenlijk nooit, want ze kunnen toch niks voor me doen.” 
“Volgens mij voelt u zich dan vast wel eens eenzaam”, zeg ik. Dat beaamt hij volmondig. “Maar ik heb wel een kat, dat is mijn beste vriend. Alleen die praat niet terug en het arme beest kan er ook niets aan doen dat ik af en toe zo verdrietig ben.” 


Wel een fijne plek om dood te gaan
“Oh, het is al bijna twee uur, ik moet naar de fysiotherapeut hier om de hoek. Daar ga ik ook voor het eerst heen. Die man is gespecialiseerd in fysiotherapie bij kanker. Mijn huisarts heeft me naar het sociaal team gestuurd en die sturen me nu overal op af.” 
Ik vertel hem dat hij het beste even kan bellen met een van de coördinatoren om te spreken over de mogelijkheden van opname in het hospice als het zover zou komen. “Dat ga ik zeker doen. Ik vind het wel fijn hier”, zegt hij.

*Bert Baas is niet zijn echte naam


woensdag 14 augustus 2019

'Tuinmeisje' in het hospice

Begin dit jaar was er een inzameling voor de aanleg van de tuin van het hospice in oprichting in Bodegraven. Volop werd er gegeven, maar ik kon dat niet. Het hoge gehalte aan liefdadigheid voor dat hospice de afgelopen jaren stond me tegen. Maar waarom eigenlijk? Was ik misschien een beetje jaloers op de oprichter die dit allemaal voor elkaar kreeg? 

Leerzaam
Ik ging in mezelf op onderzoek uit en bedacht dat ik geld geven te gemakkelijk vond. Het idee kwam op om zelf in de tuin van het hospice aan het werk te gaan en dan al werkende in de tuin in gesprek te raken met gasten en hun familieleden. Ik meldde me aan als ‘tuinmeisje’. 
Net als alle andere vrijwilligers moest ik een korte cursus volgen waarin we leerden hoe om te gaan met de gasten en hun familie, met onze eigen gevoelens rondom de dood etcetera. Ik vond het leuk en kwam tot de ontdekking dat ik wel meer dan alleen ‘tuinmeisje’ wilde zijn. 

En zo gebeurde. Het hospice is op 15 juni geopend. Met de eerste gast heb ik nog gezellig in de huiskamer zitten eten. Een week later was ze overleden. Ik leer dat het van het ene op het andere moment op kan houden als je niet meer ingrijpt om het leven te redden. 
Ik leer over het levenseinde, over relaties, verwerken van emoties en geniet volop van de soms zeer intense levensverhalen die tot mij komen. Ook van de collega vrijwilligers. Mijn honger naar diepgang en intensiteit van leven in de vorm van gesprekken wordt hier zeer gestild.  

En die tuin?
Er zijn ook mannen die graag vrijwilligerswerk doen in het hospice. Zij hebben zich op de tuin gestort. Hij ligt er keurig bij, af en toe geef ik de plantjes wat water. Echt aan het werk in de tuin hoef ik niet. Maar ik loop toch vaak even de tuin in. Ik ontdek dat ik dat fijn vind. Even niemand om me heen, even mezelf hervinden. 
In de vrijwilligerstraining moest je aangeven wat je nodig hebt om vitaal te blijven. Ik schreef daar: Rust, Natuur, ruimte voor mezelf. 
Die tuin heb ik gewoon nodig!

woensdag 2 januari 2019

Geluk in het groen

De dag voor kerst toverden mijn dochter en ik onze slaapkamer om. Sinds kerstavond slapen Wim en ik in het bos. Althans dat dromen we.
Foto
Het belang van groen
2018 was voor mij het jaar van de herontdekking van de betekenis van ‘groen’ in mijn leven.
Ik wist het natuurlijk wel, maar was het een beetje kwijtgeraakt door mijn aandacht voor alles wat met (mantel)zorg te maken had.
In januari kwam ik bij toeval in het bestuur van de Beroepsvereniging voor groene zorg (BVGZ). Toevallig omdat ik er nog maar net lid van was en me er na één bijeenkomst met leden zo thuis voelde dat ik een oproep om mee te doen niet kon weerstaan. 'Ja' zeggen zonder dat ik precies weet waar ik aan begin, is wel een beetje een kenmerkende eigenschap van me.

