zondag 9 december 2018

Word wakker!

Al weken kwakkel ik voort. Het begon met spierpijn in mijn linkerschouder en nek. Paracetamol, een warme zak met kersenpitten, gemberthee, insmeren met teatree olie, het werkte allemaal maar tijdelijk. Na vijf dagen begon mijn neus te lopen en leek de pijn uit mijn schouder via die weg mijn lijf te verlaten. Maar helaas. Het kwam terug en nu met hoofdpijn, die mijn hoofd leek te doen barsten als ik maar een beetje buk. ’s Nachts sliep ik met een laurierdropje achterop mijn tong om mijn hoestbuien te bedwingen.

Wordt het dan nooit eens beter?
Na drie weken kwakkelen ben ik aardig teleurgesteld in mijn ‘sterke’ lijf. Ik heb nooit wat en nu dit. De ene dag gaat het en de andere dag hang ik op de bank. Ik erger me niet alleen aan mijn eigen ongemak, maar ook aan de onhebbelijkheden in de wereld om ons heen die nu bij gebrek aan energie vol bij mij te lijken binnenkomen. Waar ik me in de jaren ’90 al druk over maakte, lijkt nu actueler dan ooit. Het is alsof die betere wereld maar niet opschiet, alsof het alleen maar slechter wordt met zoveel verspilling van grondstoffen en ongelijke verdeling van geld en macht. Ik krijg de neiging om te roepen: “Weten jullie het nu nog niet?”

Yes!!
Maar dan keert het tij. Ik lees een artikel waarin Erik Gerritsen, secretaris generaal van het Ministerie van VWS, zegt dat het juist goed is om telkens weer opnieuw het wiel uit te vinden en al werkend te leren door te reflecteren op de praktijk. Dat voelt voor mij als een hart onder de riem. Het werkt dus inderdaad niet als je tegen mensen zegt hoe het moet en waar ze voor op moeten passen. Mensen leren pas echt hun gedrag te veranderen als ze hun neus hebben gestoten, pijn hebben ervaren. Niks paternalisme...Het is blijkbaar niet dom dat ik telkens weer teleurgesteld ben in de mensheid. Het hoort bij het leven om steeds weer je neus te stoten. Ook waar het gaat om te hoge verwachtingen.

Erik citeert Confucius: 
‘Vertel het me en ik vergeet het, doe het me voor en ik begrijp het,
laat het me ervaren en ik maak het me eigen.’ 


Wakker geschud
Afgelopen zomer dacht ik dat mijn ambities stilletjes verdwenen en ik mijn leven vanaf mijn 60e al schoffelend, zorgend en schilderend zou vervolmaken. Een bijzondere gewaarwording. Maar gelukkig, mijn gekwakkel heeft de wereldverbeteraar in me weer wakker geschud. Ik krijg er weer zin in. Die wereldverbeteraar lijkt mijn motor.
Ik zie hoe de dingen waar ik me eerder druk over heb gemaakt in mijn leven, nog steeds actueel zijn.
Rond mijn 20e wilde ik het wereldvoedselprobleem oplossen en ik verminderde mijn vleesconsumptie aanzienlijk omdat dieren voor de productie van hun lekkere lapjes heel veel eiwitrijk plantaardig voer voorgeschoteld krijgen. Een enorme verspilling van eiwitten en grondgebruik. Rond mijn 30e ging ik als milieu-adviseur voor verminderen en hergebruik van afvalstoffen. Er werd in de 90-er jaren met de industrie een 'Convenant verpakkingen' gesloten om e hoeveelheid verpakkingsafval terug te dringen. Ik heb er geen effect van gemerkt en word triest van de plasticsoep.  Rond mijn 40e werd ik verbinder van boeren, burgers en bestuurders in projecten. Rond mijn 50e maakte ik opnieuw kennis met de wereld van de zorg. Met mijn ervaringsverhalen inspireer ik mensen om de regie over hun leven en gezondheid zelf in de hand te nemen in plaats van uit te besteden aan andermans 'goede bedoelingen'.

