Pagina's

zondag 5 juni 2022

Podcastserie: 'Dood gaan we allemaal'

Een podcast maken deed ik nog niet. Tot nu! Vanaf 2 juni zijn via Editiegroenehart.nl gesprekken te beluisteren die ik heb met gewone mensen over de dood. Gesprekken over hoe ze denken over hun eigen levenseinde, hoe ze de dood van dierbaren hebben ervaren, leven na de dood of niet, geloof, ziekte en wat er maar voorbij komt. Verrassend openhartig.

Hoe kom je tot zoiets?

"Zou je het leuk vinden om met ons samen te werken?" vroeg AnneMarie Visser van Editiegroenehart.nl me na afloop van een interview over iets heel anders. "Zou je het leuk vinden om een podcast te maken?" vervolgde ze. We spraken af om het er een paar dagen later met een kopje koffie eens verder over te hebben. 

Onderweg op de fiets naar huis begon het al. Een podcast? Ik? Thuisgekomen ging ik meteen op onderzoek uit. Hoe doe je dat? Ik las de 111 tips voor het maken van een podcast. De belangrijkste voor mij was: "Blijf vooral jezelf." Toen dacht ik, oké dan kan ik het. Maar waar ga ik het dan over hebben? Nog een nachtje slapen en toen wist ik dat ik met mensen in gesprek wil over de dood. Misschien wel als vervolg op de SIRE campagne: 'Praat over de dood en niet er overheen'. De dood speelt een belangrijke rol in mijn leven. Mijn angst is dat ik niet gewoon dood mag gaan als mijn einde daar is. Doorgaan voorbij het einde is niet wat ik wil. Maar ik realiseer me ook hoe dat kan schuiven. Kortom... ik weet het ook niet en daarom vind ik het fijn er met mensen over te spreken. AnneMarie was meteen enthousiast over het idee. "Ik weet ook al een titel", zei ze: "Dood gaan we allemaal". En zo werd een podcastserie geboren. 

De techniek

De volgende stap is het uitvinden hoe het werkt met microfoontjes, ontvangers, opnemen, bewerken en publiceren van podcasts. Gelukkig hoef ik me over het laatste niet druk te maken en bij Editiegroenehart.nl hebben ze ook een geluidsman die zich over ruisjes en begin en eindtunes buigt. Ik schaf mijzelf een setje aan met twee microfoontjes en een ontvanger die ik in mijn iPhone plug. Een draadloos microfoonsysteem, ook te gebruiken bij het maken van filmpjes. Ik hou van simpel, want dan ben ik het meest flexibel en kan ik eventueel ook wandelend gesprekken opnemen. Via de dictafoon kan ik opnemen en eventueel stukjes eruit snijden. Ik ben klaar voor opname van het eerste gesprek. De vraag is nog wel even waar. Ik had bedacht de gesprekken in mijn tuinhuis te houden. Dat is een mooie rustige plek aan het water, maar is het wel stil genoeg? Ik zaag nog een tak af die door de wind over het dak schuurt. 

Het eerste gesprek

AnneMarie biedt zich aan als eerste gesprekspartner. Dat vind ik wel prettig want dan kan ik meteen met haar bespreken of de plek goed genoeg is. Net als andere mensen is AnneMarie meteen enthousiast over ons tuinhuis aan de vijver en we beginnen. Zo bijzonder. We kennen elkaar amper en hebben meteen een mooi gesprek. Het gaat helemaal vanzelf. Het gaat over onze overleden vaders, over eventueel leven na de dood. Na twintig minuten besluiten we te stoppen, maar we kunnen nog veel meer bespreken. Dat komt dan een andere keer. 

Twee wekelijks een gesprek

Enthousiast vertel ik om me heen over de podcastserie. Tot mijn verrassing zeggen diverse mensen dat ze ook wel met me in gesprek willen over de dood, of ze geven een tip voor iemand die ik toch vooral ook moet spreken. Binnen no time heb ik al vier gesprekken opgenomen. Allemaal heel anders en die met mijn partner Wim is wel heel bijzonder. Ik word steeds enthousiaster en spreek met Editiegroenehart.nl af dat we om de week op donderdag een nieuwe podcast plaatsen. 
Wil je ook een gesprek met me opnemen? Stuur me dan gerust een email. 

Te beluisteren

Het eerste gesprek is hier te beluisteren. 
​De volgende gesprekken komen op donderdag 9, 23 juni, 7 juli en zo verder. 





woensdag 29 december 2021

Ze stierf op het juiste moment

Mijn moeder is op 10 december 2021 overleden, voor ons onverwacht. Ja ze was al 90, maar nog scherp van geest en niet ziek in de zin van griep, corona. Toch blijkt achteraf dat ze stierf op het juiste moment.

Haar motto: "Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn!'

Ouder worden

Vanaf haar tachtigste voelde ze zich fysiek steeds een beetje minder gemakkelijk worden. Door de spierreuma en de spierpijn in haar benen en schouders werd ze minder mobiel. Met dagelijks een pilletje Prednisolon hield ze de pijn onder controle. Neuropathie onder haar voeten maakten het lopen beetje bij beetje onzekerder. In januari 2018 ging ze even buiten kijken of de uil nog op het plankje aan de gevel zat. Net weer binnen de deur gleed ze uit en brak haar heup. Ze kreeg een nieuwe heup en herstelde wonderwel voorspoedig. Tijdens het revalideren leerde ze weer te lopen achter een rollator. Ze wilde maar één ding. Weer thuis wonen in haar eigen omgeving. Mijn broer en ik vonden het best spannend. We deden de struikelkleden weg en plaatsten een kleine vaatwasser zodat ze niet meer zelf zo lang aan het aanrecht hoefde te staan om af te wassen. Ook vond ze het fijn om via 'Tafeltje dekje' elke dag een warme maaltijd te ontvangen. Ooit had ze samen met mijn, in 1998 overleden, vader als vrijwilliger de maaltijden voor 'Tafeltje dekje' bij mensen thuisbezorgd. 

Omringd door lieve buren, met behulp van de thuiszorg en de hulp van Greetje, woonde ze weer thuis. Van de heup had ze weinig last. Wel van haar steeds gevoellozer wordende voeten. "Ik heb het gevoel dat ik op kussentjes loop", zei ze vaak. Met haar rollator scharrelde ze door het huis en de tuin. Verder kwam ze nauwelijks, maar dat leek haar niet echt te deren. Het koor, het volksdansen, het was allemaal al gestopt omdat er te weinig leden meer overbleven. De Plattelandsvrouwen waren Vrouwen van Nu geworden en ook dat geloofde ze op een goed moment wel. Het liefst was ze gewoon thuis. Dat was ook het meest gemakkelijk als haar darmen plotseling weer opspeelden en de wc niet dicht genoeg bij kon zijn. De vrienden en bekenden werden ook steeds minder mobiel en stuk voor stuk vielen er mensen om haar heen weg. 

Steeds kleinere wereld

De TV was haar grootste vriend. Vanuit haar sta op stoel zag ze in de Tour de France heel Frankrijk aan
zich voorbijtrekken. Ook voetbal en schaatsen vond ze fijn om naar te kijken. Ze was trouwe fan van Matthijs van Nieuwkerk en op zondag zag ze altijd de boekbesprekingen en Buitenhof. Overdag kon je bij haar niet binnenkomen of ze had Radio Noord aan. Ze volgde ze live op TV in de studio. "Dat zijn mijn vrienden", zei ze vaak. Zo had ze elke dag gezelschap van de presentatoren van de radioprogramma's. 

Zo redde ze zich met wat hulp en een alarmknop om haar pols nog enkele jaren in haar eigen huis. Daar wilde ze het liefst in haar eigen bed doodgaan. Toen vorig jaar corona kwam zei ze: "Als ik corona krijg, dan kruip ik gewoon in mijn bed." Ze wilde niet meer naar het ziekenhuis en sterven op een IC leek ons allemaal een nachtmerrie. Daarom besloten we in november 2020 met elkaar en de huisarts bij haar thuis te overleggen wat ze wilde als ze ziek zou worden. Ze zou dan gewoon thuis blijven, behalve als ze bijvoorbeeld een bot zou breken wat normaal zou kunnen herstellen. Alles werd besproken en vastgelegd in een behandelverbod. Ze was trouwens helemaal niet bang om corona te krijgen. Veel mensen kwamen er toch niet bij haar over de vloer. Wij als kinderen en kleinkinderen kwamen gewoon bij haar op bezoek. We waren blij dat ze thuis woonde en dat we niet voor de ramen van een gesloten verzorgingshuis naar haar hoefden zwaaien. De thuiszorg kwam haar elke week helpen bij het douchen. Greetje kwam twee keer per week om wat schoon te maken en de boodschappen te doen. Haar maaltje werd elke dag bezorgd en de buren hielden van meerdere kanten een oogje in het zeil. Alleen die voeten en die darmen....  Soms stond ze weer hopeloos op om steeds moeizamer met haar rollator naar het toilet te snellen. Vaak was ze te laat. Maar ze redde zich nog steeds, met moeite. 

