zaterdag 7 september 2019

Eigen regie, zolang het nog kan


Geschreven door het 'tuinmeisje' in het hospice

Toen ik voor het eerst de kamer van Saskia in het hospice binnenliep viel mijn oog meteen op een giraffe van ongeveer een meter hoog. "Ja, die heb ik gekregen van mijn zoon" zegt Saskia als antwoord op mijn vragende blik. "Ik ben helemaal dol op giraffen." 
Daar wil ik natuurlijk wel meer van weten...

Saskia is net in de 50. Ze woont in de buurt van het hospice en nam bij opname ongeveer 4 weken geleden haar fiets mee zodat ze, als ze zou willen, nog een keer naar huis zou kunnen fietsen. 
Ze is nog één keer thuis geweest om afscheid te nemen van haar papegaai, maar dan wel in een rolstoel. De borstkanker heeft zich uitgezaaid in haar longen en verder. Ze is niet meer te genezen. Om niet alleen maar moe te zijn krijgt ze extra zuurstof via een slangetje in haar neus. Met mooi weer zit ze graag in de tuin. Maar de herfst nadert merkbaar en ook Saskia trekt zich steeds meer terug van de wereld. 
"...die bewegen zo sierlijk en gracieus"

Waarom giraffen?
Ik vraag Saskia waarom ze giraffen zo bijzonder vindt. 
"Vroeger met mijn ouders gingen we altijd al naar de dierentuin. Blijdorp, Artis, we gingen overal heen. Dan moest ik in ieder geval de giraffen zien. Die bewegen zo sierlijk en gracieus."

"Toen ik zelf kinderen kreeg gingen we ook heel vaak naar de dierentuin en later met de kleinkinderen ook. Ik vind het gewoon prachtig en mijn zoon is ook helemaal weg van dieren."

Wens
Saskia: "Ik had deze zomer dan ook nog een grote wens. Ik wilde heel graag voor ik dood zou gaan, nog een keer bij de giraffen kijken.
Mijn kinderen hebben toen geregeld dat ik, via de wens ambulance, in de dierentuin in Amersfoort bij de giraffen achter de schermen mocht kijken. 
We zijn daar met kinderen en kleinkinderen heel fijn ontvangen. Het was echt een fantastische dag. Er waren vier volwassen giraffen. Ik mocht bij ze en 'snoepjes' geven. Ik kon ze ook aaien, dat voelt heel apart. Een beetje hard zijn die haren wel. Een paard is veel zachter. Giraffen zijn helemaal niet gevaarlijk. Ze stralen zo'n rust uit, maar ze kunnen ook heel arrogant die kop in de lucht steken.  
En er is duidelijk één de baas, die geeft de anderen niet de kans om dichtbij te komen."

Ik vraag Saskia of ze dat herkent in zichzelf. Ze lacht. "Ja, ik houd graag de regie, zo lang het nog kan."  




zondag 1 september 2019

Onverwacht bezoek

Door:  het ‘tuinmeisje’ in het hospice Bodegraven-Reeuwijk 

Deze keer werk ik van 11.00 tot 15.00 uur in het hospice. Normaal doe ik de dienst van 15.00 tot 19.00 uur, maar ik wil wel eens ervaren wat er op een andere tijd aan bezigheden voorbijkomt.
We ruimen net de boel op van de lunch. De ene gast at een broodje met kaas op haar kamer. Een andere gast werd geholpen met het eten van een schaaltje vla. En gast nummer drie drinkt alleen nog maar wat water. Zijn vrouw en dochter zijn de afgelopen vier weken goed bekend geraakt in de keuken en koelkast en maken hun eigen broodje klaar. 

"Ik heb kanker en ga dood"
Terwijl mijn collega vrijwilliger nog even kijkt of de wasmachine al klaar is, wordt er aan de deur gebeld. Ik loop naar de voordeur en daar staat een man van een jaar of 60 met zijn fiets in de hand. Als ik opendoe zet hij de fiets neer en geeft me een hand. “Hallo, ik ben Bert Baas* en ik heb kanker. Het begon hier, hij wijst op een plek in zijn buik, en nu zit het overal. Ook in mijn longen. Ik ga dus dood.” “Oh”, zeg ik, “u komt zich voorbereiden op uw toekomst.” “Ja”, zegt hij lachend. 

