Pagina's

vrijdag 30 april 2021

Menselijke artsen maken het verschil


Zin

Het is inmiddels alweer vijf weken na de operatie. Er is zoveel gebeurd, dat ik wel wilde schrijven maar niet wist waar te beginnen. Het ziekenhuis, thuis, corona, de politieke spelletjes die blootgelegd worden, het raakt me allemaal. Maar wat stel ik met mijn verhaal nu voor in zo'n hectische wereld? Wie gaat dat lezen? Waar ga ik beginnen? De hoeveelheid van wat er op me af komt, legt me lam. Ik doe maar even niks. Totdat ik opeens een sms bericht van Bob krijg. Bob met wie ik ooit werkte en die ik al jaren niet meer heb gezien. Bij hem is ook net kanker ontdekt en hij zit in een tredmolen. Hij voelt behoefte om het van zich af te schrijven en dacht daarbij opeens aan mij. Toen hij mijn laatste blog over de aanloop naar mijn baarmoederoperatie had gelezen besloot hij contact op te nemen. "Ik herken ontiegelijk veel uit je laatste blog" schrijft hij. "Het zijn gouden tijden maar ook spannend. Ik heb aan jou gedacht om het van me af te schrijven in een soort dialoog." 

Dat hij me dit schrijft, geeft zin aan mijn blog. Ik besluit dat ik door moet gaan met het schrijven van mijn blogs. Al is er maar een persoon die er wat aan heeft. Mijzelf helpt het in ieder geval om inzicht te krijgen in mijn hersenspinsels. 

Ik geef me over

Mijn dochter bracht me die maandag de 22e maart naar het ziekenhuis. In het voorgesprek gaf ik aan tot hoever ik wel en niet behandeld wilde worden. Dat gaf nog wel enige verwarring. "Tijdens een operatie reanimeren we altijd als dat aan de orde is. Wilt u dat dan ook niet?" Ja, natuurlijk wil ik niet overlijden op de operatietafel. Maar als er van alles mis is wil ik ook niet als 'kasplant' verder leven. We konden er in dat gesprek eigenlijk niet zoveel mee, merkte ik, maar ik wilde het wel gezegd hebben en genoteerd. "Maar betekent dat dan dat we u status A (niet reanimeren) moeten geven?" Nee, dat ook weer niet. Ik geef me maar over. 

Dan mag ik me klaarmaken voor de operatie. Bloot in een ziekenhuisschort op een bed. De gynaecoloog die ook bij de operatie zal zijn, bereid me voor. "Het is fijn als je voor de narcose aan iets moois denkt, dan kom je prettiger weer bij", zegt ze. "Ben je nog op vakantie geweest vorige zomer?" Ik begin te vertellen over het reizen door Italië, het prachtige landschap. Dan krijg ik een kapje op mijn mond en neus. De gynaecoloog praat vol liefde verder over Italië. Ik lig te glimlachen. "Nu tellen we tot drie en dan ben je weg." En weg ben ik. 

Fijn wakker worden

Na ongeveer anderhalf uur word ik langzaam wakker met het gevoel dat ik moet plassen. Ik wil uit mijn bed stappen en ontdek dan dat ik niet thuis ben. Er komt iemand naast me staan. "Goedemiddag, u bent op de verkoeverkamer in het ziekenhuis. De operatie is goed gegaan. U kunt nu rustig aan weer wakker worden." Ik hoor mezelf kreunen van de pijn. "We zullen nog een beetje meer morfine geven tegen de pijn. Wilt u een waterijsje?" Daar ben ik nog niet aan toe. In de verte hoor ik een gesprek met een meneer over een apnoe wat hij van tevoren had moeten melden. Een heel gedoe. Dan is daar opeens de gynaecoloog. "Dag schoonheid, de operatie is goed geslaagd. We hebben een hele knollentuin verwijderd en je eierstokken zagen er nog mooi uit." Ze aaide over mijn arm. "Ik ben al vrij, maar ik wilde je dit toch nog even zelf vertellen." Ik word er helemaal blij van. "Doe mij nu maar een ijsje", zeg ik. 

Na het ijsje word ik naar de verpleegafdeling gebracht. Op een eenpersoonskamer mag ik mijn roes verder uitslapen. "Wilt u nog wat eten? We hebben nog spinazie en aardappelpuree." Ik heb er enkele hapjes van gehad in de hoop dat het zou helpen tegen de misselijkheid. Ik app mijn kinderen dat alles goed is gegaan en bel met Wim. Mijn dochter komt nog even langs. Het is goed. 

Pijntjes

Die nacht slaap ik slecht. Misselijk, pijn bij elke beweging en op de rug slapen kon ik toch al nooit zo
goed. Om 2 uur had ik zo'n rammelende maag dat ik er last van had. "Zal ik u een beschuitje brengen?" vroeg de allerliefste verpleegkundige. Dit waren de lekkerste beschuitjes met kaas die ik ooit gegeten heb. Ik voel me meteen veel beter. 