Gevallen!

Op zaterdag 19 juni werd ik gebeld door een lieve medewerker van de thuiszorg. "Je moeder is gevallen en kan niet meer staan. Ze zit nu op haar stoel met haar voet omhoog. Haar enkel is dik. Wij zijn nu hier omdat ze op de alarmknop heft gedrukt, maar we kunnen hier niet blijven." Ik zei: "Ik kom er nu aan" en sprong in de auto nadat ik thuis de sondevoeding voor Wim had klaargezet en zijn zoon gebeld of hij bij zijn vader kon komen in de loop van de dag. "Ik kom bij pa zolang als dat voor jou nodig is" zei zoonlief. Ik kon er voor mijn moeder zijn. 

Toen ik 200 km verder en ruim twee uur later bij mijn moeder aankwam, was het eerste wat mijn moeder zei: "Ik geloof dat ik nu toch naar een verzorgingstehuis moet." Dat was een hele stap voor haar. Maar eerst moest ik zien hoe we de boel bij haar thuis konden redden tot er maandag een arts zou kunnen komen kijken. De thuiszorgmedewerker ging weg en zou om 16.00 uur weer terugkomen om te kijken hoe het ging. Ik haalde bij een uitleenwinkel een po-stoel zodat ze alleen maar hoefde op te staan om meteen weer op de po-stoel te gaan zitten. Om een uur of half vier moest mijn moeder toch wel heel nodig plassen. Ik ben gewend om transfers te doen met iemand die niet goed kan staan, dus ik dacht dit moet lukken. Met moeite nam ze plaats op de po-stoel. Ik besloot te wachten tot de thuiszorgmedewerker er was om haar samen weer in de stoel te helpen. 

De thuiszorgmedewerker kwam gelukkig al snel. Samen hielpen we mijn moeder op te staan om weer in haar stoel te gaan zitten. We hoorden 'krak' en toen ze weer zat zagen we de voet scheef aan haar been staan. Dat was duidelijk gebroken. Bij aanraking deed het veel pijn. De thuizorgmedewerker besloot de ambulance te bellen. De mannen constateerden dat de enkel gebroken was en zetten hem weer recht terwijl ze op de brancard lag. Achter de ambulance aan reed ik mee naar het Martiniziekenhuis. 

Foto maken, gipsen, nog een foto, opnieuw gipsen en nog een foto later bracht ik haar naar een ziekenhuiskamer. Ik ging weer naar haar huis om te slapen.

De volgende dag ging ik met een tas vol kleren en toiletspullen naar het ziekenhuis. Onderweg hoorde ik dat mijn moeder al terecht kon in Maartenshof, een revalidatiecentrum voor ouderen in Groningen. Ik kon meteen naar Maartenshof rijden. Ik bracht haar met haar spullen naar een kamer. Samen deden we de intake. Ze was moe want ze had slecht geslapen. Ik ging naar huis. Allerlei gedachten spookten door mijn hoofd.

Afwachten

Twee dagen later reed ik alweer richting Groningen, nu samen met Wim. We overnachtten in haar huis. Ik informeerde de buren, die al zeer betrokken via WhatsApp hadden gevraagd hoe het was. Mijn moeder moest zoveel mogelijk uit bed en met haar been omhoog zitten. Ze onderging het gelaten. Het was afwachten hoe het herstel zou gaan. Na een week ging een buurvrouw met haar in de rolstoel naar het ziekenhuis voor een foto. Het bot was verschoven, er moest opnieuw gips om en nu strakker. Ook moest ze nu met een tillift in en uit bed, zodat ze haar been helemaal niet zou belasten. Dat hangen in die tillift vond ze maar niets, een beetje mensonterend. 

Ondertussen nam ik contact op met Vredewold, het verzorgingshuis waar ze wel naar toe wilde. Er was een wachtlijst. "Hoe komt mijn moeder op die wachtlijst?", vroeg ik. Ja, dan heeft ze eerst een indicatie nodig. Dat doen ze in Maartenshof, maar het kan ook via de huisarts. In Maartenshof vroeg ik of ze een indicatie konden regelen. Nee, dat kon pas na 6 weken, als ze uitgerevalideerd was. Dat stelde me niet gerust. Ik belde de huisarts. Daar adviseerden ze me om toch te wachten op de indicatie van Maartenshof omdat dat uiteindelijk toch sneller zou gaan. En... ze moest vooral niet in afwachting van plaatsing in Vredewold nog naar huis gaan. Want dan zou het allemaal nog langer duren voor ze daar geplaatst zou kunnen worden. Ik kon dus even niets doen, gewoon wachten.

Een zomer terug naar mijn geboortestreek

Wachten in de zomer; het was een beetje als vakantie. We gingen elke week wel twee dagen naar Nietap. Logeerden in het fijne huis, genoten van de mooie omgeving. Ik ging vaak 's avonds nog even een stukje

fietsen. Naar Terheyl, waar mijn vader geboren is. Het Natuurschoon, het bos tussen Nietap en Roden. Het bos waar we ook al met mijn oma en opa Postema regelmatig wandelden op zondagmiddag. Het bos waar we ruim 20 jaar geleden de as van mijn vader verstrooiden. Ik fietste naar het Leekstermeer, naar Roderwolde. In Peize bezocht ik het graf van de ouders van mijn moeder. Elke keer als we vanuit Maartenshof in Groningen weer naar Nietap gingen, reden we een ommetje door het gebied van mijn jeugd. De Onlanden zijn inmiddels natuurgebied geworden in plaats van kale weilanden. Ik ben in deze (na)zomermaanden mijn geboortestreek gaan herwaarderen. Wat is het er mooi!

Levenstestament

Ondertussen kwam mijn moeder met ons tot de conclusie dat haar huis maar beter verkocht kon worden. Heel toevallig hadden Wim en ik onze hypotheek deze zomer omgezet bij een notaris. Bij deze notaris kwam de situatie van mijn moeder ter sprake en ze vroeg ons of mijn moeder een levenstestament had. Ze gaf een folder mee. In een levenstestament kun je o.a. dingen regelen rondom volmacht. Mijn moeder vond het wel een verstandig idee dat mijn broer en ik namens haar konden beslissen en tekenen als dat nodig was. Ook zou dat betekenen dat bij overlijden geen executeur testamentair nodig zou zijn om het huis te verkopen. We zochten een notaris die zelfs bereid was mijn moeder te bezoeken in Maartenshof. Eerst voor een gesprek en daarna voor ondertekening. Hoe handig dit levenstestament was, bleek later.

We nodigden een makelaar uit om het huis te verkopen. Opeens ga je dan zelf ook met 'verkoopogen' naar huis en inrichting kijken. Mijn moeder bleek veel meer te hebben verzameld dan ik dacht. Ik ging opeens overal kleine nepbloemetjes zien. De orchideeën bloeiden altijd. Ook bleek ze veel creatiever dan ik wist. Overal schilderijen, tekeningen en andere kunstwerken. En overal haakwerkjes. In de meterslange kledingkast hingen jurken van jaren her. Zelfs haar trouwjurk en een jurk uit 1969 van Trevira 2000. Operettekostuums, hoedjes, spelletjes, speelgoed, mijn oude poppenwagen, het was er allemaal nog. Langzaamaan begon ik op te ruimen. Half augustus werden er foto's gemaakt voor Funda. Gelukkig hoefde de binnenkant van de kastjes en de inhoud van de garage niet op de foto. In afwachting van een definitieve woonplek voor mijn moeder, wilden we nog niet al teveel weg doen. Maar wat doe je met een hele grote antieke kast, of een Friese staartklok die al generaties in de familie Postema wordt doorgegeven? Ooit heel veel geld waard, nu nog geen €100,-. Gelukkig bleken er liefhebbers van oud spul in de familie te zijn. 