Onbegrepen en alleen
Ik laat hem binnen, we lopen naar de woonkamer. “Gezellig hier”, zegt Bert. “Ja, ik had al wel gehoord van de open dag, maar toen had ik geen energie om te komen kijken. Bovendien zijn er dan zoveel mensen…” 
Koffie of thee wil hij niet, maar hij gaat graag even zitten. Hij vertelt hoe hij al jaren loopt te kwakkelen met zijn gezondheid en dat ze nooit wat konden vinden. Hij had soms veel pijn, was vermoeid, kon niet meer goed functioneren en raakte zo zijn werk kwijt. Niemand geloofde hem eigenlijk, hij zag er niet ziek uit. 
Huiskamer in het hospice
Zijn vrouw is ondertussen van hem gescheiden en zijn volwassen kinderen wonen in een andere plaats. Zijn zoon ontkent de ziekte van zijn vader, wil het er niet over hebben. Daardoor ziet hij zijn zoon niet meer zo vaak. “Mijn dochter is helemaal op haar moeder gericht, die zie ik vrijwel nooit meer.” 
“Toen ik mijn buren vertelde dat ik kanker had, zeiden ze: Oh, als je me nodig hebt moet je het maar zeggen. Ik had liever gehad dat ze zeiden: Joh wat kloten voor je en dat ze een week later nog eens aan me hadden gevraagd hoe het ging. Nu zie ik ze eigenlijk nooit, want ze kunnen toch niks voor me doen.” 
“Volgens mij voelt u zich dan vast wel eens eenzaam”, zeg ik. Dat beaamt hij volmondig. “Maar ik heb wel een kat, dat is mijn beste vriend. Alleen die praat niet terug en het arme beest kan er ook niets aan doen dat ik af en toe zo verdrietig ben.” 


Wel een fijne plek om dood te gaan
“Oh, het is al bijna twee uur, ik moet naar de fysiotherapeut hier om de hoek. Daar ga ik ook voor het eerst heen. Die man is gespecialiseerd in fysiotherapie bij kanker. Mijn huisarts heeft me naar het sociaal team gestuurd en die sturen me nu overal op af.” 
Ik vertel hem dat hij het beste even kan bellen met een van de coördinatoren om te spreken over de mogelijkheden van opname in het hospice als het zover zou komen. “Dat ga ik zeker doen. Ik vind het wel fijn hier”, zegt hij.

*Bert Baas is niet zijn echte naam


woensdag 14 augustus 2019

'Tuinmeisje' in het hospice

Begin dit jaar was er een inzameling voor de aanleg van de tuin van het hospice in oprichting in Bodegraven. Volop werd er gegeven, maar ik kon dat niet. Het hoge gehalte aan liefdadigheid voor dat hospice de afgelopen jaren stond me tegen. Maar waarom eigenlijk? Was ik misschien een beetje jaloers op de oprichter die dit allemaal voor elkaar kreeg? 

Leerzaam
Ik ging in mezelf op onderzoek uit en bedacht dat ik geld geven te gemakkelijk vond. Het idee kwam op om zelf in de tuin van het hospice aan het werk te gaan en dan al werkende in de tuin in gesprek te raken met gasten en hun familieleden. Ik meldde me aan als ‘tuinmeisje’. 
Net als alle andere vrijwilligers moest ik een korte cursus volgen waarin we leerden hoe om te gaan met de gasten en hun familie, met onze eigen gevoelens rondom de dood etcetera. Ik vond het leuk en kwam tot de ontdekking dat ik wel meer dan alleen ‘tuinmeisje’ wilde zijn. 

En zo gebeurde. Het hospice is op 15 juni geopend. Met de eerste gast heb ik nog gezellig in de huiskamer zitten eten. Een week later was ze overleden. Ik leer dat het van het ene op het andere moment op kan houden als je niet meer ingrijpt om het leven te redden. 
Ik leer over het levenseinde, over relaties, verwerken van emoties en geniet volop van de soms zeer intense levensverhalen die tot mij komen. Ook van de collega vrijwilligers. Mijn honger naar diepgang en intensiteit van leven in de vorm van gesprekken wordt hier zeer gestild.  