​En dan nader ik nu de 60. Alles van eerder komt weer langs. De prominente stem van het bedrijfsleven in Nationaal Preventieakkoord voor een gezonder Nederland, bezorgt me een déjà vu van het Convenant verpakkingen. De industrie heeft er hard hun best voor gedaan om de gescheiden inzameling van plastic
afval te verbeteren, zodat wij denken dat het plastic beter gerecycled wordt en het gebruik van plastic niet zo erg is. Behalve het plastic kun je ondertussen in dezelfde zak ook de blikjes en pakken kwijt. De industrie heeft daarmee het verminderen van verpakkingsafval 'opgelost'. Maar de hoeveelheid plastics  in het milieu was nog nooit zo groot. Hoe zou dat met de gezondheidsbeloften in het Preventieakkoord gaan?
Ik realiseer me dat ik niemand hoef te vertellen hoe het moet. Dat werkt niet, daar leren mensen niet van. Ik wil nog meer terug naar de bron. De waarde van ervaring.
​Dat wat men ervaart, is voor mensen de waarheid. Hoe je de ervaring duidt, bepaalt wat je er verder mee doet.

Less is more!
Ik wil mensen inspireren om de waarde te gaan zien van wat ze meemaken omdat dat waarde geeft aan het leven. Omdat vergroting van eigenwaarde vrij maakt van een behoefte aan meer, meer en meer.
Deze gedachte maakt me blij. Mijn gekwakkel is weer over en heeft me beter gemaakt. Ik heb er zin in!

Lees hier het artikel met het interview met Erik Gerritsen: 'Telkens opnieuw het wiel uitvinden, is juist goed.'

Foto

dinsdag 30 oktober 2018

Heeft geld zin?

Begin dit jaar maakte ik kennis met Annette. Ze probeerde haar rol binnen de Beroepsvereniging voor Groene Zorg (BVGZ) weer op te pakken. Daar was ze vanwege darmkanker een jaar eerder mee gestopt. Na een aantal operaties en chemo’s is de kanker nu verdwenen. "Ik had dood moeten zijn, maar ik ben er nog", was één van de eerste dingen die ze zei. Ze voelde zich een ander mens. Niet alleen vanwege de vermoeidheid, maar door alles wat haar met haar ziekte was overkomen. “Ik leef voor mijn zoontje en mijn partner, maar voor de rest heb ik nog geen idee. Ik wil rustig gaan ontdekken waar ik me weer mee bezig ga houden. Ik zal toch weer geld moeten gaan verdienen.” Een half jaar na onze eerste kennismaking vertelt ze dat ze haar bedrijf heeft beëindigd. Gelukkig heeft ze een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, maar de uitkering daarvan stopt in februari 2019. Haar vertrouwde inspiratie is ze kwijt. De zin van het leven, dat is wat haar bezighoudt. Maar kun je daar van leven?

Kun je leven van de zin ervan?
Nadat mijn partner Wim in 2009 een infarct in de hersenstam kreeg en ook voor de hemelpoort werd weggesleept, kreeg ik een ingeving waar het in het leven om gaat. Dat is om in liefde met elkaar te leven, met respect voor de omgeving. Ik zegde mijn goed betaalde werk op om thuis te zijn, zodat Wim weer thuis kon komen wonen. De financiële consequenties kon ik niet overzien, maar het deed er op dat moment niet toe.
Ik was eraan gewend om mijn eigen inkomsten te genereren en daarvan te leven. Dat had mij het gevoel gegeven zelfstandig en onafhankelijk te zijn. Maar door de confrontatie met de eindigheid van het leven door het herseninfarct van Wim, kreeg het werk dat ik deed opeens een andere betekenis. Het leek er totaal niet meer toe te doen. Dat Wim en ik samen verder zouden kunnen leven, daar ging het om.