Ondertussen ging mijn moeder van tehuis naar tehuis

Mijn moeder herstelde inmiddels, maar het lopen ging nog erg moeilijk. Ze voelde zich erg onzeker op haar benen. Na zes weken was ze uitgerevalideerd en moest ze van de revalidatieafdeling weg. De indicatie voor een verzorgingshuis werd afgegeven en transfermedewerker ging achter een plek aan in Vredewold. Maar... dat kon nog wel even duren. Zo verhuisde ze eerst in Maartenshof nog naar een overgangsafdeling, in afwachting van een plek in Vredewold. In Maartenshof was te weinig personeel. Dat het vakantietijd was en men corona moe was, hielp niet. Soms moest ze erg lang wachten als ze belde om naar het toilet geholpen te worden. Ook was er geen tijd voor een praatje, zoals ze dat thuis met de thuiszorg gewend was. Ze was duidelijk niet op haar plek en leek af en toe apathisch voor zich uit te staren. In afwachting van betere tijden. Ze hoopte in Vredewold nog mensen die ze kende te ontmoeten, zodat ze weer wat aanspraak had. Als je niet dement bent is het leven in een tehuis met oude mensen niet zo opwekkend. 

Ik besloot zelf eens met Vredewold te bellen om te vragen hoe het nu met hun wachtlijst was. Het antwoord: Ja, dat kon nog wel tot januari duren. Ze zat nu toch goed in Maartenshof? Ik was verbaasd. Toen ik zei dat ze daar helemaal niet zo goed zat en dat het erg nodig was dat ze weer in haar vertrouwde omgeving kon wonen om te voorkomen dat ze totaal zou vereenzamen was dat nieuw. Ze zou meteen de urgentie veranderen en er achteraan gaan dat mijn moeder zo snel mogelijk als er weer een plek vrij zou komen, aan de beurt zou zijn. Na twee weken kwam het bericht dat mijn moeder terechtkon op een schakelafdeling in Vredewold, in afwachting van een definitieve plek waar ze haar eigen spullen weer om zich heen kon hebben. 

Ook al was ze nog steeds in een tijdelijke kamer, het was een verademing in Vredewold te zijn. Het personeel sprak met haar dialect en was zo liefdevol en vol aandacht dat het me ontroerde. Mijn moeder knapte op, ze kreeg er weer zin in. Ze kon weer gaan zingen en eten in het restaurant. Ik nam haar mee in de rolstoel naar het winkelcentrum voor een nieuwe bril. Voor de deur zag ze een vrouw die ze kende. De volgende keer kochten we op advies van de fysiotherapeut nieuwe schoenen. 

Ondertussen was haar huis verkocht. Dat ging heel snel. Jonge mensen die hun jeugd daar in de buurt hadden doorgebracht, vonden het fijn om na hun studie in de stad weer terug te gaan. Het voelde goed. De overdracht zal begin januari 2022 zijn. Eind oktober kwam er een kamer vrij in Vredewold waar ze definitief zou kunnen wonen. Mijn broer en ik namen haar nog een keer mee naar haar eigen huis. Dat zag er ondertussen al veel leger en kaler uit dan ze het had achtergelaten in juni. Ik had haar de foto's op Funda laten zien, het leek al niet meer zo op haar huis zei ze toen. We zetten haar met rolstoel midden in de kamer. Ze gaf aan wat mee moest en wat weg mocht. Het was raar, mijn broer haalde het dressoir uit elkaar waar ze bij was. "Hé, de kastjes zijn al leeg", zei ze. We richtten haar nieuwe kamer in. De volgende dag ging ze weer wonen tussen haar eigen spullen. Dat voelde voor ons allemaal fijner. Ze had haar foto albums weer bij zich. Ook at ze weer van haar eigen boerenbont servies met haar eigen bestek.

Nieuw thuis

Nu ze definitief op heer plek was, konden we haar huis echt leegruimen. We besloten nog even twee weken daarmee te wachten, zodat ze nog kon bedenken wat ze eventueel nog meer wilde hebben uit haar huis. Ondertussen gingen Wim en ik nog steeds elke week naar Nietap en overnachtten daar. Elke keer ruimde ik weer spullen op. Op een goed moment bracht ik zo'n 15 zakken kleding naar de kledingcontainer. "Die lamp uit de kamer, die wil ik toch wel graag hier en mijn aardappelschilmesje. En dat schilderij wil ik graag daar hangen." 

Twee weken later, eind november, kwamen twee neven, mijn broer en ik samen om haar huis en garage leeg te ruimen. 's Avonds was het nog niet klaar. Twee bedden, twee bankjes, de TV en nog wat kopjes en wat keukenspul bleef achter. Wim en ik zouden er nog een keer overnachten en daarna zou mijn broer de laatste beetjes meenemen. 

Zo gingen Wim en ik op 9 december naar mijn moeder met kerstversiering en een kruik waar ze om gevraagd had. Onderweg in de auto werden we door Vredewold gebeld. "Je komt vandaag hierheen, maar je moeder moet overgeven en heeft diaree. Mogelijk heeft ze het norovirus, blijf dus maar thuis." Wij waren al een eind onderweg en ik zei:"Nee, ik kom gewoon. Ik doe wel zo'n schort voor en handschoenen aan als dat moet." Dat was goed. 

Overgeven

Toen ik kwam lag mijn moeder in bed met een kotsbakje in haar hand. Ik nam het van haar aan. Zonder kunstgebit zag ze er uit als een oud vrouwtje. Ik deed de kruik in de kast, legde de kerstversiering aan terwijl de verpleging liep te overleggen wat te doen. Ze belden de huisarts en besloten een klysma te geven. Ik besloot dat ik daar niet bij wilde zijn en vertrok. Raar afscheid met zo'n masker, handschoenen en een geel schort. 

De volgende ochtend werd ik gebeld dat het weer wat beter ging en dat het geen norovirus was. Ook geen corona. Ik mocht haar gewoon bezoeken. Rond half elf  uur was ik bij haar. Ze lag nog wel in bed omdat ze bij het opstaan wat duizelig was geworden, maar ik was blij haar weer chocomel te zien drinken.  Ze voelde zich weer wat beter, maar nog niet optimaal. De huisarts kwam en onderzocht haar buik. Haar darmen werkten wel maar de conclusie was dat het goed was de harde stukken op te lossen met een laxeermiddel. Het gemakkelijkst was het als ik dat even bij de Kruidvat kon gaan halen. Ook nam ik wat kaasblokjes voor haar mee om haar zoutvoorraad weer wat aan te vullen. Toen ik terugkwam had ze zelf nog geen trek maar de medewerker bood aan om haar maaltijd op te halen zodat ik nog wat kon eten voor ik weer naar huis ging. "Je moet nog zeker twee uur rijden, dan is dat toch lekker als je wat gegeten hebt." Zoveel warme aandacht, het ontroerde me. Ik heb heerlijk bij mijn moeder op de kamer zitten eten. Kibbeling, gemengde groenten en bitterkoekjesvla toe. Mijn moeder zat stil te genieten in haar bed. Haar liefde ging vooral door de maag, je kon haar geen groter plezier doen dan lekker te eten. 

Ik zei tegen haar dat we voor het laatst in haar huis hadden geslapen en hoe fijn dat was geweest. Zo stil en
rustig. We hadden goed geslapen. Ook had ik de auto volgeladen met de laatste spullen die ik nog mee wilde nemen. De periode Nietap was voor mij afgesloten. De volgend keer als we naar mijn moeder zouden gaan, was dat alleen om haar te bezoeken in Vredewold. Dat was wel een rare gedachte. "Wanneer kom je weer?", vroeg ze. "Met kerst", zei ik, "maar ik weet nog niet precies hoe dat zal gaan vanwege de coronamaatrdegelen. "We mogen nu niet meer met zijn vieren tegelijk bij jou komen, maar twee voor twee." Ze vond het maar niks. Met kerst kwamen wij als familie altijd bij elkaar om samen te eten. Nu zouden mijn broer en ik met onze partners net als vorig jaar met zijn vieren bij haar komen. Maar zelfs dat zat er dit jaar niet in. "Kan ik nog wat voor je doen?", vroeg ik haar. "Nee, ga maar", zei ze. Ik aaide haar over haar bol, gaf een kus op haar voorhoofd, hield nog even haar hand vast en vertrok. 

Om half vijf waren Wim en ik weer thuis. We hadden het er over hoe fijn het was dat ze nu niet meer in haar eigen huis was en zich alleen zou moeten redden. Blij met de warme aandacht in Vredewold. Ook realiseerden we ons dat dit waarschijnlijk geen jaren meer zou duren. Ik belde mijn broer om te vertellen hoe het nu met haar was. Hij zou de volgende dag naar haar toe gaan. 

