woensdag 13 november 2019

Op weg naar de hemel


het Nutshuis
Op een regenachtige dag in november heb ik een afspraak met Annemiek Schut en Marit Verdult van Woonz.nl in het Nutshuis in Den Haag. Een voormalige bank die omgebouwd is tot verzamelgebouw voor maatschappelijke activiteiten en organisaties. 
We drinken koffie in het cafe met uitzicht op de binnentuin. De parkeergarage aan de achterkant is met plantengroen bekleed en vormt een bijna natuurlijke wand. Ik vind de tuin druilerig prachtig en ervaar de rustgevendheid er van. Ook binnen is er een groene wand. 

Groen
Annemiek stelt Marit aan me voor als 'het groene kantoorvrouwtje', waarop ik lachend antwoord dat ik 'het tuinmeisje van het hospice' ben. De toon is gezet.
de binnentuin

Woonz biedt een online platform waarop senioren hun keuzes kunnen maken om te wonen met zorg en services zoals dat bij hen past. Om te kunnen blijven leven zoals ze dat zelf willen. Met eigen regie. 

Leven zoals je dat zelf wilt, tot het einde... 
Leven volgens je eigen natuur.

We hebben elkaar gevonden en gaan samen verder op de weg van dat wat we zelf willen in plaats van dat wat het systeem het beste voor ons vindt. 

Open de kluis!

Als ik naar de uitgang zoek verdwaal ik in het voormalige bankgebouw. Opeens sta ik voor de kluis. Laat die kluis zich nu maar openen!

Op weg naar huis komt een prachtig lied tot me. Het is Gabriella's song uit de film 'As it is in heaven'.
In die film konden mensen, die in eerste instantie min of meer waren afgeschreven en 'verbannen' naar een woonoord ver weg, onder de juiste begeleiding fantastisch zingen. Ze hervonden hun eigen waarde, ze kwamen weer tot leven. Dat raakte me toen ik jaren geleden de film zag. Nu raakt het lied me nog steeds. Als ik de vertaling van de tekst op zoek kan ik alleen maar stil zijn. Zo treffend!


Gabriella’s Lied (luister door hierop te klikken)

Vanaf nu is mijn leven van mij
ik heb maar zo’n korte tijd op deze aarde gekregen
en mijn verlangen heeft me hier gebracht.

Met alles wat mij ontbrak, en wat ik heb gekregen
Het is in ieder geval de weg die ik verkoos
Mijn vertrouwen was eindeloos,
en toonde mij een klein stukje
van de hemel die ik nooit vond.

Ik wil voelen dat ik leef
al de tijd die ik heb
zal ik leven, zoals IK wil
wil ik voelen dat ik leef,
in de wetenschap dat ik goed genoeg was

Ik ben nooit vergeten wie ik was
Ik heb het slechts in me laten slapen
Misschien had ik nooit een keuze –
behalve dan de wil om te leven.

Ik wil gelukkig leven,
Omdat ik ben wie ik ben.
Sterk en vrij kunnen zijn
zien hoe de nacht de dag tegemoet gaat.
En de hemel waarvan ik geloofde dat die er was
zal ik daar ergens vinden.
Ik wil voelen dat ik mijn leven geleefd heb
zoals ik wil

vrijdag 8 november 2019

Uiteindelijk de baas

Geschreven door het 'tuinmeisje' in het hospice

Hij was een lange magere man. Indringend en tegelijk vragend kijkend, traag en weinig sprekend. Zijn leven lang vrijgezel gebleven op de boerderij waar hij is opgegroeid. Hij was pas 67 maar oogde bejaard. Hij kwam in het hospice met longkanker. Roken deed hij niet meer, maar het was niet moeilijk om hem voor te stellen, buiten op het land met een peuk in zijn mond. Boer was hij al jaren niet meer. Hij had zijn land verkocht voor de ontwikkeling van een grote nieuwbouwwijk. In de boerderij kon hij blijven wonen.

In het hospice
Hij vroeg wel eens waar hij nu was. Hij kwam eigenlijk nooit verder dan Woerden. Zijn zus en haar man kwamen wel op bezoek. Ook heb ik een nicht met haar man ontmoet. Verder moest hij het zijn laatste weken vooral met de vrijwilligers in het hospice doen. We wisten allemaal van hem dat hij boer was geweest, maar dat hij dat eigenlijk helemaal niet had willen worden. Als je hem vroeg wat hij dan wel had willen worden, wist hij dat niet. “Ik heb op de boerenschool in Montfoort gezeten en het was gewoon de bedoeling dat ik boer werd en koeien ging melken.” Zo is het dus gegaan. Wat hij is gaan doen nadat hij gestopt is, is me eigenlijk niet duidelijk geworden. Eten koken deed hij niet. Zijn buren en familie kwamen hem wel eten brengen zei hij. 