Mag ik zinvol bezig zijn?
Vanaf dat moment in 2009 probeer ik met zinvolle bezigheden mijn geld te verdienen. En onder zinvolle bezigheden versta ik dat wat bijdraagt aan: in liefde met elkaar leven met respect voor de omgeving. Hoe dat moest wist ik niet, ik ben gewoon maar gaan doen. Dat begon met schrijven over onze ervaringen. Eerst een eigen blog, toen gastcolumns. Wat ik schreef sprak mensen aan. Ik werd gevraagd erover te spreken, voor interviews in tijdschriften en om deel te nemen aan programma’s voor TV. Soms werd het betaald, soms niet. Gelukkig werden we er, een half jaar nadat Wim weer thuis was, op geattendeerd dat Wim een PGB (persoonsgebonden budget) kon aanvragen waar hij mij uit zou kunnen betalen. Het kostte me enige moeite om deze constructie als volwaardig inkomen te accepteren omdat ik vond dat ik als zelfstandig ondernemer geheel zelfstandig mijn geld moest kunnen verdienen. Maar ik zag me niet meer doen wat ik eerder deed, dus wat dan wel?

Ik merk dat er een diepe behoefte aan financiële onafhankelijkheid in mij aanwezig is. En een behoefte om er toe te doen. Ik wil niet alleen van belang zijn voor mijn dierbaren, ik wil ook van belang zijn voor de wereld om ons heen. De maatschappelijke waardering voor wat ik voor Wim doe betaalt zich uit in het PGB. Maar daarin vind ik onvoldoende zingeving. Door onze ervaringen in het (her)vinden van een nieuwe weg in het leven te delen met anderen, krijgen deze ervaringen zin. Op die manier ervaar ik een soort van balans met de maatschappij voor het geld wat ik via het PGB van de samenleving ontvang.

'Echt' geld verdienen
​Maar waarom is er in mij nog een telkens weer oplaaiende onrust? Een stem in mij die vindt dat ik op een ‘echte’ manier mijn geld moet verdienen. Waarom zou wat ik doe niet ‘echt’  zijn? Waarom is het wel ‘echt’ als Wim iemand van een instelling zou inhuren om hem overdag te helpen en om ‘s nachts bij hem te blijven zolang hij aan het ademapparaat ligt. Dat zou wellicht zo duur zijn dat hij in een speciaal verpleeghuis zou moeten gaan wonen. Wat dan ook weer veel meer kost dan dat ik nu krijg. Waar voel ik me steeds weer schuldig over als ik op deze manier zelfs de maatschappelijk gezien goedkoopste zorg lever voor iemand als Wim? Waarom zie ik dit niet als ‘echt’?
Vind ik het té gemakkelijk? Nee, want het is helemaal niet gemakkelijk om zo bewust te leven en van alles wat je meemaakt te willen leren om een nog beter mens te worden.
Ik denk dat het het gevoel is niet mee te doen met waar mensen ‘echt’ hun geld mee verdienen.

Als ik mijzelf wil blijven waarderen, moet ik mijn bijdrage dus niet afmeten aan ‘echt’ geld. Want geld wat iemand verdient, zegt niet zoveel over de maatschappelijke waarde die iemand levert. De beloning van zingeving zit hem misschien wel in ‘geluk’. En geluk is niet te koop!

Geld om het leven zin te geven
Dat brengt me weer terug bij Annette en al die andere mensen die niet of nauwelijks in staat zijn om ‘echt’ geld te verdienen. Zouden we mensen in dergelijke omstandigheden niet gewoon leefgeld moeten geven? Zodat ze kunnen betalen wat ze nodig hebben om zich een zinvolle weg door het leven te banen? Omdat mensen die hun leven zin weten te geven van maatschappelijke waarde zijn. Anders heeft het geen zin….

zaterdag 22 september 2018

Wie dien je?

Ik schreef een column in het tijdschrift Antenne, van de VPTZ (Vrijwilligers palliatieve terminale zorg)

Wie dien je?

Mijn vader is al weer twintig jaar geleden overleden. Vorige maand zou hij 87 jaar zijn geworden. Mijn moeder, broer, schoonzus en ik hebben het er af en toe nog over hoe dat ging. Hoe blij we nog steeds zijn met de duidelijkheid die hij zelf gaf in zijn wilsverklaring. Dat heeft een hoop discussie over eventueel verder handelen voorkomen. 