Het einde

Om half acht die avond werd ik gebeld door Vredewold. Vanaf vier uur was ze weer gaan overgeven. Het was heel vermoeiend en naar voor haar. Heel toevallig had ik ze twee weken geleden het behandelverbod toegestuurd, ze hadden daar eerder nog geen weet van. Het maakte ze bewust dat ze haar niet naar het ziekenhuis moesten sturen. Ze vroegen me of het goed was om toch de spoedarts in Groningen te bellen omdat het voor haar op deze manier niet comfortabel was. "Natuurlijk", zei ik, "ze is nog wel steeds eigen baas he!" Even later belden ze weer. De dokter zou komen, maar het was druk. "Ik heb tegen je moeder gezegd dat je zei dat ze nog wel steeds eigen baas is. Ik heb gezegd dat ze je goed heeft opgevoed. Je moeder moest lachen."  Zo mooi om dat te horen. "Zeg maar tegen mijn moeder dat ik Henk (mijn broer) ook gebeld heb, dat hij weet hoe het met haar is", zei ik. Even later kreeg ik terug dat ze het fijn vond om dat te horen. 

Nog geen uur later werd ik weer gebeld. "Je moeder is inmiddels al overleden. De dokter is nog niet geweest. We zijn elke tien minuten gaan kijken en opeens is ze overleden. Wij hadden dit ook niet verwacht." Ik ben geschokt en in tranen. Na enkele minuten ben ik weer rustig. Ik moet op zoek naar een uitvaartbegeleider, ik moet mijn broer bellen....  Mijn broer schrikt ook. 

Mijn schoonzus, die al vaker met dit bijltje gehakt heeft, raadt me aan om in Vredewold te vragen met welke uitvaartbegeleider ze goede ervaringen hebben. Als ze vanuit Vredewold bellen om te vertellen dat de arts de dood officieel heeft vastgesteld, stel ik de vraag. Ik krijg de namen van twee uitvaartbegeleiders.  Ik bel de eerste. "Het spijt me, het is nog nooit gebeurd, maar we zitten helemaal vol." Hij verwijst me naar een collega, toevallig dezelfde vrouw die ook door Vredewold is genoemd. Ik bel met Aline de Graaf. Haar stem en haar rust voelen om 22.30 uur als een warm bad. We spreken af om elkaar, met mijn broer samen, de volgende dag te spreken op de kamer van mijn moeder. Ondertussen regelt ze wat geregeld moet worden. De kleren voor mijn moeder, de koeling en ze vraagt of mijn moeder op haar kamer kan blijven tot de uitvaartbijeenkomst. Dat kan. Verdwaasd, maar ook gerust, gaan we slapen.

Rust en eenvoud

De volgende dag rijd ik allen naar Leek. De zon is net opgekomen in een nevelig landschap. Ik geniet van de prachtige wereld om me heen. Mijn gedachten gaan naar wat er allemaal moet gebeuren, maar ook naar de laatste dagen. Het voelt verdrietig maar ook goed. Mijn moeder had een mooi leven, het einde paste er wel bij. Ik koop nog snel een klein roze boeketje in een vaasje om bij haar te zetten.

Mijn moeder ligt opgebaard op haar bed, alsof ze tevreden ligt te slapen. Ik kan heel rustig naar haar kijken, aai nog even over haar hand. Ik voel me vredig. Al snel komen ook Aline en mijn broer. We besluiten gewoon bij mijn moeder aan de tafel te overleggen over de kaarten, de uitvaartbijeenkomst, de kist, verzekeringen en officiële handelingen. Moeder ligt er rustig bij, zo mooi.

We kiezen een eenvoudige onbewerkte kist en een kaart met blauwe hortensiabloemen op de voorkant. Een mooie foto van mijn moeder in de tuin een jaar geleden, aan de binnenkant. Aline vraagt of ze nog een motto had, wat we er bij kunnen zetten. De zoon van mijn broer, Roel, die ondertussen ook is gekomen zegt oma zei altijd:"Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn." Ja, dat herkennen we.

We nemen enveloppen en haar adresboekje mee naar haar huis in Nietap. Nog die middag lever ik ze geschreven in bij Aline. Zij zal zorgen dat de kaarten maandag verstuurd worden. Met een auto vol fotoalbums rijd ik naar huis. Ondertussen al nadenkend over wat ik wil zeggen op de uitvaartbijeenkomst.

Mijn broer en ik regelen het wel

De week volgend op haar overlijden hebben mijn broer en ik veel contact. We zijn het over alles heel
gemakkelijk eens. Ik stuur een bericht aan de notaris waar we op 5 januari de overdracht van het huis hebben en vraag wat er nu moet worden geregeld. Weer zijn we blij dat mijn moeder een levenstestament heeft. De verkoop van haar huis kan gewoon doorgaan. Wel wordt de procedure anders. We moeten formeel de erfenis aanvaarden en ik geef mijn broer volmacht om de afhandeling er van te regelen. 

Mijn broer en ik wonen anderhalf uur rijden bij elkaar vandaan. We zagen elkaar in ieder geval met Kerstmis bij mijn moeder en soms nog een keer met een verjaardag. Als we elkaar zagen was het altijd goed, maar mijn moeder wilde graag dat we meer contact hadden met elkaar. In de maanden na het breken van haar enkel, hadden mijn broer en ik al veel meer contact met elkaar. Telefonisch, via WhatsApp of mail en een enkele keer live. We constateerden dat we eigenlijk meer gemeenschappelijk hebben dan we dachten. We stemmen zelfs op dezelfde politieke partij en dat is niet de partij van mijn moeder. Mijn moeder vond het de laatste maanden fijn te horen als ik vertelde dat ik Henk gesproken had en dat we zo'n goed contact hadden. Ik begrijp haar verlangen. Hoe fijn is het als je kinderen ook na je overlijden steun hebben aan elkaar en het goed samen afhandelen wat je hebt nagelaten. 

Op de vrijdag van de afscheidsbijeenkomst verzamelen we ons in de kamer van mijn moeder waar haar kist mooi staat opgebaard. Ik leg het rouwbloemstuk van de naaste familie op de kist. Mijn broer en ik rijden de kist over de gang, met de lift gaan we naar beneden. Als we de lift uitstappen staan daar minstens 20 medewerkers in een kring in de hal voor een uitgeleide. Wat een mooi gebaar. 

We rijden door een miezerige wereld achter de rouwauto aan naar Assen. Binnendoor, door het landschap van haar en onze jeugd. 

De afscheidsbijeenkomst in de Bosrand in Assen is mooi. Aline begeleidt ons op warme afstand. Er zijn familieleden, buren en buurkinderen uit onze jeugd. Mijn moeder bewaarde veel. Dat kwam van pas voor het afscheidsverhaal waarin ik herinneringen ophaalde aan de hand van enkele voorwerpen zoals haar gezinsverzorgstersuniform van zo'n 65 jaar geleden. De kleinkinderen en schoondochter deelden hun herinneringen. Na afloop dronken we wat en de hapjes waren meer dan voldoende aanwezig zodat niemand met een lege maag naar huis zou gaan. Want dat kon niet bij mijn moeder.

's Avonds thuis werd er voor de volgende dag een persconferentie aangekondigd. De coronamaatregelen zouden worden aangescherpt. Gelukkig is dat mijn moeder allemaal bespaard gebleven. Ze stierf op het juiste moment, in lijn met hoe ze het leven leefde. 

Lieve mama, dank je voor het leven!






zondag 21 november 2021

Zonder grenzen geen vrijheid

Gevaccineerde mensen willen hun vrijheid terug. Maar welke vrijheid hebben we het eigenlijk over? Wat heb jij nodig om je vrij te voelen? 

Vrijheid in verbondenheid

Ik denk dat niemand helemaal vrij is. Je hoort bij een partner, familie, dorp, club, gemeenschap en noem het maar. Door waar je je mee verbonden voelt, ben je tegelijk beperkt in je vrijheid. Je hebt te maken met afspraken, wetten, spelregels en je voelt je als groep verantwoordelijk voor het naleven van die regels. Binnen de regels kun je je vrij bewegen. Als je in je huwelijk hebt afgesproken trouw te zijn aan je partner, heb je bewegingsruimte zolang je geen overspel pleegt. Doe je dat wel, dan voel je je schuldig en ben je al minder vrij. Als het uitkomt mag je misschien niet meer alleen op stap en ben je nog meer beperkt in je vrijheid. Als de set van afspraken van een groep past bij je eigen normen, dan is er geen probleem. Als het afwijkt wordt het anders. Je kunt dan kiezen om je niet aan te sluiten bij een club, ergens niet te gaan werken, of te gaan scheiden. Maar wat als je geen keuze hebt? Of heb je altijd een keuze?