De volgende ochtend werd ik goed wakker. De pijn valt dankzij de medicatie wel mee. Ik was wel moe en viel na het ontbijt meteen weer in slaap. Toen ik weer wakker werd, was ik me bewust van die wond. Ik moest nu opstaan om te gaan plassen. Oehhhh. Voorovergebogen als een oud vrouwtje liep ik de vijf stappen naar het toilet. "U moet wel goed leegplassen, want uw blaas moet weer op gang komen nu." Pfff, ik kon helemaal niet meer plassen. Het voelde alsof ik het contact met mijn blaas opnieuw moest aanmaken. "Probeert u het straks nog maar een keer. Zullen we nu dan de pleister van de wond halen?" Daar was ik op dat moment ook helemaal nog niet aan toe. Ik zag zo'n gapende snee van 15 cm voor me, met zo'n rij met geknoopte hechtingen. Dat wilde ik even niet zien. "Oke, dan doen we het later, gaat u nu eerst maar even rusten." 

's Avonds kwam mijn zoon op bezoek. Dat was fijn. Er kwam een andere verpleegkundige. "Mag ik even naar uw wond kijken?" "Ja, dat mag wel, maar daar zit de pleister nog op, vanmiddag zag ik daar nog erg tegenop", zei ik. "Oh, dan halen we die er nu meteen vanaf, dan kunt u de hand van uw zoon vasthouden", zei ze. Ze haalde de pleister eraf. Alles wat ik zag was een soort ritssluiting. Niks gapende snee met zwarte hechtingen. Geen bloed, niets. Er hoefde geen pleister meer op. Dit viel me mee!

"Maak plaats, maak plaats, maak plaats.... "

Die nacht had ik vooral last van mijn darmen die zich weer een nieuwe plek creëren. Wat een gerommel en gedoe. Ik zag er ook tegenop om weer naar het toilet te gaan. Zouden die hechtingen daarbinnen die druk wel aankunnen? Volgens de verpleegkundige hoefde ik me daar geen zorgen over te maken. Wel gaf ze me zo'n zakje met een oplossing om de darminhoud soepel te houden. Dat zou het gemakkelijker maken. Ik voelde me er ongemakkelijk en emotioneel bij.

Na het ontbijt kwam de afdelingsarts met een verpleegkundige. "U kunt vandaag weer naar huis, hoe vindt u dat?". Nou ik vond dat helemaal niks. Ik wilde nog heel graag even helemaal alleen in alle rust en stilte bijkomen van alles. "Ik gun mijzelf nog een huildag hier in alle rust", zei ik. "Thuis is alles meteen weer anders en het toilet niet zo dichtbij. Ik zie me dat nog niet doen." "Maar medisch technisch gezien bent u goed genoeg om naar huis te gaan", was het antwoord. Ik werd boos. "Ik ben niet alleen een lichaam, ik heb ook nog gevoel en emoties". Ze begonnen over de € 800,- /dag die een ziekenhuisbed kost en dat ik een spoedbed in beslag nam. Ik werd woest en mijn solidariteit met mensen die er in hun leven maar een potje van maken wat hun gezondheid betreft, verdween totaal. "Ik heb nooit wat. Mag ik dan nu niet nog één dag in alle rust hier bijkomen?", vroeg ik. Daar gingen ze over overleggen. "We komen zo bij u terug." 

Ik wist dat er 2-3 dagen ziekenhuisopname staan voor een dergelijke operatie. Ik was pas maandag in de middag geopereerd, nu is het woensdagochtend. Ik ben nog niet zover. Ik had van tevoren ook verteld van mijn thuissituatie, waar ik voor mijn partner zorg. Hij kan mij niet even helpen naar het toilet of voor een kopje thee. Wim zijn zoon is nu wel bij ons thuis om Wim te helpen, maar ik voorzie dat er al gauw weer een beroep op mij zou worden gedaan. 

Oké dan maar...

Ze kwamen weer terug, nu met een andere arts erbij die iets meer medemenselijkheid toonde. "Ik begrijp u wel en hoor u ook, maar het systeem laat het niet toe dat u hier nog langer blijft als u medisch technisch gezien naar huis kunt. Wij als artsen kunnen ook niet altijd meer de zorg leveren zoals wij dat het liefste zouden doen, wij moeten ons ook aan de regels houden".  Ter plekke zakte mijn woede. Deze arts liet zien ook een mens te zijn. Opeens waren we allebei slachtoffer van een systeem waar de menselijkheid ondergeschikt was geraakt aan de regels. "Dank dat je laat zien dat je er ook zelf moeite mee hebt", zei ik. "Nu kan ik het accepteren en zal ik mijn dochter bellen dat ze me kan komen halen." 

Wordt vervolgd...


maandag 12 april 2021

Onwerkelijk

De laatste uren met baarmoeder

Op maandagochtend 22 maart zit ik al om 6 uur aan de ontbijttafel. Om 11.50 uur moet ik me melden voor opname in het ziekenhuis, ik moet dan nuchter zijn. Dat betekent dat ik 6 uur voor die tijd nog maximaal twee beschuitjes met jam mag eten. Zonder ontbijt ben ik niets waard, dus zette ik de wekker voor het nuttigen van mijn laatste maal voordat ik zonder baarmoeder en eierstokken verder door het leven zou gaan. 