Artsen die nog wel een mogelijkheid zagen, verpleegkundigen die niet echt zelf een mening uitten en wij die mijn vader al wat langer kenden en wisten dat het leven wat hem eventueel zou restten als zwaar gehandicapte man in een rolstoel, voor hem en ons een zware opgave zou zijn. Hij had graag de regie over zijn leven en zou dat dan nauwelijks nog hebben. Hij had niet voor niets een wilsverklaring opgesteld op het moment dat hij te horen kreeg dat hij kanker had.

Mijn moeder is nu 87. Toen mijn vader overleed zei ze dat ze ook een wilsverklaring wilde opstellen. Ze heeft het nog steeds niet gedaan, maar weet wel wat ze wel en wat ze niet wil.
Enkele maanden geleden brak ze haar heup. Dat in combinatie met nog enkele andere kwalen die haar mobiliteit beperken, deed ons als familie huiveren. Ze woont nog zelfstandig, zou dat zo kunnen blijven? Onze vraag of ze niet eens zou omkijken naar een woonzorgcentrum wimpelt ze al jaren af. Nu neig ik toch een afspraak te gaan maken met een zorgcentrum bij haar in de buurt. Mijn moeder wil daar niet aan denken en wil het eerst nog even aankijken. Mijn broer en schoonzus vinden het ook niet echt een fijn idee dat ze eenmaal weer thuis, zo weer zou kunnen vallen. We wonen allemaal niet dichtbij, kunnen we dit de buren aandoen? 

De heupoperatie verloopt verrassend goed. Geen delier, waar men voor waarschuwde. Wel onzekerder dan ooit met lopen, maar dankzij een goede fysio- en ergotherapeut in het revalidatiecentrum, wordt ze erg handig en zorgvuldig met de rollator. 
Mijn broer besluit dat we haar verlangen om weer in haar eigen huis te wonen moeten respecteren, hoe griezelig we dat ook allemaal vinden. Hij had de douche en het toilet al aangepast en maakt nu een plaat waarmee de drempel van de buitendeur met rollator te nemen is. 

Na twee maanden herstel in een verpleeghuis en revalidatiecentrum is ze nu weer thuis. De thuiszorg is geregeld voor hulp bij de steunkousen en het douchen. Huishoudelijke hulp had ze al. Tafeltje dekje brengt haar warme maaltijden. Het is griezelig haar te zien lopen, maar zij wil dat zo. Ik heb het er over met een vrouw die als verzorgende in een instelling werkt. Ze zegt:“ Mijn moeder heeft ook haar heup gebroken en wilde ook thuis blijven. Ik heb toch geregeld dat ze nu bij mij in de buurt in een woonzorgcentrum zit, en ze vindt het prima. Ik kan nu elke dag even bij haar langs.  Als ik jullie was zou ik dat ook gewoon zo regelen.” 
Er breekt een strijd in mij los. Doe ik het wel goed? Een schuldgevoel bekruipt me.

Als ik enkele dagen later bij mijn moeder op bezoek ga, heeft ze een lelijke wond op haar hand. “Hoe komt dat?” vraag ik. “Ja, ik viel bijna en heb me toen gestoten. De thuiszorg heeft er een verband om gedaan. Het valt me allemaal nog niet zo mee om weer thuis te zijn.” Ik bel mijn broer: “Moeten we niet toch zorgen dat ze anders gaat wonen?” Zijn antwoord: “Mama wil dit zo en ze weet dat als ze weer valt dat waarschijnlijk het einde zal zijn. We moeten dat respecteren.” Hij heeft gelijk. Al mijn drang om haar in een zorgomgeving te laten wonen, is gebaseerd op het tevreden houden van mijn eigen gemoedsrust. Ik wil me niet schuldig voelen als er wat gebeurt. Maar wat gebeurt er eigenlijk als ze om mij tevreden te stellen haar vertrouwde omgeving met lieve buren zou verlaten? 

Een week later ben ik weer bij haar. “Cora, misschien is het verstandig dat ik nu toch zo’n sta-op-stoel ga kopen. Kan ik met jou naar de winkel in een rolstoel?” 
Nu zit ze de hele dag lekker in die stoel in haar eigen huis. Ze kijkt TV en dommelt wat. “Ik ben best wel moe”, zegt ze, “mijn lijf wil niet meer zo goed en met dit warme weer vind ik het wel prima zo.” 