Door corona is wat tot nog geen twee jaar geleden normaal was, niet meer normaal. De normen van de groep zijn verandert en veranderen nog steeds. Je moet een mondkapje op in de winkel, van de zomer mocht ie af, daarna kwam de verplichting weer terug voor bepaalde plekken. De norm geldt voor alle mensen in Nederland. Doe je het mondkapje op, dan ben je weer 'vrij'. 

Daarna kwam de vrijheid verbonden aan een vaccinatie of een test. Met QR code ben je weer 'vrij'. Let wel, het is allemaal vrijheid binnen grenzen. Je 'koopt' als het ware je vrijheid met bepaald gedrag. Maar als je gedrag niet beloond wordt, voel je je tekort gedaan. Als je je rijbewijs haalt mag je autorijden totdat blijkt dat je het vertrouwen dat je wordt gegund met een rijbewijs niet waar kunt maken. Door regelmatig dronken achter het stuur te zitten of te hard te rijden bijvoorbeeld. Dan wordt je rijbewijs ingenomen. 

Het gaat om afspraken die je maakt met groepsleden. Of die je worden opgelegd van bovenaf. 

Slecht voorbeeld doet slecht volgen

Wat mij verbaasde was de bijna grenzeloze claim voor vrijheid toen mensen gevaccineerd waren. De ministers gaven je daarin zelfs nog een duwtje. 'Dansen met Jansen'. En ze gaven zelf af en toe het verkeerde voorbeeld. En waar kinderen een loopje met opvoeding nemen als papa en mama zelf iets anders voorleven dan ze met de mond beleiden, is dat hier wel heel erg aan de hand. Kinderen neigen naar het opzoeken van de grenzen, als je dat niet bijstuurt nemen ze een loopje met je. Onze regering gaat steeds weer over grenzen heen. Grenzen van de wet, grenzen van eerdere uitspraken, grenzen van fatsoen. We zijn met elkaar lekker grenzeloos bezig. Dit heeft er ondertussen in geresulteerd dat de kinderen onderling zijn gaan kissebissen en pa Hugo roept: "Luisteren!" en wie niet luisteren wil moet maar voelen. Van deur tot deur van arm tot arm. Het werkt niet meer.

Toch zijn we nog steeds allemaal Nederlanders, als was het een gezin. Alleen heeft papa de schuld van de situatie gegeven aan het ene kind, in zijn ogen het 'lastige' dat geen prik wil. Dat kind kan nu ook door de andere kinderen worden gepest en uitgestoten, want papa beschermt het niet meer. Resultaat: gezinscrisis. De één voelt zich schuldig, de ander wil hoe dan ook de lieve vrede bewaren, een ander kan het niet schelen die gaat gewoon zijn eigen gang. Moeder ziet vol verdriet hoe haar gezin uit elkaar valt. Allemaal ongelukkig, alleen of ontheemd. En Jeugdzorg, de GGZ en de zorg werkten ook al niet meer in het land. Uiteindelijk zullen we toch op elkaar zijn aangewezen. 

Papa Hugo bleek zich te hebben verkocht aan het grote geld en mooie beloften die hem door rijke mensen met veel aanzien werden voorgehouden. Nu kan hij niet meer terug zonder gezichtsverlies. Wat zouden zijn vrienden en vriendinnen wel niet van hem denken. Hij komt zijn afspraken aan hen niet na, hoe zullen ze hem daarvoor straffen? Medicijnverkoop is eigenlijk net drugshandel. Je kunt er maar beter ver van blijven. 

Verantwoordelijkheid

Maar de minister dacht zijn verantwoordelijkheid te nemen. Iedereen moest gered. Ziek, zwak, misselijk of ondoordacht, ze moesten gewoon doen wat hij vond dat goed voor ze was. Vaccineren. Alle andere mogelijkheden wapperde hij weg. Kritische vragen was hij niet van gediend. Hij schakelde het zelfdenkend vermogen en het eigen gevoel van verantwoordelijkheid van de mensen uit. Hij was grenzeloos in zijn verantwoordelijkheidsgevoel en zijn behoefte aan glamour. Ondertussen een afhankelijkheid bij de bevolking creërend van een vaccin, want pas dan ben je 'vrij'. Het is een schijnvrijheid, want de minister is niet vrij. Hij loopt aan de leiband van anderen, met wereldwijde contacten. Heeft hij nog een keuze? 

Voor mij betekent vrijheid dat ik de keuze kan maken waar ik bij wil horen. Wij mensen zijn groepsdieren en kunnen niet alleen overleven. Als ik alleen maar in Nederland mag wonen als ik gevaccineerd ben tegen Covid19, voelt dat voor mij als onvrij. 

Mijn eigen lichaam is mijn grens en daar ben ik verantwoordelijk voor. 



zaterdag 23 oktober 2021

Mijn prik en IC plek mag je hebben!

Er zijn vele redenen om je niet te laten vaccineren tegen Covid19. Hoe ga je om met mensen die niet gevaccineerd zijn? Alle ongevaccineerden op een hoop gooien en veroordelen is de gemakkelijkste weg.  Ik kies voor een moeilijke. Die wil ik hier graag uitleggen.

Een betere wereld

Toen ik op de middelbare school zat wilde ik het wereldvoedselprobleem helpen oplossen. De hongerende kindjes in Afrika op de televisie kon ik niet aanzien. Ik wilde naar de Hogere Landbouwschool en dan naar Afrika als ontwikkelingswerker. Maar had ik wel zulke groene vingers? Uiteindelijk besloot ik voeding te gaan studeren en ik volgde de opleiding Diëtetiek. Ik volgde nog extra lessen in tropenziekten, maar tegen het eind van de opleiding begonnen mijn twijfels. 

Ik had epilepsie en viel nogal eens om als ik te weinig slaap had gehad of spanning voelde. Ik gebruikte medicijnen daarvoor, maar dat hielp niet echt. Was het wel zo verstandig om dan voor een leven in Afrika te kiezen? Mijn vriend van toen had civiele techniek gestudeerd en kon als ontwikkelingswerker zo aan de slag. We hadden de sollicitatieformulieren voor de Stichting Nederlandse Vrijwilligers al in huis. Maar toch deden we het niet. 

Ik was tijdens mijn studie al tot de conclusie gekomen dat we heel veel eiwitten verspillen door er diervoer van te maken voor de vleesindustrie. Ik stopte met het eten van vlees en zag dat ik om een bijdrage te leveren aan het oplossen van wereldproblemen, niet perse aan de andere kant van de wereld hoefde te zijn. In de jaren die volgden ging ik werken bij een adviesbureau op gebied van milieu en afvalstoffen. 'Een beter milieu begint bij jezelf' was toen het thema. De thermostaat van de verwarming stond laag en mijn kinderen zijn opgegroeid in katoenen luiers die ik aan de waslijn te drogen hing. Nu doe je dat voor het klimaat, toen deed ik het om de aarde te sparen en vervuiling tegen te gaan. 

Mijn levenshouding is vrij sober gebleven. Bij voorkeur eet ik biologische producten, zo weinig mogelijk voorbewerkt en uit het seizoen. Dus in de winter zie je mij geen sla en aardbeien kopen. 

Het systeem of je leven?

De epilepsie ging over toen ik stopte met de medicijnen omdat ik weer zwanger wilde raken. Of dat verband met elkaar heeft is niet wetenschappelijk bewezen😏. Verder was ik nooit ziek. Af en toe een verkoudheid was het ergste.

Jaren later: de kinderen de deur uit en een andere partner. Leven op het platteland, tussen de boeren. Boeren gevangen in een systeem wat hen stuurt in hun bedrijfsvoering. Als je niet meegaat ben je dief van je eigen portemonnaie en een loser in de ogen van veel van je collega's. Ik zag hun worsteling daarin. Die worsteling tussen passie en systeem herkende ik in mezelf. 

Partner Wim kreeg in 2009 een hersenstaminfarct en werd voor de hemelpoort weggerukt. Hij lag 100 dagen op de IC en ik bezocht hem elke dag. Na een week kreeg ik het inzicht dat ik op de wereld ben om in liefde met elkaar te leven, met respect voor de omgeving. Dat maakte dat ik niet anders kon dan stoppen met het 'onzinbaantje' wat ik toen had. Ik wilde thuis zijn, zodat Wim ook thuis zou kunnen komen wonen in plaats van in een verpleeghuis. Thuis begon een zoektocht naar een nieuwe invulling van ons leven.