Wat groene zorg is? Voor mij is het gebruik maken van de helende werking van ‘groen’. Een groene omgeving, natuur, water, planten in je huis of in de straat. Dit jaar kwam er de infographic zoals hiernaast afgebeeld, waar de invloed van natuur op verschillende aspecten van gezondheid heel eenvoudig is weergegeven.
Achteraf zie ik hoe ik eigenlijk al heel lang goed gedij in het groen. Of eigenlijk… groen opzoek op momenten dat ik me wat minder vitaal en gelukkig voel. Bij het grasmaaien of het onkruid verwijderend uit het tuinpad, ziet de wereld er vaak vele malen eenvoudiger uit. Oplossingen voor problemen komen spontaan naar boven.
​Als kind was ik altijd al te vinden bij mijn vader in de groentetuin. Ik mocht er mijn eigen boontjes plukken om ze te doppen. Het heeft me geholpen in het leven. Zelfredzaamheid en eigen regie dragen bij aan geluk. 

Foto
Aandacht voor gezondheid in plaats van gebrek
In 2018 ben ik nog meer de betrekkelijkheid van de zorgsector gaan zien. Om goed voor jezelf te zorgen heb je niet altijd persé een dokter nodig. Goed luisteren naar je eigen lijf is minstens zo belangrijk. Ik ben dit jaar wekelijks gaan wandelen met een groepje buurvrouwen. Zelfs als ik eigenlijk liever op de bank blijf zitten ga ik toch, omdat de anderen ook gaan. Vol energie kom ik na anderhalf uur weer thuis.
Het verdienmodel van de zorgsector is de aandacht voor ziekte, aan gezondheid valt weinig te verdienen.  Op die manier kijk ik met enige argwaan naar wat artsen ons voorhouden. Ik ben meer van de preventie dan van de pillen. Buitenlucht en groen doen wonderen. Ik raak er steeds meer van overtuigd.

Wat komt er na (mantel)zorg?
Al jaren maak ik schilderijen. Ik begin met abstracte vormen. Vierkanten, cirkels, lijnen. Er ontstaat vanzelf iets. Altijd komt het moment dat ik aandrang krijg om er blaadjes in te tekenen. Groene blaadjes. Op een goed moment vond ik dat zo banaal, dat ik het probeerde tegen te houden. Ik mocht van mezelf geen blaadjes meer schilderen. Toen ik mezelf na enige tijd toestond om toch weer blaadjes te schilderen werd ik daar heel blij van. Nu snap ik waarom. Ik heb een natuurlijke behoefte aan ‘groen’.
Dit voorjaar probeerde ik al schilderend meer zicht te krijgen op waar ik me mee zou gaan bezighouden als dat niet meer de (mantel)zorg is. Zo ontstond dit schilderij. Ik vind het niet mooi maar wel veelzeggend. Het witte vierkantje aan de horizon trok steeds weer mijn aandacht; ik wist niet wat het was. Maanden later kon ik het benoemen… het is ‘geluk’.

En zo kwam ik op het thema: ’Geluk in het groen’.
De vorm waarin ik er mee aan de gang ga ontwikkelt zich. Ik zeg er ‘ja’ tegen zonder precies te weten waar ik aan begin. Het komt wel, al schrijvend, verhalend, schilderend, fotograferend of misschien wel wandelend.
Ik blijf dromen, want mijn dromen wijzen me de weg.... ook in het bos.

Ik wens ook jou in 2019 veel geluk in het groen!