Wie ben ik om haar dit te ontnemen omwille van mijn eigen gemoedsrust?

Deze Column verscheen in Antenne, september 2018

woensdag 1 augustus 2018

Het leven begin bij.....

Over zes maanden word ik 60. Mensen van boven de 60 vond ik tot voor kort maar oud. Eigenlijk nog steeds. Het lijkt alsof velen zo rond de 60 beginnen voor te sorteren op hun oude dag, rekening houdend met komende gebreken. Het grote huis waarin de kinderen opgroeiden wordt verkocht om plaats te maken voor een huis met meer gemak en minder tuin. De nieuwe fiets is elektrisch. Maar…. ik ben zover nog niet. Ik heb me jaren niet zo goed gevoeld als nu.

Toen ik 20 werd, was ik nog zo groen als gras. Ik herinner me er niets meer van. Mijn veertigste verjaardag heb ik niet gevierd. Mijn leven was toen niet zo leuk. Ontslag, scheiding, overlijden vader, het kwam allemaal tegelijk. Een echte midlife crisis die zo’n 7 jaar duurde voordat ik er weer een beetje zin in had. Ik besloot dat ik na zo’n dieptepunt niet ook nog een moeilijke menopauze ging hebben. Dat is me op een enkele opvlieger en een paar jaar gewrichtsklachten na, aardig gelukt. Toen ik eenmaal doorhad hoe goed magnesium helpt om die gewrichtsklachten te verhelpen, werd mijn leven steeds zonniger.

Nu ben ik 59 en een half. Grijs, nog steeds maat 38, wat rimpelig, ouderdomsvlekken her en der, energiek, opgewekt en vol levenslust. Tot voor kort helemaal niet bezig met die 60 jaar, totdat er opeens allemaal mensen om me heen aan het voorsorteren gaan. En toen vorige week iemand tegen me zei:” Ik schat jou zo’n 60 jaar”, was het duidelijk. Ik ben geen 34 meer. 

Moment voor bezinning dus 
Het grootste verschil met nog niet zo lang geleden is de rust. Ik hoef niet meer van alles nog te bereiken in mijn leven. Het idee de wereld te kunnen verbeteren heb ik ook maar losgelaten. En wat andere mensen van me vinden lijkt er ook steeds minder toe te doen. Eigenlijk voel ik me heel vrij en daardoor gelukkig. 

Dan denk ik aan de twintig jaar die achter me liggen. Dat ik veertig was lijkt nog niet zo lang geleden. Dat betekent dat ik ook al snel tachtig zal zijn. Wat moet ik dan nog hebben bijgedragen aan de wereld? 
Eigenlijk wil ik laten zien dat het eigenlijk allemaal nergens over gaat. Dat we ons druk maken om niets en dat juist die drukte, nog meer drukte veroorzaakt. We maken elkaar gek en putten daarmee niet alleen onszelf maar ook de Aarde uit. 

Ik wil laten zien wat gelukkig maakt, omdat dat mij gelukkig maakt. Geluk in het groen.

Wim zei het laatst:” Jouw tuin kan niet groot genoeg zijn”.  Dat klopt… gelukkig hoeft het niet allemaal aangeharkt en van mezelf te zijn. Doe mij maar gewoon voldoende uitzicht, mooi licht op een geelgroen landschap….. dan komt de rest ook wel. 

donderdag 14 juni 2018

Geluk

Zie me daar zitten... klein en nietig onder de wensboom.
Even later wist ik weer waar het voor mij om gaat: GELUK
En zo werd 'Geluk in het Groen' geboren. Je gaat er nog meer van horen. Maar eerst vertel ik hoe ik hier kwam.

Natuur als hulpbron
Jaren geleden volgde ik een opleiding ' Hypnotherapie'. Twee jaar lang zeer intensief aan de gang met het leren van allerlei methoden om mensen te helpen gelukkiger te zijn met hun leven. Zo noem ik dat nu. Hoe de natuur mensen kan helpen een (nieuwe) weg te vinden in hun leven was daar onderdeel van. Ik heb er alleen voor mezelf al heel veel aan gehad, en nog steeds. Voor mij heeft het zijn werking al lang bewezen. Maar toch kun je het nodig hebben om er even weer aan te worden herinnerd hoe goed de natuur je kan helpen. Dat overkwam me op 19 mei in Vierhouten.