Dat begon ermee ons te ontworstelen uit de greep van de medische wereld. Een wereld vol goede zorgen en met een focus op 'veiligheid' die we allebei als verstikkend ervaren. Wij wilden gewoon leven en bedankten voor nog een controle en nog meer onderzoek. Alleen de bloedverdunner en het ademapparaat voor 's nachts zijn overgebleven. En de jaarlijkse griepprik voor Wim. Want de gedachte van de medici is dat Wim een longprobleem heeft en geen longontsteking moet krijgen. Als hij dat kan afdoen met een griepprik vindt Wim het best. Ik kreeg als mantelzorger de griepprik ook aangeboden, maar omdat ik nog nooit griep had gehad, bedankte ik daarvoor.

En dan krijg je toch de griep

Tot er in 2017/2018 een heftige griep rond ging. Er kwamen veel mensen in het ziekenhuis en op de IC. De zorg kon het niet aan. Er kwam een extra vaccinatie en toen de huisarts Wim een prik kwam geven, besloot ik er ook maar een te nemen omdat ik niet wilde dat Wim eventueel ziek zou worden van mij. 

In de herfst daarna werd ik ziek. Koorts, hoesten, misselijk, ik hing wekenlang op de bank. 's Nachts hoestte ik de longen uit mijn lijf. Soms zo erg dat ik dacht dat ik stikte en Wim zich losmaakte van zijn ademapparaat om mij op mijn rug te kloppen. Ik voelde me heel ziek en ellendig. Griep. Die hele winter  voelde ik me onplezierig. Ik hield een hoestje en af en toe had ik pijn op mijn borstbeen. Nu zouden ze het misschien long covid noemen. Dat hoestje heb ik nog af en toe en die pijn op mijn borstbeen is sinds een halfjaar verdwenen. Ik kreeg dus voor het eerst erge griep nadat ik me er voor het eerst tegen heb laten vaccineren. 

Ik ben nog een paar keer eerder ziek geweest van een medische handeling. Ook ervaringen met Wim in het ziekenhuis hebben mijn vertrouwen in het medische systeem niet versterkt. Sterker nog, ik blijf er liever ver van. Ik ben heel bang om niet op een natuurlijke manier te mogen sterven als mijn tijd gekomen is. Ik wil niet gereanimeerd, ik wil niet langer in leven gehouden worden dan mijn lichaam dat wil. Ja, in principe wil ik tot het eind de regie zelf behouden. Ik voel me er dan ook zelf verantwoordelijk voor dat ik goed voor mijn lichaam zorg. Dat doe ik door bewust te eten, voldoende te bewegen door te wandelen en te fietsen, ademhalingsoefeningen elke ochtend, Qigong. Nu het virus weer actiever is, mijd ik drukke plekken en houd ik toch graag een beetje afstand. Ik stap voor de ontspanning regelmatig in mijn kano voor een tochtje over het water en door het werk in de tuin kom ik tot rust en nieuwe inzichten. Om mijn geest gezond te houden fotografeer, schilder en schrijf ik. Als luisteraar bij de Luisterlijn komt een wereld tot mij die ik nog niet kende. 

Verantwoordelijkheid nemen

En om mijn leven nog meer zin te geven in de wereld word ik binnenkort register mediator.  Om conflicten tussen partijen uit de weg te ruimen op een manier waarop ze zelf verantwoordelijkheid nemen voor het resultaat. 

Maar of ik dat kan doen in een wereld waarin een tegenstelling wordt geschapen tussen gevaccineerden en ongevaccineerden? Een wereld waar ik als ongevaccineerde tot veel dingen geen toegang meer heb?

Misschien begrijp je na dit verhaal te hebben gelezen mijn reden om me niet te laten vaccineren. En dat ik het raar vind dat ik daardoor voor sommigen opeens een bedreiging lijk te zijn voor de medemens.

De hongerende mensen in Afrika en de rest van de wereld mogen mijn prik en IC plek hebben. 





woensdag 30 juni 2021

Vertel me niet wat goed voor me is.....

Mensen die me vertellen wat goed voor me is verdraag ik slecht. Ze gaan voorbij aan mijn vermogen en behoefte om zelf daarover na te denken. Ik wil zelf mijn keuzes te maken. 

Mijn allergie voor schoolmeesters en andere betweters stamt uit mijn kindertijd. Ik was een braaf kind, maar toen ik op 8 jarige leeftijd stiekem in een hoekje van het schoolbord 'Juf is gek' schreef, had de juf er wijs aan gedaan daar over met mij in gesprek te gaan. Waarom had ik dat gedaan? Dan had ik haar gezegd dat ik me niet serieus genomen voelde als wij meisjes weer moesten handwerken terwijl de jongens mochten rekenen. Ik wilde graag het verste van de klas in het rekenboekje zijn, maar na elke handwerkles werd ik door Klaas weer ingehaald. Wat de juf wel deed? Ze vroeg wie dat op het bord geschreven had, zei dat ik dat niet meer mocht doen en verklapte het aan mijn moeder. Ik voelde me door zowel de juf als mijn moeder in de steek gelaten. Zij dachten dat handwerken beter voor mij was dan rekenen, naar mijn eigen behoefte werd niet gevraagd. 

Autoriteit moet je verdienen

Ondertussen heb ik het de juf en mijn moeder al lang vergeven, maar autoriteit accepteer ik nog steeds niet zomaar. Die autoriteit moet je bij mij verdienen. Verdienen door me serieus te nemen, door me te vragen hoe ik het zie, hoe ik ergens over denk, of wat ik voel bijvoorbeeld. En als ik daar dan vertrouwen in heb, dan kan ik van iemand aannemen dat iets goed voor me is. 

En dan komt daar Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. Een domineeszoon die schoolmeester werd, op schoenen die teveel afleiden van waar het over moet gaan: de Inhoud. Zijn toon, zijn houding, zijn maniertjes, alles in mij komt er tegen in opstand. 'Manipulatie' is de alarmknop die in mij aangaat. Nudging noemen ze het ook wel. Beïnvloeden van keuzegedrag door het een zetje in de goede richting te geven. Rutte en De Jonge zijn er meesters in. Maar wie bepaalt de goede richting? En is de goede richting voor jou ook de goede richting voor mij, voor ons?

In begin van Corona, wisten we nog nauwelijks wat er op ons afkwam. We gaven ons over aan een team van deskundige virologen, waarnaar ook de regering luisterde. Logisch in die eerste weken. Maar al gauw bleek dat wat goed is voor de één, niet ook perse goed is voor de ander. Voor nuancering was geen ruimte, we moesten koste wat kost een virus bestrijden en voorkomen dat er doden zouden vallen omdat ze niet konden worden behandeld in het ziekenhuis op de IC. Alles moest er voor wijken, dat was het beste voor ons allemaal, zo werd geredeneerd. En alles in mij riep: Ja, maar..... die handwerkles is goed voor meisjes die sokken moeten kunnen breien, maar niet voor meisjes die beter zijn in rekenen. Heb ook aandacht voor  hen die niet in de bedachte mal van het paniekbeleid passen. Misschien is het wel slim om hen juist te raadplegen. Maar nee, ze werden als 'gekkie' weggezet. 

Manipulatie

Meester Hugo ging verder. De mondkapjes die eerst te weinig bijdroegen aan het voorkomen van de verspreiding van het virus, werden ontdekt als 'gedragsbeïnvloeder'. We zouden ons meer bewust zijn van dat nare virus als we allemaal een mondkapje zouden dragen. Dus... de mondkapjes bleken opeens toch wel te helpen en werden verplicht. De ene manipulatieve actie volgde op de andere. En waar ik eerst de deskundigen nog wel geloofde, geloofde ik er steeds minder van. Wetenschap bleek politiek gevoelig. Daar ging mijn laatste beetje vertrouwen in autoriteit. Toen de ene dokter verklaarde dat iets groen was en de andere met evenveel overtuiging verklaarde dat het rood was, voelde ik me steeds meer overgeleverd aan mijn eigen oordelingsvermogen. Wat is goed voor mij en wat niet? En hoe harder meester Hugo schreeuwde, hoe minder ik nog op zijn gezag vertrouwde. Hij probeerde ons ergens naartoe te leiden, maar hij wist helemaal niet waarover hij het had. Als zelfs een gelovige domineeszoon niet meer op Gods leiding vertrouwt en ondertussen zelf voor God speelt, hoe griezelig wordt het dan? 