En die tuin?
Er zijn ook mannen die graag vrijwilligerswerk doen in het hospice. Zij hebben zich op de tuin gestort. Hij ligt er keurig bij, af en toe geef ik de plantjes wat water. Echt aan het werk in de tuin hoef ik niet. Maar ik loop toch vaak even de tuin in. Ik ontdek dat ik dat fijn vind. Even niemand om me heen, even mezelf hervinden. 
In de vrijwilligerstraining moest je aangeven wat je nodig hebt om vitaal te blijven. Ik schreef daar: Rust, Natuur, ruimte voor mezelf. 
Die tuin heb ik gewoon nodig!

woensdag 2 januari 2019

Geluk in het groen

De dag voor kerst toverden mijn dochter en ik onze slaapkamer om. Sinds kerstavond slapen Wim en ik in het bos. Althans dat dromen we.
Foto
Het belang van groen
2018 was voor mij het jaar van de herontdekking van de betekenis van ‘groen’ in mijn leven.
Ik wist het natuurlijk wel, maar was het een beetje kwijtgeraakt door mijn aandacht voor alles wat met (mantel)zorg te maken had.
In januari kwam ik bij toeval in het bestuur van de Beroepsvereniging voor groene zorg (BVGZ). Toevallig omdat ik er nog maar net lid van was en me er na één bijeenkomst met leden zo thuis voelde dat ik een oproep om mee te doen niet kon weerstaan. 'Ja' zeggen zonder dat ik precies weet waar ik aan begin, is wel een beetje een kenmerkende eigenschap van me.

Wat groene zorg is? Voor mij is het gebruik maken van de helende werking van ‘groen’. Een groene omgeving, natuur, water, planten in je huis of in de straat. Dit jaar kwam er de infographic zoals hiernaast afgebeeld, waar de invloed van natuur op verschillende aspecten van gezondheid heel eenvoudig is weergegeven.
Achteraf zie ik hoe ik eigenlijk al heel lang goed gedij in het groen. Of eigenlijk… groen opzoek op momenten dat ik me wat minder vitaal en gelukkig voel. Bij het grasmaaien of het onkruid verwijderend uit het tuinpad, ziet de wereld er vaak vele malen eenvoudiger uit. Oplossingen voor problemen komen spontaan naar boven.
​Als kind was ik altijd al te vinden bij mijn vader in de groentetuin. Ik mocht er mijn eigen boontjes plukken om ze te doppen. Het heeft me geholpen in het leven. Zelfredzaamheid en eigen regie dragen bij aan geluk. 

Foto
Aandacht voor gezondheid in plaats van gebrek
In 2018 ben ik nog meer de betrekkelijkheid van de zorgsector gaan zien. Om goed voor jezelf te zorgen heb je niet altijd persé een dokter nodig. Goed luisteren naar je eigen lijf is minstens zo belangrijk. Ik ben dit jaar wekelijks gaan wandelen met een groepje buurvrouwen. Zelfs als ik eigenlijk liever op de bank blijf zitten ga ik toch, omdat de anderen ook gaan. Vol energie kom ik na anderhalf uur weer thuis.
Het verdienmodel van de zorgsector is de aandacht voor ziekte, aan gezondheid valt weinig te verdienen.  Op die manier kijk ik met enige argwaan naar wat artsen ons voorhouden. Ik ben meer van de preventie dan van de pillen. Buitenlucht en groen doen wonderen. Ik raak er steeds meer van overtuigd.

Wat komt er na (mantel)zorg?
Al jaren maak ik schilderijen. Ik begin met abstracte vormen. Vierkanten, cirkels, lijnen. Er ontstaat vanzelf iets. Altijd komt het moment dat ik aandrang krijg om er blaadjes in te tekenen. Groene blaadjes. Op een goed moment vond ik dat zo banaal, dat ik het probeerde tegen te houden. Ik mocht van mezelf geen blaadjes meer schilderen. Toen ik mezelf na enige tijd toestond om toch weer blaadjes te schilderen werd ik daar heel blij van. Nu snap ik waarom. Ik heb een natuurlijke behoefte aan ‘groen’.
Dit voorjaar probeerde ik al schilderend meer zicht te krijgen op waar ik me mee zou gaan bezighouden als dat niet meer de (mantel)zorg is. Zo ontstond dit schilderij. Ik vind het niet mooi maar wel veelzeggend. Het witte vierkantje aan de horizon trok steeds weer mijn aandacht; ik wist niet wat het was. Maanden later kon ik het benoemen… het is ‘geluk’.

En zo kwam ik op het thema: ’Geluk in het groen’.
De vorm waarin ik er mee aan de gang ga ontwikkelt zich. Ik zeg er ‘ja’ tegen zonder precies te weten waar ik aan begin. Het komt wel, al schrijvend, verhalend, schilderend, fotograferend of misschien wel wandelend.
Ik blijf dromen, want mijn dromen wijzen me de weg.... ook in het bos.

Ik wens ook jou in 2019 veel geluk in het groen!