Ik ben nog nooit geopereerd, nog nooit onder narcose geweest. Ik ben vitaal en fit en heb eigenlijk nooit wat. Totdat kortgeleden baarmoederkanker bij mij werd geconstateerd. Een kwaadaardig groeisel in mijn baarmoeder, wat ik met een filmcamera zelf heb kunnen zien. Daar was geen ontkennen meer aan. En al helemaal niet vanwege het vloeien wat ik sinds november deed en de krampen die ik af en toe voelde. Niet normaal voor een vrouw van 62. 
"We gaan u opereren om uw baarmoeder en eileiders te verwijderen. Dat gaan we doen met een bikinisnede net boven het schaambeen. Op zich is dat een eenvoudige manier van opereren, maar u zult daarna wel enige tijd nodig hebben om te herstellen. Er staat zo'n 6 weken herstel voor en de eerste weken mag u bijna niets doen en vooral niet tillen." Ik hoorde het aan met de gedachte: Oke, dit moet ik ondergaan. Ik geef me over. Maar het rare is dat ik me fit, sterk en vitaal voelde en wist dat ik na die operatie nog geen pak melk mocht verplaatsen. 

Geen 'kasplant'

Na het eerste bezoek aan de huisarts op 15 februari, nam ik het leven stap voor stap. 

Het eerste onderzoek leek geruststellend. Alleen mijn partner Wim wist er nog van. Het tweede onderzoek leek het zorgwekkender, maar ik besloot er niet eerder met mijn kinderen over te spreken tot ik wist wat er zou gaan gebeuren en wanneer. Toen ik dacht nog een week of 3-4 te hebben, werd ik onverwacht op dinsdag gebeld:"We kunnen u volgende week maandag opnemen voor operatie." Oeps dat ging opeens snel. Ik moest nu toch mijn kinderen gaan bellen en mijn moeder ook. Ik zag daar nogal tegenop. De nachten na het bericht met het slechte nieuws had ik toch wel behoorlijk wakker gelegen. Wat als het niet goed gaat? Wat als er uitzaaiingen zijn, wat als ik binnenkort doodga? Een ding was voor mij duidelijk, ik ben niet geschikt als 'kasplant'.

​De zondag voor de operatie kwamen mijn kinderen om me een hart onder de riem te steken. Ik vertelde ze van mijn wens om niet te moeten leven als 'kasplant' als het mis zou gaan. Ik vertelde ze over mijn angst om niet 'gewoon' dood te mogen gaan als mijn tijd gekomen is. "Maar mam, dat weten we toch van je, we kennen je langer dan vandaag. Heb je het ook ergens opgeschreven?" Nee, dat had ik nog niet gedaan. Ik besloot dat die maandagochtend te doen, nadat ik mijn laatste maal genuttigd zou hebben. 
​​En zo zat ik daar te schrijven aan Wim en mijn kinderen. Een brief waarin ik beschreef dat ik niet meer behandeld zou willen worden als dat tot blijvende invaliditeit of ondraaglijk lijden zou leiden. Ik beschreef de muziek voor mijn uitvaart. Ik beschreef hoe ik wens dat ze verder zullen leven. In liefde. En nog meer.

En dan red ik een lammetje


Net toen ik toe was aan de laatste woorden zag ik voor mijn neus in de wei aan de andere kant van de sloot opeens een lammetje lopen. Hij liep richting het openstaande hek. 

Als een speer schoot ik omhoog. Ik moest voorkomen dat dat lam de drukke weg op zou lopen. Op sokken en in mijn ochtendjas rende ik over de weg richting het hek om het lammetje tegen te houden. Dat was vergeefs, hij glipte langs me heen de weg op. Auto's stopten, een fietser hielp het lam van de weg te jagen. Het lam liep zich vast in de tuin van Joop. Joop wist hoe je een schaap pakt en hij zette het lam op zijn kont. En nu? Ik suggereerde het beest terug te zetten in de wei en dan het hek dicht te doen. Maar Joop dacht dat hij dan zo weer zou ontsnappen. "We moeten hem in een kruiwagen doen, dan kunnen we hem ergens naartoe brengen", zei Joop. Ik rende op mijn sokken naar huis om een kruiwagen te halen. Ook pakte ik een telefoon om een paar buren met schapen te bellen. "Nee, dat lam is niet van ons", was steeds het antwoord. Joop legde ondertussen het lam in de kruiwagen en samen liepen we naar de eerste de beste buren met schapen in de hoop dat zij er wel raad mee zouden weten. Vol adrenaline liep ik achter de kruiwagen in mijn ochtendjas weer naar huis. Daar schreef ik de laatste woorden onder mijn 'afscheidsbrief', Ik voelde me in een onwerkelijke film. 

Ik loop naar boven en vertel Wim, terwijl ik hem zijn sondevoeding geef, wat de afgelopen anderhalf uur heb meegemaakt. Daarna douche ik me en pak mijn tas. Mijn dochter zal me zo wegbrengen.