De maanden ervoor heb ik al wel weer gevonden hoe belangrijk het voor mij is om gedachtenloos het gras te maaien, mijn klinkerpaadje te ontdoen van onkruid en het zwanenpaar elk jaar weer opnieuw hun nest bij ons in de sloot te zien bouwen. Mijn prille lidmaatschap van de Beroepsvereniging voor Groene Zorg (BVGZ) hielp ook enorm omdat het me weer in contact bracht met gelijkgestemden. Een wereld waar ik door mijn gerichtheid op alles rondom (mantel)zorg even van verwijderd was geraakt.

 ... opeens plopt daar het woord 'geluk' in mij op
Mijn honger naar Groen, bracht mij deze zaterdag in mei weer bij Peter Krijger van het Atma Instituut waar ik kennismaakte met de krachtige werking van de natuur. Peter heeft het model van de Wensboom ontwikkeld en gaf deze dag een gratis kennismakingsworkshop met die boom in levende lijve. Met zo'n 20 mensen liepen we in stilte door het bos bij Vierhouten. Aangekomen bij een grote zandvlakte stond daar een enorme boom. De wensboom. In tweetallen gingen we op zoek naar een diepe wens in onszelf. Wat ons aantrok in de buurt van die boom gaf daartoe input.
Ik dacht dat ik dat voor mezelf wel zo'n beetje wist... iets met mensen helpen om de helende werking van de natuur voor zichzelf te ontdekken. Maar dat bleek het niet helemaal te zijn.
​Opeens plopte daar het woord 'geluk' in mij op. Ik als inspirator voor een gelukkig leven.....

Tja, hoe had ik dat woord GELUK uit het oog kunnen verliezen? In november vorig jaar presenteerde ik mezelf nog gekscherend als 'Miss Luck'. toen ik in de jury plaatsnam van de Award voor Briljante Mislukkingen bij het ministerie van VWS.  Ik begon mijn presentatie toen met de woorden: " Ik ben een briljante mislukking" . 

Foto
De grap is dat dat klopt. Want een briljante mislukking is eigenlijk iets wat onvoorzien verloopt maar waar iets onverwachts positiefs uit voorkomt. En eigenlijk is dat de manier waarop ik door het leven ga. In alle shit en ergernis die er op mijn pad komt probeer ik te zien wat het me te vertellen heeft, wat het me oplevert. Daar kom ik onder andere achter als ik onkruid aan het wieden ben in mijn tuin.

Nog veel meer geluk...
Jaren eerder wilde ik al eens op onderzoek naar een economische herwaardering van 'geluk' naar Bhutan, vanwege het Bruto Nationaal Geluk wat men daar als maatstaf voor de economie ontwikkelde.
Zo rond mijn 40e was ik heel erg bezig te onderzoeken wat maakt dat de ene mens gelukkig is en de ander verzuurt. En natuurlijk wilde ik weten wat ik er aan zou kunnen bijdragen dat meer mensen gelukkig zouden zijn. Ik kwam tot het inzicht dat mensen die het licht zien, of de geest krijgen, hoe je het maar noemt, gelukkiger zijn omdat ze op een andere manier met tegenslagen in hun leven omgaan. Vervolgens ontdekte ik dat je nooit kunt weten waardoor mensen opeens het licht gaan zien, maar dat ervaringsverhalen mensen zodanig kunnen raken dat ze hun eigen situatie opeens met andere ogen gaan bekijken. En zo zag ik het als waardevol om mijn ervaringen te delen.

Wat ik doe gaat dus niet om mij..... ik wil meer GELUK door mensen te raken met ervaringsverhalen.
Ervaringen in het groen. Omdat groen mij gelukkig maakt. Ik was het me, verblind geraakt in een wereld van systemen, even niet meer bewust ......

Voor wie mij wil volgen over Geluk in het Groen... ik heb al een Facebookpagina en een Instagramaccountonder die naam gestart. Een website is in wording.
​Tot ziens!