Laten leiden door natuurwetten?

Want na Corona is er alweer de volgende crisis, die er ook al was voor Corona trouwens. De klimaatverandering. Als ik kijk naar de natuur, dan is zo'n pandemie een fantastische manier om de klimaatcrisis op te lossen. Maar dan moet je het wel aan de natuur zelf overlaten. De grootste bedreiging voor de mens, is de mens zelf. We zijn met veel te veel, willen steeds meer. Meer reizen, meer spullen, meer eten, meer feesten, meer, meer, meer.... . We behandelen de planeet als een hoer. Wegwerpgenot als je ervoor betaalt, met geld of een prik. Wat er achter blijft is een lege ziel. Een dorre ontheemde vlakte, waar de zon vrij spel heeft. Met een enkel levend wezen wat zich daaraan heeft kunnen aanpassen. 

Alle maatregelen die we bedenken om de pandemie of de verandering van het klimaat te bestrijden, leiden alleen maar tot grotere belasting van de aarde. Grondstoffen moeten worden gedolven voor de productie van windmolens, zonnepanelen, accu's. De aarde wordt doorboord om steeds dieper gebruik te kunnen maken van wat er in de bodem zit. Water, warmte, gas en meer. Tegelijk kunnen we mooi andere spullen diep in de bodem brengen. Ook hier komen we onszelf en onze rotzooi weer tegen. De natuur wilde het zelf regelen. Zo'n pandemie ruimt lekker op als je hem gewoon laat gaan. Met minder mensen is er meer ruimte om naar plekken te gaan waar het klimaat wel leefbaar is. Maar nee, wij moesten de pandemie bestrijden, koste wat het kost. De hoeveelheid afval die die bestrijding oplevert is afschrikwekkend. Alleen de rondzwervende mondkapjes al. En dan al dat afval om 'hygiënisch en veilig' te kunnen werken. Al die plastic schermen. Al dat testmateriaal. Waar gaat het heen? 

Memento mori

Ik geloof dat niemand nog weet wat goed is. 

We zijn allemaal van God los geraakt. Onder leiding van mensen die dachten dat ze wisten wat het beste voor ons was. Die dachten voor God te kunnen spelen. 

Ik geloof alleen nog in de natuur en haar wetmatigheden. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Zolang wij te bang zijn om te gaan, gaan wij aan onze pogingen om het sterven te voorkomen ten onder.  

'Memento mori', gedenk te sterven.


 

zondag 23 mei 2021

Mag je het ook anders zien?

De afgelopen weken keek ik naar het TV programma 'Filemon en de complotten'. In de vijf afleveringen van het programma gaat Filemon Wesselink in gesprek met mensen die verbanden tussen dingen zien die niet iedereen ziet. Sommige dingen gaan me boven de pet. Maar wat de mensen die bedenkingen hebben rondom corona en de maatregelen zeggen, kan ik goed volgen. De conclusie die Filemon op het eind van het programma trekt, maakt voor mij veel duidelijk.

Complot of visie?

Hoe mensen worden gelabeld als 'complotdenkers' en 'wappies' boeit me. Ik zweeg het afgelopen jaar ook regelmatig om maar geen 'wappie' te worden genoemd. Maar ben ik een 'complotdenker' omdat ik vragen stel en niet alles voor zoete koek aanneem? 

Mijn vader had het al dertig jaar geleden over het gevaar van de Chinezen. Dat was in de jaren dat het gevaar in onze hoofden vooral van Rusland of de voormalige Sovjet Unie kwam. China was nog een soort van ontwikkelingsland waar de mensen heel handig waren in het namaken van door ons bedachte spulletjes. Chinese kwaliteit betekende 'goedkoop en heel kort houdbaar'. Daar ging geen enkele dreiging van uit. Toch voorzag mijn vader dat de Chinezen op slinkse wijze, bijna ongemerkt de wereldorde zouden gaan bepalen. Na zijn dood zei mijn moeder:"Papa wist de dingen altijd al ver vooruit." Mijn moeder vond zijn ideeën vaak onzin, kon het daar ook niet echt met hem over hebben. Maar achteraf zag ze wel, dat hij toch vaak gelijk had. Was mijn vader een complotdenker? Of was hij visionair? Zag hij verbanden die anderen nog niet zagen?  Wat ik wel weet is dat hij graag met vrienden over zijn ideeën van gedachten wisselde.

Zwart-wit denken

Ik had nooit wat met complottheorieën. Dat er complottheorieën bestaan over bijvoorbeeld de aanslag op de Twin Towers in New York of de moord op Kennedy ontdekte ik pas toen ik me ging verdiepen in het complotdenken rondom corona. Toch had ik direct toen ik die vliegtuigen in de Twin Towers zag vliegen, andere gedachten dan iedereen om me heen en de krant en TV. De afschuw over de aanslagplegers, de angst voor verdere aanslagen en de behoefte om alles te beveiligen maakten mij bang. Ik voorzag dat onze behoefte om alles te bewaken en te beveiligen juist onze vrijheid zouden gaan beperken. Uit naam van verdediging van de westerse vrijheid, creëerden we onze eigen 'onvrijheid'. Reizen was vanaf toen niet meer zo vrij. Het terrorisme groeide en de bedreiging lag overal op de loer. De toenmalige Amerikaanse president Bush zei dat iedere natie in de wereld een keuze moest maken tussen of de kant van Amerika kiezen, of die van de terroristen: "Every nation, in every region, now has a decision to make. Either you are with us, or you are with the terrorists."  'War on terror' was geboren. 

Ik dacht niet zo zwart-wit. Ik kon me niet vinden in die oorlogstaal en dacht hiermee creëer je je eigen oorlog. Ik was banger voor de veiligheidsmaatregelen en de oorlogstaal dan voor de jongeren die op hun manier de strijd aangingen tegen de westerse suprematie over de wereld. Ik wilde ze begrijpen, ik wilde dat men het gesprek aanging. Maar daarvoor leek het al te laat. Het was 'wij' tegen de 'terrorist'. Wat is eigenlijk een 'terrorist'? Ik vind de volgende definitie: 'Een terrorist is iemand die geweld pleegt om een politiek doel te bereiken'. Interessant om je af te vragen wie dan eigenlijk de terrorist is. Is het misschien zelfs een strijd tegen onszelf?

Als je een vraag stelt ben je tegen!

Toen corona kwam, schoten we ook massaal in de beheers- en controle stand. De eerste week, misschien zelfs twee weken, was ik daar blij mee. Duidelijke taal: 'Blijf thuis!'. Langzamerhand verkregen we meer zicht op wat er mogelijk aan de hand was. De aanpak werd langzamerhand niet meer zo eenduidig. De consequenties van de maatregelen waren niet voor iedereen even goed te hanteren. De boodschap 'was je handen kapot' was voor mij een spelbreker. Je huid is een natuurlijke barrière tegen indringers van buiten. Als je huid kapot is, is dat een opening in je natuurlijke afweer. De gewone mondkapjes hielpen wel of niet, maar we moesten ze op om ons bewust te blijven van de dreiging van het virus. En toen de app kwam waarmee je gewaarschuwd zou worden als je bij een besmet iemand in de buurt zou zijn geweest, deed me helemaal aan het boek 1984 van George Orwell denken. Ik vroeg me af waar dit naartoe ging. Ouderen die alleen in een verpleeghuis moesten sterven. Zoveel onmenselijkheid begreep ik niet. Waren de maatregelen wel in verhouding tot de ernst van de kwaal? Moeten we iedereen koste wat kost in leven willen houden? 

Ik had steeds meer vragen waar ik een antwoord op zocht. Maar ik merkte steeds meer dat het stellen van een vraag niet vrij was. Zonder dat je het wilde werd je in het kamp van voor- of tegenstander van de overheidsmaatregelen geduwd. Maar ik ben niet voor of tegen.... ik ben op zoek naar de weg. En die vind ik door vragen te stellen, door het gesprek aan te gaan. Zelfs in mijn familie wordt dat niet altijd goed begrepen. Vragen worden geïnterpreteerd als 'tegen'. 