Als je hem vroeg wat hij wilde eten, was zijn antwoord altijd: “Een beetje.” Als je hem een bord vol neerzette met aardappels, groente en een stukje vlees, at hij het keurig leeg. Hij likte er zijn mes, en soms zijn bord, gewoon bij af. Hij kwam altijd naar de woonkamer om te eten. Wij zaten dan bij hem aan tafel met een kopje koffie wat te praten. Hij nam alles waar en kon soms zo vanuit het niets een scherpe vraag stellen waaruit bleek dat hij wel degelijk alles volgde. Hij was niet zo onnozel als hij leek.

Op een goede dag vroeg hij me of ik even bij hem kwam zitten. Ik ging zitten in de stoel naast zijn bed. Ik vroeg hem wat hem interesseerde. Hij vertelde dat hij altijd ge├»nteresseerd was geweest in de politiek en dat ook graag volgde via de krant en de televisie. Hij was zijn hele leven trouw geweest aan het CDA, want hij was boer, zei hij. Ook vertelde hij dat hij er absoluut niet tegen kon als mensen onrecht werd aangedaan. 

Hij knapte soms een beetje op van onze aandacht en het eten dat hij kreeg. Op een goed moment was het de vraag of hij niet naar een verpleeghuis zou moeten. Ik dacht: dat kun je deze man niet aandoen. Hij heeft bijna niemand, waar zou hij nog langer voor moeten blijven leven? Bij de mogelijke gang naar een verpleeghuis hoort dat hij geactiveerd wordt, en ook kwa voeding wordt gestimuleerd. 

"Wat u wilt"
Die middag gebeurde er iets met me. Het viel me op hoe hij eigenlijk niet serieus werd genomen in zijn wens om met rust gelaten te worden. De gordijnen moesten open, terwijl ik ze daarvoor net op zijn verzoek had gesloten. Ik merkte zijn autoriteitsgevoeligheid en het instemmen met suggesties van mensen, omdat dat zo hoort. Toen ik hem vroeg of hij de gordijnen dicht wilde, was zijn antwoord: ”Wat u wilt”. Ik antwoordde: ”Nee, ik vraag wat u wilt, u bent nu de baas.” De manier waarop hij toen naar me keek leek alsof hij zich voor het eerst realiseerde dat hij de baas mocht zijn. Ik werd er blij van.
Hij wilde die avond graag op zijn kamer eten, hij voelde zich niet helemaal lekker zei hij. Dat was eigenlijk tegen het activeringsbeleid in, maar na een suggestie dat het toch beter voor hem zou zijn om even uit bed te komen, besloot ik met die onzin te stoppen. We konden wel denken dat hij dat niet lekker voelen als smoesje bedacht om in bed te mogen blijven, maar ik wilde hem serieus nemen. 
Ik bracht hem deze keer precies wat hij vroeg: een beetje. Hij at zelfs zijn bord niet helemaal leeg. Hij vertelde me dat hij eerder altijd zijn bord leeg had gegeten omdat dat zo hoorde, maar eigenlijk hoefde hij het allemaal niet. 

Na deze dienst besloot ik niet meer mee te doen aan het activeringsbeleid. Ik wilde hem respecteren in zijn wens om te rusten en weinig te eten. Ik heb dit in een mail kenbaar gemaakt aan de co├Ârdinatoren.

Daarna ging hij snel achteruit. Toen ik een week later terugkwam, kon hij al niet meer op zijn benen staan. Hij rochelde behoorlijk en kon dat niet meer ophoesten. Hij wilde graag dat er iemand naast hem zat. Hij had het warm en lag met de dekens van zich af. Zijn benen waren onrustig. Ik vroeg of hij weg wilde. Ja, dat wilde hij. Mijn collega vrijwilliger en ik zaten ieder aan een kant van zijn bed. Hij pakte onze handen vast. We bevochtigden zijn mond met een sponsje met wat water. Hij ontspande. Hij maakte zijn handen los en legde ze gevouwen op zijn borst. “Het is eigenlijk wel goed zo”, zei hij. Zwijgend keken we naar zijn borstkas die rustig op en neer ging. 
Twee dagen later overleed hij in bijzijn van zijn zus en zwager. Zijn zus die ons instrueerde om hem geen dingen met suiker te geven omdat dat slecht voor hem zou zijn.