Om me heen zag ik mensen polariseren. Voorstanders gaan trots met een injectiespuit in de arm op de foto.  Ik zie dat een beetje als 'provoceren'. Eerder nam je ook niet op die manier je hepatitisinjectie in ontvangst. De mensen die vraagtekens bij de maatregelen zetten vinden elkaar op social media. Als daar dan posts met andere geluiden dan die van de overheid, worden verwijderd, gaan ze 'ondergronds'. De spreekbuizen van de overheid noemen deze mensen 'complotdenkers' of 'wappies'. Koren op hun molen; 'Zie je wel, ze nemen ons niet serieus'. Het is wij tegen de 'wappies'. De overheid heeft hiermee volgens mij een eigen vijand gecreëerd. Als dan ook de coördinator terrorisme bestrijding deze mensen als potentieel gevaar voor de samenleving bestempeld, zijn we daar waar niemand wil dat we zijn. Behalve dan degenen die alles aangrijpen om een relletje te schoppen. Maar dat zijn er veel minder dan degenen die begonnen als 'vragenstellers'. 

De overheid creëert haar eigen vijand

In mijn ogen creëer je als overheid met een eenzijdig geluid richting burgers je eigen vijand door vragenstellers, critici, mensen met een ander geluid te labelen als 'complotdenker/wappie'. Daarmee label je ze impliciet als 'niet serieus te nemen'. Welk belang heeft de overheid erbij om een deel van haar burgers op voorhand niet serieus te nemen? Dat waar de zogenaamde 'complotdenker' als vragensteller voor probeerde te waarschuwen wordt hiermee de door allen ongewenste waarheid. En de 'complotdenker' wordt weer bevestigd in dat waarom hij vragen bij de coronamaatregelen had. De overheid is onbetrouwbaar. Want dat was een conclusie van Filemon Wesselink in zijn programma; Wat 'complotdenkers' gemeenschappelijk hebben zijn slechte ervaringen met de overheid. Het niet serieus nemen van vragen en andere ideeën werkt radicalisering in de hand.

Naar aanleiding van dit alles ga ik in gesprek met mijn partner Wim. Hij noemt me af en toe ook een 'wappie' en begrijpt niet waar ik me zo druk om maak. "Gewoon je eigen gang gaan", zegt hij me vaak. Ik vraag hem of hij de overheid vertrouwt. "Nee, maar zo werkt het systeem nu eenmaal, dat kun je niet veranderen", zegt hij. "Maar vind jij dan alles goed?" vraag ik hem. "Nee, maar je kunt het nooit voor iedereen goed doen als overheid. Je moet als individu altijd blijven opkomen voor jezelf, je eigen weg vinden binnen de mogelijkheden. Stemmen op de politieke partij die het dichtst bij jouw kijk op de wereld staat, lid worden van bijvoorbeeld een vakbond om je te helpen op te komen voor belangen." Hij accepteert het systeem van de overheid, is het met veel dingen niet eens en kiest voortdurend zijn eigen weg. Na zo'n gesprek met hem kan ik dat ook weer. Maar om mijn eigen weg (weer) te vinden heb ik af en toe zo'n gesprek nodig. Een gesprek waarbij ik zonder meteen in een hoek te worden geplaatst mijn gedachten en wantrouwen kan uiten. Waarbij ik vragen kan stellen die niet meteen als 'tegen' worden opgevat. Pas dan kan ik ook de overheid weer begrijpen. Het is gewoon nooit goed. 

In gesprek om de ander te willen begrijpen in plaats van te overtuigen

Waarom niet gewoon met elkaar in gesprek gegaan? De echte waarheid bestaat niet, die maken we samen!

Naar mijn mening bestaan 'complotdenkers' niet, maar worden mensen die er andere gedachten op na houden dan de gewenste, zo genoemd door hen die zich niet in hun gedachten en achterliggende motieven willen verdiepen. Waarmee men ze dus op voorhand uitsluit voor een open gesprek. Een gesprek op zoek naar wat ons bindt in plaats van wat ons verdeelt.





donderdag 13 mei 2021

De menselijke dokter

Het gaat goed

Volgens afspraak word ik ruim twee weken na mijn baarmoederoperatie gebeld voor de uitslag van weefselonderzoek. Of er uitzaaiingen zijn en of er nog verdere behandeling zoals bestraling nodig is. Ik zeg tegen iedereen die daar naar vraagt, dat ik daar eigenlijk niet zo mee bezig ben. Ik wil eerst dat de wond geneest en ik weer gewoon kan bewegen. Wandelen, fietsen.. ik wil weer in mijn kajak!
Rond een uur of 5 in de middag gaat de telefoon en word ik gebeld door de zogenaamde behandelende arts. Ik heb hem echter nog nooit eerder gezien of gesproken. Hij vraagt een beetje hoe het gaat. Dan vertelt hij dat het allemaal schoon is. Ik hoef niet te worden bestraald en er is geen verdere behandeling nodig. Ik ben zoooo opgelucht. Nu merk ik dat ik onbewust wel degelijk gespannen was voor deze uitslag. Ik hield rekening met een natraject met bestraling. Opeens valt dat weg. Ik kan weer vooruit kijken. Er is nog wel een zes weken controle om te kijken of alles goed is hersteld. Maar dat vind ik niet erg. 

De volgende dag pak ik de fiets en rijd naar de lekkerste bakker. Ik haal mezelf een heerlijk brood en zie verrukkelijke taartjes staan. Ik vraag aan de verkoopster hoe ze smaken. Vol liefde beveelt ze me een citroen merengue taartje aan. Ik vertel haar dat ik mezelf daar op tracteer vanwege de goede uitslag. "Hier krijg ik kippenvel van", zegt ze. "Zo mooi dat u dat zichzelf gunt. Het is goed om ook lief te zijn voor jezelf." Samen schieten we vol. Blij van zoveel medemenselijkheid fiets ik naar huis. 

Aandacht voor de mens achter de patiënt

Vier weken later ga ik voor controle naar het ziekenhuis. Dokter B. is de warme en lieve gynaecoloog die mij zo prettig in narcose deed glijden en er was toen ik weer bijkwam. 
Ik loop de kamer binnen en het eerste wat ze zegt is: "Wat ben jij al goed hersteld!" Ik ben verrast. Ze heeft me nog geen vraag gesteld. Blijkbaar kunnen goede dokters aan je neus zien hoe het met je gaat. Ik hou daar van.
"Ik heb vandaag een arts in opleiding erbij, vind je dat goed?", vraagt ze. Ik zie een jongeman naast haar zitten en heb geen bezwaar tegen zijn aanwezigheid. "Hoe gaat het?" vraagt ze vervolgens.
Ik vertel hoe goed het gaat. Dat ik alles alweer doe en helemaal geen pijn meer heb. Ook kwa conditie voel ik me alweer de oude. Ik vertel haar hoe goed het me heeft gedaan hoe ze me naar de narcose begeleidde en hoe fijn ik het vond dat ze speciaal nog even bij me kwam kijken op de verkoeverkamer. Ze was al vrij en ik herinner me haar blauwe trui. Zij herinnerde zich het ook nog. Ze zegt dat ze het fijn vindt dit te horen. 
Dan vertel ik dat ik zo boos ben geworden toen ik na twee dagen 'medisch technisch' gezien naar huis moest, maar daar emotioneel nog niet klaar voor was. Dat ik heb gesmeekt nog één dag in alle rust en stilte daar op die kamer weer tot mezelf te mogen komen. Ze schoof naar het puntje van haar stoel en wilde er alles van weten. "Ik ga hier een notitie van maken" zei ze. "Ik vind dat we beter rekening moeten houden met de totale leefsituatie van de patiënt. Zodra jij thuiskomt sta je in de 'alertstand', er wordt automatisch een beroep op je gedaan. Jij hebt ook rust nodig. Ik vind dat we beter rekening moeten houden met de leefsituatie van de patiënt." Ik ben zo blij dit te horen. 
Zonder handenschudden nemen we afscheid. Corona is er nog steeds. Het liefst zou ik haar met een knuffel bedanken voor haar warme menselijkheid.

Het goede voorbeeld ter inspiratie

Twee dagen later word ik gebeld door de arts in opleiding. "Mag ik u nog wat vragen stellen?" vraagt hij.
"Het gesprek bij dokter B. heeft veel indruk op me gemaakt. Ik moet voor mijn studie een verslag schrijven over iets wat indruk op me heeft gemaakt. De bijzondere manier waarop dokter B. met haar patiënten omgaat vind ik inspirerend en speciaal in het gesprek met u. Ik vind het belangrijk dat je als arts ook vanuit het perspectief van de patiënt kijkt."  We spreken nog zeker drie kwartier. 
"Ik vind het inspirerend u zo te spreken", zegt hij. "In dit telefoongesprek met u leer ik meer over patiëntperspectief en het belang om ook naar de leefsituatie te kijken, dan dat ik tijdens mijn studie heb geleerd."